Overlevenden ramp Thule 1968 voelen zich bedrogen door eigen regering; Deense rel over ongeluk met kernwapens

In Denemarken is vorige week een rel uitgebroken toen bleek dat premier Hansen in 1957 de VS heimelijk toestemming heeft gegeven kernwapens te vervoeren door het luchtruim van Groenland, een Deense provincie. Bij een ongeluk met een bommenwerper in 1968 bij Thule raakten honderden Denen radioactief besmet. De overlevenden voelen zich nu bedrogen.

Op 21 januari 1968 om 16.40 uur lokale tijd stortte een Amerikaanse B-52 bommenwerper met vier waterstofbommen aan boord neer bij de Amerikaanse legerbasis Thule op het Deense Groenland. De bommen stonden niet op scherp en ontploften niet. Wel ontstond een hevige brand waarbij zes kilo plutonium vrijkwam.

De Deense regering tekende toen fel protest aan omdat de Verenigde Staten in een verdrag hadden beloofd geen kernwapens over Groenland te zullen vervoeren. Uit vorige week gepubliceerde documenten blijkt echter dat premier Hans Christian Hansen in 1957 de VS heimelijk heeft toegestaan kernwapens over Groenland te vervoeren en er zelfs kernwapens op te slaan. In het openbaar hield de premier vast aan de officiële Deense anti-kernwapenpolitiek. Hansen meldde zijn koerswijziging niet aan het parlement en zelfs niet aan de rest van de regering.

Van de duizend Denen die tijdens het ongeluk in '68 in Thule aanwezig waren zijn er inmiddels 118 overleden (van wie zestig als gevolg van kanker) en honderden zijn ernstig ziek. Zij voelen zich nu verraden door hun eigen regering.

Voor de Amerikanen was Groenland tijdens de Koude Oorlog van groot belang. Er werden radars gebouwd om een eventuele Sovjet-aanval met intercontinentale raketten over de Noordpool vroegtijdig te kunnen opmerken. En het was een steunpunt voor jagers en vliegtuigen voor onderzeebootbestrijding. Uit het feit dat de neergestorte B-52 bommenwerper vier atoombommen aan boord had, bleek dat de Amerikanen dankbaar gebruik maakten van Hansens ruimhartigheid.

Na het ongeluk met de bommenwerper protesteerde de Deense regering bij de Amerikanen wegens het overtreden van gemaakte afspraken. In een geheime brief schreven de Amerikanen terug dat Hansen elf jaar eerder daarvoor toestemming had gegeven. De Denen deden toen niets met die informatie omdat een dag na het ongeluk een regeringswisseling plaatsvond. In plaats van de sociaal-democraten kwamen nu de minder kernwapenvijandige conservatieven aan de macht. Oud-premier Hansen was in 1960 al gestorven.

Deense politici vragen zich nu af hoe het mogelijk was dat Hansen op eigen houtje de Deense buitenlandse politiek kon veranderen, en hoe dat zo lang geheim kon blijven. De Deense regering heeft een onderzoek aangekondigd en een financiële compensatie beloofd voor zieke Thule-werknemers en weduwen van Denen die in 1968 bij de opruiming van de bommenwerper betrokken waren. Veel ex-werknemers vinden dat de Deense staat medeschuldig is aan het ongeluk met de bommenwerper en de gevolgen daarvan.

Marius Schmidt is voorzitter van de vereniging voor ex-Thule-werknemers en werkte ten tijde van het ongeluk als hoofd van de brandweer op de basis. Schmidt had 64 brandweermannen onder zijn bevel waarvan er inmiddels 32 dood zijn. Zelf heeft hij last van pijnlijke gewrichten. Anderen lijden aan huidziekten, vergeetachtigheid, oogproblemen of kanker - kwalen die zij toeschrijven aan het ongeluk. Ook veel Amerikanen die betrokken waren bij de opruiming van de B-52 hebben inmiddels lichamelijke klachten en zijn een rechtszaak tegen de eigen regering begonnen.

“Het vliegtuig was in het ijs ontploft en de brokstukken waren verspreid over 600 meter”, zegt Schmidt. “Het was 32 gaden onder nul dus moesten we de bemanning zo snel mogelijk oppikken. Na acht uur zoeken hadden we zes Amerikanen gevonden, het zevende bemanningslid was dood.”

Drie maanden lang werd het ijs met graafmachines weggegraven en in containers geladen die vervolgens per schip naar de Nevada-woestijn werden vervoerd. “Een aantal van die containers was lek en de sneeuw smolt weg”, herinnert Schmidt zich. “De kapitein van het schip, zijn vrouw, de stuurman en zijn vrouw en een arbeider zijn inmiddels allemaal aan kanker gestorven.”

“De Amerikanen die meehielpen met het opruimen hadden allemaal beschermende pakken aan. Wij hadden geen benul van het gevaar van radio-actieve straling en droegen geen beschermende kleding, maar wij hoefden ook niet erg dicht bij het wrak te werken. De Amerikanen wel maar ze kwamen niet binnen een straal van 200 meter van het vliegtuig. Een aantal Groenlandse eskimo's werd onbeschermd met hun sleden het ijs op gestuurd om het karwei af te maken. Later kon je met een geigerteller het spoor van die eskimo's volgen. Onze vereniging had een paar jaar geleden nog veertien Groenlandse leden. Daarvan zijn er nu zeven dood.”

Jarenlang wilde de Deense regering niet naar de Thule-werknemers luisteren totdat een aantal Amerikaanse archieven vorig jaar open ging. Het bleek dat er meer plutonium en chemicaliën in de atoombommen zat dan dat de Deense regering dacht. Ook bleek dat een deel van de bommen waarschijnlijk nog onder het Groenlandse ijs begraven ligt. Op basis van deze gegevens besloot Denemarken tot een nieuw onderzoek. De VS hebben hun medewerking toegezegd.

Een team van internationale experts heeft vorige week overigens geconstateerd dat de meeste problemen van de Thule-werknemers waarschijnlijk te wijten zijn aan stress in plaats van straling. Na een kwart eeuw is het moeilijk om vast te stellen of de 118 werknemers inderdaad zijn gestorven als gevolg van radio-activiteit. Een groot deel van het Deense parlement voelt zich echter moreel verplicht Schmidt en zijn collega's financieel te compenseren voor hun leed. Ook als niet kan worden aangetoond dat die problemen daadwerkelijk het gevolg zijn van straling.