Stelling van Amsterdam wordt bedreigd door zure regen

FORT SPIJKERBOOR, 8 JULI. Het echtpaar Prijs gaat bijna nooit op vakantie. Al 25 jaar zijn ze 'fortwachters' van Fort Spijkerboor, in de buurt van Purmerend, en ze kunnen hun fort niet onbeheerd achterlaten. Ze moeten het bewaken tegen al te nieuwsgierige bezoekers. Slechts één keer in de maand mogen buitenstaanders onder hun begeleiding het betonnen fort uit 1914 bezichtigen. Vooral het oude kanon bovenop het fort trekt veel belangstelling. Er is geen schot mee gelost. Het hele fort is nooit gebruikt waarvoor het was bedoeld.

Fort Spijkerboor is een van de forten van de Stelling van Amsterdam, een complex van vijftig forten die onderling zijn verbonden door dijken en kanalen. Volgens een onderzoek van de Stichting Monumentenwacht Noord-Holland, dat deze week werd gepresenteerd, moeten de forten flink worden opgeknapt. Restauratie zou minstens 46 miljoen kosten. Het grootste probleem is lekkage. De betonnen forten van de Stelling zijn de laatste jaren door zure regen gaan lijden aan betondeformatie.

Niet alle forten zijn er even slecht aan toe. Het fort bij Spijkerboor, dat nu in bezit is van Natuurmonumenten, is redelijk onderhouden. Fort Kudelstaart in de buurt van Aalsmeer verkeert in slechtere staat. In het beton zitten grote scheuren en het dak lekt. Fort Kudelstaart is niet te bezichtigen, het is sinds de jaren vijftig een jachthaven voor militairen. Ze kunnen er hun boot aanleggen. De kruitkamers en de soldatenverblijven zijn omgebouwd tot werkplaatsen om boten te repareren.

De Stelling van Amsterdam werd gebouwd tussen 1880 en 1920. Bij een aanval kon het gebied buiten de halve cirkel van forten rond Amsterdam onder water worden gezet en kon het leger zich terugtrekken in de forten. Dat is nooit gebeurd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zaten de gemobiliseerde soldaten vier jaar lang in de kille en natte betonblokken. In mei 1940 werd de stelling ook betrokken, maar Nederland gaf zich over voordat de Duitse legers Noord-Holland bereikten.

Verschillende forten hebben een andere bestemming hebben gekregen sinds Defensie ze aan het eind van de jaren zeventig opgaf. In Aalsmeer gebruikt de brandweer het fort als oefenruimte om brandjes te stoken en weer te blussen. De forten in Hoofddorp en in Bussum worden gebruikt door schietverenigingen. De helft van de 50 forten staat leeg. De provincie Noord-Holland wil het liefst dat alle forten worden gebruikt, omdat ze dan beter worden onderhouden. De provincie probeert de Stelling als monument erkend te krijgen op de werelderfgoedlijst van Unesco.

Het enige winstgevende fort is het fort benoorden Purmerend, waar restaurant La Ciboulette is gevestigd. De stalen deuren zijn vrolijk geel en groen geschilderd en in de schietgaten staan geraniums. De kruitkamer is een zaaltje voor bruiloften. De muren zijn zachtroze geschilderd en overal hangen kandelaars. Eigenaar Jacco Huitema is tevreden met zijn behuizing. “Ik heb alleen erg hoge stookkosten.”