Regeringsfracties zijn het eens over mestbeleid

ROTTERDAM, 8 JULI. De regeringsfracties van PvdA, D66 en VVD zijn het eens over de aanpak van het mestprobleem, zo heeft D66-kamerlid Ter Veer, fractiewoordvoerder voor landbouw gisteren laten weten.

De fracties lopen daarmee vooruit op de presentatie van de mestnota van de ministers Van Aartsen (landbouw) en De Boer (milieu), die dit najaar wordt verwacht. Belangrijk onderdeel van het akkoord is de zogeheten verliesnorm voor fosfaat. De overheid wil dat boeren na het jaar 2000 niet meer mest op het land brengen dan het gewas kan opnemen. De praktijk wijst echter uit dat een extra mestgift nodig is om een goede plantengroei te bewerkstelligen. Hoe hoog deze norm nu precies mag zijn is onderwerp van discussie. Het landbouwbedrijfsleven wil een ruime norm van vijftig kilo, de milieubeweging een beperkte.

In april bleek uit een deelrapport voor het Project Verliesnormen, waarin verschillende ministeries samenwerken met het landbouwbedrijfsleven, aanscherping van mestnormen die na het jaar 2000 moeten gaan gelden voor een groot aantal bedrijven de genadeslag en een verlies van zeker 24.000 banen zal betekenen. Aanscherping van de normen voor uitstoot van fosfaat en stikstof zijn tot dat jaar echter beperkt. Vooralsnog hebben de bedrijven meer te kampen met markt- en prijsbeleid.

De regeringsfracties willen nu een basisnorm stellen van 30 kilo fosfaat per hectare voor gewone grond en 50 kilo per hectare voor grond waar weinig fosfaat inzit. Voor zeer vervuilde gronden moet de norm 10 kilo zijn. De huidige fosfaatnorm is aanmerkelijk hoger. Boeren moeten de overschotten gaan bijhouden in een zogeheten mineralenboekhouding, die de partijen gefaseerd willen invoeren.

Het plan van de regeringsfracties is flexibel. Er wordt niet één stringente norm gehanteerd omdat de grond per bedrijf kan verschillen. Daarom stellen de fracties 30 kilo als uitgangsnorm. Een boer die anders wil, moet dan kunnen aangeven via een grondonderzoek. Het plan voorziet dus in 'maatwerk'.

De strengere normen betekenen dat de boeren meer mest overhouden die ze tegen vaak forse prijzen moeten zien kwijt te raken. Over de overschotten moeten zij bovendien een heffing betalen. Volgens Ter Veer moeten er goede controleerbare plannen voor de mestafzet komen. “Een stringente controle is belangrijk om zicht te houden op afzet”, aldus Ter Veer.

Uiteindelijk is waarschijnlijk niet aan inkrimping van de veestapel te ontkomen. Om dan een goede sanering mogelijk te maken, willen de fracties dat er een fonds komt. Zowel de overheid als het landbouwbedrijfsleven moet dat voeden.

De land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland spreekt van “interessante denkrichtingen” van de coalitie. “Met name de flexibiliteit van het plan spreekt ons aan. Laat wel duidelijk zijn dat de voorgestelde fosfaatnorm niet acceptabel is. In de praktijk zal blijken dat de bedrijven eerder naar de 10 kilo dan naar de 30 of 50 kilo moeten gaan. Dat heeft gigantische sociaal-economische gevolgen”, aldus een woordvoerder.

De organisatie heeft ook zijn bedenkingen bij de concrete uitvoering van de grondonderzoeken en de instelling van een saneringsfonds. “Zeker in de varkenshouderij is de rek er absoluut uit om mee te betalen aan saneringen.” Na de zomer gaat de LTO met de paarse fracties in gesprek over het voorstel. “We zullen er nog eens danig over moeten spreken.”

Van Aartsen en De Boer worstelen al geruime tijd over de aanpak van het mestprobleem. Het huidige beleid blijkt te fraudegevoelig waardoor een nieuwe aanpak is vereist. De gehele Tweede Kamer droeg het kabinet vlak voor het zomerreces nog via een motie op de mestnota voor 1 oktober aan te bieden. Van Aartsen denkt evenwel dat het pas medio oktober zal lukken.