Ongestructureerde reis-impressies uit Suriname

Radioreisdagboek Suriname, Radio 5, 16.02u.

Waar houdt in een reisverslag voor de radio de journalistiek op en beginnen de toeristische aardigheidjes? Het Surinaamse reisdagboek dat Teleac vanaf vanmiddag uitzendt, lijkt een voorbeeld van het laatste. Vooral omdat ze “gewoon nieuwsgierig” waren, bezochten Nelleke Rademaker en Harm Oving het land, voor een serie van twaalf reportages. Ze hebben zich niet beperkt tot Paramaribo maar bezochten het hele land, en dat is winst. Minder sterk is daarentegen hun blijmoedig impressionistische aanpak, waarin het 'dagelijks leven' centraal staat en weinig aandacht wordt besteed aan 'politiek'. Op zichzelf is dat al een tamelijk hachelijke onderneming in het kleine, sterk gepolitiseerde Suriname.

Oppervlakkigheid ligt bovendien voortdurend op de loer in de eerste twee afleveringen van de teleac-serie, waarin de reis voert naar het Brokopondo-stuwmeer en een winti-bijeenkomst wordt bezocht. Het commentaar van Rademaker en Oving is weinig verrassend of ad rem. Ze stellen soms ronduit naïeve vragen (“O ja? U bent een gouddelver?”) en slaken dagjesmens-kreten (“O wat mooi!”). Een gesprek met de ondernemer van het palmoliebedrijf Victoria levert nog wel de aardige beeldspraak op dat “wanneer twee olifanten vrijen of vechten, het gras er altijd onder lijdt”. Wie de olifanten zijn, laat de ondernemer wijselijk in het midden maar“ het gras, dat zijn wij”. Op reis naar Brokopondo krijgt Rademaker verder het een en ander te horen over conflicten tussen goudonderneming en plaatselijke bewoners, maar erg concreet wordt het allemaal niet. Er zijn “soms wat spanningen”, vertelt de alwetende gids annex chauffeur, maar hoe zit het nu precies? De klachten van de bewoners lijken Rademaker in elk geval wel “terecht”.

Oving tast op zijn beurt in het duister als zijn gesprekspartners hem rondleiden in de labyrintische winti-godsdienst. Aisa, liba, kromanti, busu-ingi, wattra-ingi, het pantheon wordt over hem uitgestort in een gesprek dat uitmondt in hilarische spraakverwarring. “Nee, sorry hoor, de kromanti niet, die wordt alleen overdag gedanst, meestal tussen één en zes”, onthult een van zijn gesprekspartners. De kwinkslag dat er ook dokters zijn “die Nf zijn” (zich in Nederlands geld laten betalen) ontgaat hem. Op de winti-sessie stelt de Nederlandse radiomaker verbaasd vast dat “je probleem wordt opgelost waar iedereen bij is”. Een interessante culturele waarneming, maar nadere uitwerking blijft achterwege. Ovink heeft het daarvoor te druk, en heeft zijn handen vol aan een in trance ronddansende vrouw. De vrouw “begint heel opgewonden te dansen” en “krijgt nu iets te drinken uit een schaal”.

Dat is allemaal best vermakelijk, maar je vraagt je wel af hoe goed deze programmamakers zich hebben voorbereid. Wat moet de luisteraar met zoveel ongestructureerde impressies? Wat kreeg die vrouw te drinken in die schaal? Waarom? De radio zwijgt.