Nederland en Duitsland: voetbalverdrag van Maastricht

MAASTRICHT, 8 JULI. Zonder schroom steekt Jan Mulder de hand in eigen boezem. De Nederlandse antipathie ten opzichte van Duitsers in het algemeen en tegenover het Duitse voetbal in het bijzonder irriteert hem mateloos. “De schuld ligt bij de Nederlanders. Altijd dat prikkelbare en dat gejen.”

Oud-topvoetballer en columnist Mulder uitte dit mea culpa gisteren op een symposium in het gouvernement van Limburg, georganiseerd door de Duitse en de Nederlandse voetbalbond. De bijeenkomst was de eerste in een reeks activiteiten die beide landen op voetbalgebied dichter bij elkaar moet brengen. De eeuwige rivaliteit tussen de twee voetbalnaties moet blijven, maar de explosieve lading die interlands tussen Nederland en Duitsland kenmerkt, moet onschadelijk worden gemaakt, was de teneur op de praatmiddag met als thema 'Het (on)begrip en de (valse) sentimenten tussen beide landen op voetbalgebied'.

Beide bonden hopen met hun versie van het Verdrag van Maastricht - een recept van oefenduels (waaronder Nederland-Duitsland op 24 april 1996), een bijeenkomst van trainers uit beide landen, hechtere bestuurscontacten en een supporterssymposium - te bereiken dat interlands weer ware voetbalfeesten worden. Egedius Braun, voorzitter van de Duitse bond, sprak de hoop uit dat vele Duitsers in 2000 naar het EK in België en Nederland kunnen komen.

De soms therapeutisch aandoende discussie in Maastricht ging vooraf aan de derde remake van de WK-finale uit 1974. Precies eenentwintig jaar later werd de wedstrijd gisteravond in Aken opnieuw gespeeld en met 2-1 beslist in het voordeel van Nederland. Vrijwel alle Duitsers die er toen met de wereldcup vandoor gingen, speelden mee, onder wie Beckenbauer, Vogts, Maier en Müller, die in '74 het winnende tweede doelpunt voor West-Duitsland maakte. Bij Oranje stonden slechts vijf spelers uit '74 op het veld. Grote namen als Van Hanegem, Krol en Cruijff ontbraken. “Dat zegt iets over de mentaliteit van de Duitsers èn van de Nederlanders”, aldus een KNVB-official.

7 Juli 1974: Een aanzienlijke groep Nederlanders heeft traumatisch getinte herinneringen aan die ene dag in München. Wat de dood van Kennedy voor veel Amerikanen betekende, was '1974' voor veel Nederlanders. Ze kunnen zich allemaal herinneren waar ze die dag Oranje zo onfortuinlijk zagen verliezen. Volgens KNVB-voorzitter Jeu Sprengers was het de grootste teleurstelling die voetbalminnend Nederland ooit te verwerken kreeg. “Dat is toch een stuk frustratie.”

Sprengers gaf niet aan waarom Nederland als door een dolkstoot in het hart getroffen is bij verlies van Duitsland, hij poogde de vreugde te verklaren na een overwinning op de oosterburen. “Nederlanders vinden het mooi om van Duitsers te winnen, in de eerste plaats ik wel. Waarom? Het is David die Goliath verslaat.” Beckenbauer, gisteren met Vogts in Maastricht, vindt het 'prima' als 'de kleine' van 'de grote' wint. Hij confronteerde de Nederlanders met een pijnlijke realiteit en gebruikte Oostenrijk, in zijn optiek een klein land, daarbij als voorbeeld: “Die hebben in 1978 een keer van ons gewonnen en daar genieten ze nu nog van. Wij zijn dat al lang vergeten. Maar als zoiets niet vaak gebeurt, praat je er meer over.”

Nederland was het in 1988 bij het EK weer eens vergund om Duitsland te verslaan. Na afloop van deze andere memorabele Duitsland-Nederland erkende Ronald Koeman dat de Nederlandse spelers gedreven waren door haatgevoelens. Tijdens deze wedstrijd voltrok zich het omgekeerde scenario van 1974: de Duitsers kwamen op voorsprong, Oranje maakte gelijk en Van Basten maakte de winnende treffer. De 2-1 zege was veel méér dan de eerste overwinning op de Duitsers in 32 jaar, afgezien van een enkele gewonnen vriendschappelijke partij, het was een ware bevrijding. Koeman had na afloop letterlijk schijt aan Duitsland; tijdens de ereronde veegde hij zijn kont af met het shirtje van Olaf Thon. Het incident, waarover Koeman later spijt betoonde, was de reden waarom hij een overstap van Barcelona naar een Duitse club niet heeft overwogen. Ruud Gullit drukte zich wat sportiever uit en raakte de kern van een opvatting die bij veel Nederlanders leeft: “Ik vind Duitsers geen enge mensen, maar ze hebben altijd zoveel geluk.”

Rinus Michels, bondscoach in 1974 en 1988, onderstreepte gisteren dat hij tijdens een wedstrijd zeer gespannen is, maar na afloop uitstekend in staat is om winst en verlies te relativeren. Toen hij Duitsland zeven jaar geleden had verslagen, had hij naar eigen zeggen niet het gevoel 'ha fijn, we hebben van de Duitsers gewonnen'. Toch kon hij het in '88 niet laten om op te merken “dat er nog gerechtigheid in het leven bestaat”. Michels vindt het niet zo bijzonder dat Nederlandse supporters Duitsland geen overwinning gunnen. “Duitsland is een begrip in de voetballerij. Dat steekt de Nederlanders.” Verwijzend naar de Tweede Wereldoorlog: “We kennen de andere rivaliserende factoren en die zijn niet weg te cijferen. Maar gelukkig ebt dat weg. Ook het chauvinisme van de Duitsers stoort ons. Maar dat krijg je automatisch als zo'n land op zoveel sportgebieden uitblinkt.”

Michels kon het niet laten een recent voorbeeld van goede 'intermenselijke verhoudingen' met Duitsers voor te schotelen. “Ik was gisteren de weg kwijt in Aken. Ik vraag de weg aan een Duitser, hij zegt, 'rijdt u maar achter me aan'. En hij bracht me naar het hotel. Zo behoren de intermenselijke verhoudingen te zijn. Waar praten we dan nog over?”