Onder fotografen

Foto: URSULA DEN TEX: Fotografen/journalisten. Vijentwintig jaar fotojournalistiek in Vrij Nederland

148 blz., 200 foto's, Amsterdam University Press 1955, ƒ 55.-

In zijn hele bestaan heeft Vrij Nederland ooit één redactievergadering gewijd aan werk van zijn fotografen. De fotografen zelf waren er niet bij. 'In den beginne was het woord', zei redacteur Rudi van Meurs bij deze gelegenheid. En wat viel daar tegenin te brengen?

Vrij Nederland is een krant en een krant geeft nu eenmaal informatie met woorden. Foto's zijn hooguit een ondersteuning. Desondanks heeft VN, niet in de laatste plaats door de fameuze kleurenbijlages, vanaf de jaren zestig een toonaangevende rol gespeeld in de Nederlandse fotografie dankzij de bijdragen van fotografen als Eddy de Jongh, Dolf Toussaint, Willem Diepraam, Hans van den Boogaard en Bert Nienhuis. En voor beginnende zowel als gevestigde fotografen (d.w.z. fotojournalisten en documentair fotografen) werd een publikatie in VN een soort certificaat van kwaliteit.

Hoe een krant die in haar hart zo weinig had met fotografie toch zo'n belangrijke rol kon spelen, daarover gaat Fotografen/journalisten. Ursula den Tex werkt sinds 1969 als redactrice bij VN en heeft dus het grootste deel van de beschreven periode (1966-1990) meegemaakt. Toch bewaart ze een prettige distantie. Het resultaat is een uiterst leesbare afwisseling van analyse en anekdote in de traditie die zo kenmerkend was voor de voormalige VN-bijlagen, waarbij voor de fotografie uiteraard ruim plaats gemaakt is.

Het is niet eenvoudig om aan te geven wat in de onderhavige periode zo typisch was aan de VN-fotografie. De portretkunst en de sociale reportage waaraan de krant plaats bood, werden ook door andere dan de vaste VN-fotografen bedreven en het verschil met het werk van deze collega's laat zich in het boek maar met moeite vaststellen. De fotografie in VN, van de dynamische groothoekfotografie waarin de confrontatie tussen macht en onmacht zich zo efficiënt in één beeld liet samenballen tot het portretteren door half afgesneden gezichten, was representatief voor de Nederlandse journalistieke fotografie als geheel. De grootste bijdrage van VN was dat ze het tot standaard verhief. En bladerend door het boek constateer je dan ook telkens: ja, zo zag de wereld er in die dagen onmiskenbaar uit.

Voorsprong

De toonaangevende rol van de fotografie in VN is eigenlijk een toevallige samenloop van omstandigheden, daarover laat Den Tex geen misverstand bestaan. Het was een kwestie van de juiste individuen in de juiste omstandigheden: de inzet van enkele fotografen (Willem Diepraam, Bert Nienhuis) en redacteuren (met name Gerard van Westerloo) tegen de achtergrond van de maatschappelijke en culturele ontwikkelingen en de weerslag daarvan in de journalistiek. Van enige sturing, laat staan van enige structuur, was geen sprake.

De conclusie is dan ook onontkoombaar: “Vrij Nederland heeft met een beleid van achteloze welwillendheid lange tijd een fotografische voorsprong gehad op andere gedrukte media en het blad heeft die voorsprong dankzij zijn welwillende achteloosheid ook weer verloren”.

Die toon, een mengelmoes van warme herinnering en toch een beetje spijt is kenmerkend voor het hele boek. Want het was mooi, maar het had nog zoveel beter kunnen zijn, aldus Den Tex. Als VN een fotoredacteur had gehad bijvoorbeeld, iemand die de fotografie had kunnen verankeren in de krant. Maar zo iemand is er nooit geweest. Zelf heeft Den Tex er enige tijd voor gepleit, schrijft ze, maar lang hield ze dat niet vol:“Het was alsof je een persoon die zich gezond voelt een orgaantransplantatie probeert aan te praten”.

Of er ooit een fotoredacteur bij VN zal komen is de vraag. In twee voetnoten laat Rinus Ferdinadusse zich daar onomwonden over uit. Vrij Nederland bestaat door de inzet van de journalisten, zegt hij. Week in, week uit kan de mooiste layout worden weggeschreven door laat binnenkomende redacteuren. En hij schetst de situatie op de dinsdagmiddag, het moment waarop de belangrijkste pagina's van Vrij Nederland worden gemaakt. “Op dat moment zijn er een eindredacteur, soms een hoofdredacteur, een auteur, één of twee foto's. En soms ook nog een layout-er. Ik zou niet weten hoe daar, in die opzet, met dat tijdgebrek ('de krant wordt in enkele uren in elkaar gedonderd', zegt hij elders) een fotoredacteur bij zou kunnen. (..)”

Zou het dan toch zonder kunnen?