Oost-Europa; Met Bach aan tafel is het alsof je in de hemel bent

BOEDAPEST, 8 JULI. Je vindt ze overal in Oost-Europa, van Warschau tot Sofia, de vier- of vijfsterrenhotels waar het diner wordt opgeluisterd door beschaafde, live achtergrondmuziek. Vroeger waren de musici in dat soort gelegenheden meestal wat vermoeide mannen van middelbare leeftijd, die, al of niet uitgedost in een folkloristisch tenue, avond aan avond hetzelfde voorspelbare repertoire afdraaiden op hun violen, klarinetten en accordeons: wat zigeunermuziek hier, een Weense wals daar, en vaak ook nog een populaire Westerse evergreen.

Maar, kennelijk als gevolg van het feit dat de smaak van de verwende Westerse zakenlieden die dit soort hotels frequenteren in de loop van de jaren verfijnder is geworden, is het type musicus langzamerhand ingrijpend veranderd. Het is begonnen in het Victoria-hotel in Warschau, waar enkele jaren geleden in een van de restaurants een harpiste de eetlust van de hotelgasten begeleidde met sonates van Händel, stukjes Jaargetijden van Vivaldi en zelfs goedgestemde fuga's van Bach.

Het repertoire is klassieker, de musici in de hotel-restaurants zijn aanzienlijk jonger geworden: vaak zijn het conservatoriumstudenten die ermee in hun levensonderhoud voorzien. Maar vaak ook zijn het jonge beroepsmusici die geen werk kunnen vinden bij de gevestigde orkesten. Neem bijvoorbeeld het duo (piano en viool) dat sinds vorig jaar november de tot dat moment vrij ijzige atmosfeer in het restaurant van hotel Korona in Boedapest is komen opwarmen. Robert Nagy, de pianist, is 21 jaar. Op zijn twaalfde won hij een concours in Wenen, in 1987 kreeg hij een erediploma in Boedapest, in 1990 werkte hij enige tijd als docent in Berlijn. Hij trad op voor radio en televisie. Maar de concurrentie onder solisten is groot. In de even jeugdige violist Gyula Lakatos, een man in wiens donkerblauwe ogen tegelijkertijd de weemoed van de Roma-cultuur en de weidsheid van de Hongaarse pusta liggen besloten, heeft hij zijn ideale partner gevonden. Gyula staat naast de piano of zwerft, de viool onder de kin, tussen de tafels door. Zijn spel is van een verbluffende zuiverheid en van een aanstekelijk enthousiasme. Soms, als het erg druk is in het restaurant en de tussenwand is weggeschoven, speelt Gyula zo ver weg van de piano dat hij nauwelijks meer te horen is. Maar het samenspel blijft desondanks perfect.

Het repertoire van het duo omvat het totale gamma van 'onsterfelijke (vaak film)melodieën', van Greenfields, Love Song, Fiddler on the Roof tot Les Parapluies de Cherbourg. En wie vraagt of ze ook The Entertainer van Scott Joplin kunnen spelen, wordt op z'n wenken bediend.

“Het is leuk werk”, zegt Robert Nagy, “ik kijk er niet op neer, want ik weet hoeveel we oefenen om ons repertoire uit te breiden en om originele arrangementen te maken voor de combinatie piano-viool. En wat vooral belangrijk is: we verdienen hier ongeveer tien keer zoveel als wanneer we in een orkest zouden zitten of lessen geven.” Robert heeft één grote wens: samen met Gyula, ondersteund door een strijkorkest op de achtergrond, een cd te maken, bij voorkeur in Nederland, omdat de opname-faciliteiten daar optimaal zijn. “Ik weet zeker dat het een commercieel succes zou worden.”

Wie in elk geval heel tevreden is over de muzikale prestaties van het duo is Gabor Pekei, de manager van het restaurant van hotel Korona. In cijfers kan hij het niet uitdrukken, maar dat de sfeer heel wat beter is dan vroeger is alleen al te zien aan zijn personeel, zegt hij. “Het is hier tegenwoordig zeker drukker dan vroeger: hotelgasten gaan nu eenmaal graag buiten de deur eten, want er is in de omgeving keus te over, maar als ze merken dat het hier ook gezellig is, dan blijven ze even graag thuis.”

We staan met z'n vieren bij de piano waarop Robert op mijn verzoek virtuoos een sonate van Bach speelt. Want, zegt hij, “dat is natuurlijk pas échte muziek. Ik ben niet religieus, maar elk moment dat ik Bach hoor heb ik het gevoel dat ik de hemel binnenkom.”