Rosenmöller (GroenLinks) over jaar paars en een progressief offensief; 'Het voeren van oppositie is een heel verantwoordelijke klus'

GroenLinks-fractievoorzitter Rosenmöller werd onlangs uitgeroepen tot leider van de oppositie in de Tweede Kamer. Hij wil GroenLinks “positioneren als kwaliteitsoppositie”. Intussen streeft Rosenmöller naar een breed “progressief offensief” met andere partijen en organisaties.

DRIEBERGEN, 8 JULI. Vorig jaar mei werd hij tegen wil en dank leider van zijn partij: GroenLinks. Inmiddels is P. (Paul) Rosenmöller (38) door vriend en vijand erkend als de leider van de oppositie tegen het paarse kabinet. “Ik heb wel het idee dat ik een flink deel van het stenogram heb gevuld,” geeft Rosenmöller toe op de valreep van zijn vertrek naar een Nederlandse camping. Hij doet het feit dat hij vorige week donderdag optrad in vier geheel verschillende debatten af als toeval. “Wij hebben ons alle vijf de afgelopen periode uit de naad gewerkt,” zegt Rosenmöller en voegt eraan toe dat hij gelooft “in de kracht van het collectief”.

Vorig jaar wilde u geen full-time lijsttrekker worden. Was dat onderdeel van uw strategie om partijleider te worden?

“Absoluut niet. De mensen die dat denken dichten mij meer tactiek toe dan ik heb. Ik ben gewoon voor het blok gezet op 4 mei, de dag na de verkiezingen. Toen Ina Brouwer ermee stopte, realiseerde ik me dat ik niet terug kon.”

Waarin wijkt minister-president Kok af van zijn voorganger Lubbers?

“Bij deze premier weet je drie dingen: Van het milieu heeft hij geen verstand. Hij heeft er geen affiniteit mee en dat vind ik uitermate vervelend. Maar dat is een rode draad in dit kabinet, want de ecologie is het ondergeschoven kindje. Kok heeft wel - wat Lubbers niet had - altijd goede opvattingen over alles wat te maken heeft met tolerantie, discriminatie en de multiculturele samenleving. Daar stáát hij voor en ik vind dat hij daar gemiddeld genomen ook een goede positie inneemt. Ten derde weet je dat de sociale kwestie zijn achilleshiel is. En je kunt hem dus uitdagen op dat terrein, want hij is zover naar rechts opgeschoven dat hij politiek de meeste lof krijgt van VVD-leider Frits Bolkestein en de meeste kritiek uit zijn eigen partij.”

Wanneer heeft u nou het gevoel dat u beet heeft bij Kok?

“Dat ruik je op een gegeven moment. Je voelt aan zijn reactie dat het debat dat je met hem aangaat echt ergens over gaat. Dat hij de zaak niet kan afdoen met een standaard-antwoord. Van sociaal-econische onderwerpen heeft hij verstand en hij is ook aanspreekbaar op een thema als solidariteit. Daarbij voelt hij denk ik zelf ook wel dat hij af en toe discutabele keuzes maakt. En dan druk ik me voorzichtig uit. Je merkt ook aan de stemming in de zaal dat je beet hebt. Je voelt dat het stil wordt en dat het even een heel serieuze twee-akter wordt. Voor een deel merk je het aan zijn emotie - aan mijn eigen emotie ook. Ik vind emotie niet verkeerd. Ik ben er voorstander van dat er meer emoties worden toegelaten in de Kamer.”

Zoals PvdA-woordvoerster Adelmund die inzake de WAO-kwestie geregeld tot tranen toe geroerd is?

(Strak) “Emotie is niet huilen. Huilen is emotie. Er kan op een meer betrokken manier gedebatteerd worden.”

Gebeurt dat dan niet door het toegenomen dualisme tussen Kamer en kabinet?

“Dualisme was het enige nieuwe dat paars bracht. Het open debat tussen kabinet en Kamer betekent echter ook een grotere graad van ongewisheid met betrekking tot de uitkomst. Het is een publiek geheim dat na de voor het PvdA desastreuze afgelopen Statenverkiezingen er een afspraak is gemaakt om de zaken strakker te regisseren. De aanvankelijke pretentie van het open verkeer tussen Kabinet en Kamer is aanmerkelijk teruggeschroefd.”

Kok verwijt u regelmatig dat u gemakkelijk praten heeft. Dat het wat anders is om zelf verantwoordelijkheid te dragen.

“Kok komt uit dezelfde beweging als ik. Ik heb daar verantwoordelijkheid gedragen. Ik weet wat het is om met een pakket weggestuurd te worden en niet met dat pakket thuis te komen. Ik vind het verwijt ook onterecht. In zijn consequentie betekent het dat elk compromis aanvaardbaar is omdat er nu eenmaal compromissen gesloten moeten worden. Ik vind oppositie-voeren ook een heel verantwoordelijke klus. Je merkt bijvoorbeeld aan het CDA dat dit niet eenvoudig is.”

Bovendien wilde GroenLinks vorig jaar aanvankelijk meeregeren.

“Wij hebben toen volstrekt overspannen verwachtingen gewekt. Vooral omdat op het moment dat de peilingen naar beneden gingen, wij harder gingen roepen dat we mee wilden doen. Dat was een beetje de muis die brulde.”

Nu is het GroenLinks het afgelopen seizoen electoraal weer niet voor de wind gegaan.

“In de aanloop van de Statenverkiezingen heeft een aantal zaken ons parten gespeeld. Dat was niet in minst de uitslag van de Kamerverkiezingen van 3 mei vorig jaar. En natuurlijk was er de kwestie rond de overstromingen en de rivierdijken waarvan de milieubeweging in het algemeen en GroenLinks in de politiek de schuld kreeg.”

En de ophef rond de financiële discipline van uw fractiegenoot Tara Varma. Die zaak is op traditionele wijze met een commissie onder het vloerkleed gewerkt.

“Ja, dat is ook een element. Overigens hoeft traditioneel niet altijd fout te zijn. Het was effectief. De meest onkreukbare figuur van Nederland, mevrouw De Graaf-Nauta, heeft hierover een oordeel uitgesproken. Dat was een stap die wij moesten nemen om deze zaak uit de wereld te helpen.”

Een verlegenheidsoplossing: normaal trekt de politicus in kwestie zelf zijn consequenties.

“Dat heeft Tara niet gedaan en ook de fractie heeft dat niet van haar gevraagd. Nadien is ook gebleken dat ze uitstekend kan functioneren. Als je ervan overtuigd bent dat je in essentie niets te verwijten valt, dan vind ik het ook van karakter getuigen om door te knokken. Ik geef toe dat wij als partij hierover geen overtuigend verhaal konden vertellen. Maar als dan onpartijdige derden een oordeel vellen en het stopt dan denk ik dat je iemand het voordeel van de twijfel moet geven. En je nu, vijf maanden later, moet vaststellen dat zij zich uit die rotpositie heeft weten te manoeuvreren.

“Maar goed om terug te komen op de electorale toestand: landelijk gesproken hebben wij absoluut te weinig gewonnen. Ik streef ernaar om met deze club een invloedsfactor van betekenis te worden in de landelijke politiek. Daarom denk ik dat wij een heldere, geloofwaardige kwaliteitsoppositie moeten leveren om spijtoptanten van PvdA en D66 een keer de stap te laten maken naar GroenLinks.”

Vindt uw partij dat ook? GroenLinks-congressen vallen op doordat zij een stuk radicaler zijn dan de fractie.

“Ik vind juist dat dit de afgelopen jaren is veranderd. Iedereen is er donders goed van overtuigd dat Groenlinks maatregelen moet nemen om een meer open, publieke partij te zijn. Dat zullen we dit najaar ook doen. Groenlinks gaat zich positioneren als een partij die ook qua structuur klaar is om het debat mede te bepalen. Het moet ook een aantrekkelijke partij worden. De discussie in GroenLinks over tal van ecologische, sociale, militair-strategische vraagstukken was altijd een beetje de discussie van het partijkader, de partijtijgers. Ik bedoel dat niet negatief, want een partij kan nu eenmaal niet zonder kader. Maar het kader kan aan de andere kant pas een zinvolle discussie voeren als er tal van mensen zijn die jouw partij als platform willen gebruiken. Het gaat er dus om dat je datgene wat je pretendeert te zijn, een open, publieke partij, ook organisatorisch vormgeeft. De vervolgstap is dan om initiatieven nemen in de richting van andere progressieve partijen en maatschappelijke organisaties. Om het anders te zeggen: wij hebben het lek boven, maar we zijn van elkaar afhankelijk om links meer in het offensief te laten zijn.”

Doelt u op de Progressieve Volkspartij waar ook het wetenschappelijk bureau van de PvdA op studeert?

“Ik ben er groot voorstander van dat progressieve krachten en maatschappelijke organisaties van die signatuur veel meer met elkaar samenwerken om de agenda te bepalen en een meer offensieve progressieve politiek te kunnen voeren. Ik wil niet even het politieke landschap binnen drie jaar reshuffelen want zo eenvoudig zit niet in elkaar. Maar ik kom voort uit een school van samenwerking op basis van de macht van het getal. Ik ben rechtstreeks GroenLinks-lid en geen lid geweest van een van de samenstellende partijen. Met de fusie van de vier partijen die GroenLinks gevormd hebben, hoeft dat proces van progressieve samenwerking niet te stoppen. En die is zeker nu nodig, want het publieke debat wordt beheerst door Bolkestein. Links ligt onder en om hem heen heerst een soort aura. Zo langzamerhand wordt elke scheet die hij laat uitvergroot. Daar doen we allemaal aan mee, want wij reageren en jullie schrijven het op.”

U bedoelt dat u zich als leider van GroenLinks verplicht voelt om de CPN en oud-CPN'ers te verdedigen omdat zij werden aangevallen door Bolkestein?

“Nee, ik hoef de CPN niet te verdedigen want die bestaat niet. Maar er zijn veel oud-CPN'ers gekwetst door de vergelijking die Bolkestein gemaakt heeft met de NSB. Als ik een bijdrage kan leveren aan het teruggeven van het respect voor die mensen en aan het neersabelen van de suggesties van Bolkestein, dan doe ik dat graag. Dat voel ik niet als een verplichting. Dat komt zo recht uit mijn hart.”

    • Frank Vermeulen