Naties als abstractie

DOMINIQUE SCHNAPPER: La communauté des citoyens. Sur l'idée moderne de nation

228 blz., Gallimard 1994, ƒ 51,55

Tot welke absurditeiten nationalisme in de praktijk kan leiden, was vorig jaar te zien in een documentaire-serie van de journalist Michael Ignatieff. In zijn ook als boek verschenen reeks toont hij onder meer hoe de Franstalige Quebecois binnen Canada naar zelfstandigheid streven omdat zij overtuigd zijn dat hun nationale rechten door de Engelstalige meerderheid worden vertrapt. Voor de levensvatbaarheid van een onafhankelijk Quebec is een goede energievoorziening onontbeerlijk. De kolossale centrale die daarvoor werd gebouwd, is de trots van Quebec, maar bevindt zich op gebied dat traditioneel aan de Cree-indianen behoorde. De Cree protesteren in naam van hun nationale rechten tegen de verwoesting van hun leefgebied die de Quebecois een 'nationaal' bestaan moet garanderen.

De kracht van Ignatieffs werk is de demonstratie van de paradoxen waartoe etnisch nationalisme leidt. Daar blijft het bij. Wie zijn analyse volgt, ziet echter dat hij de keuze heeft gemaakt één vorm van nationalisme te behandelen, namelijk het - al dan niet gewelddadig - naar onafhankelijkheid strevende etnische nationalisme zoals zich dat bijvoorbeeld in Oost-Europa laat zien. Daarnaast zijn er ten minste twee eveneens aan de natie verbonden problemen. Er is de discussie over de 'nationale identiteit' die onder andere in West-Europa gevoerd wordt en er is de daarmee verbonden vraag naar de toekomst van de zelfstandige nationale staat in een verenigd Europa. Het met vaart en overtuiging geschreven essay La communauté des citoyens van de Franse socioloog Schnapper, hoogleraar aan de prestigieuze Parijse Ecole des hautes études en sciences sociales, heeft betrekking op het laatste probleem. Zijn boodschap is uiteindelijk niet bemoedigend, maar zijn beschouwing verrast.

Schnapper plaatst zich met zijn essay in de rij beknopte analyses van de natie van Ernest Gellner, Benedict Anderson, Anthony Smith, Karl Deutsch en Eric Hobsbawm. De kracht van deze studies ligt in de keuze van een perspectief: de auteurs streven niet naar volledigheid maar doen een voorstel om de natie op een bepaalde manier te beschouwen. In het verlengde hiervan kiest ook Schnapper een eigen benadering. Hij verwijt zijn voorgangers een schromelijke verwaarlozing van de politieke kant van de natie. Daarmee plaatst hij zich in de internationale discussie - die hij anders dan veel van zijn landgenoten goed kent - maar zet hij ook de Franse traditie voort waarin sinds de Franse Revolutie de natie als de politieke gemeenschap van burgers beschouwd is. Het is geen wonder dat hij met zijn elegante boek de Prix de l'Assemblée Nationale verwierf.

Constructie

Schnapper geeft een eigenzinnige interpretatie van de natie. De natie is de communauté des citoyens, de gemeenschap van burgers, en bezet daarmee het terrein tussen staat en etnische groepen. De etnische groep kent een gedeelde geschiedenis en cultuur en streeft ernaar deze te behouden. Een 'etnie' is dus geen 'natuurlijke' groep; ze is gegroeid en wordt bewust in stand gehouden. Maar een etnie is nog geen natie - Schnapper wijst de associatie van de natie die hij beschrijft met sectarisch etnisch nationalisme van de hand. Om een natie te zijn is een moderne staat vereist: zonder politieke eenheid geen natie.

De moderne democratische natie-staat zoals die zich in de loop van de negentiende eeuw heeft ontwikkeld, berust op een zekere gemeenschappelijkheid in taal en gebruiken onder zijn burgers en heeft in deze zin 'etnische' wortels, maar hij groeit daar bovenuit. Schnapper benadrukt het rationele en abstracte karakter van de natie. Anderson heeft de natie een 'imagined community' genoemd en vaak wordt de natie 'ontmaskerd' als niet meer dan een constructie, maar, zegt Schnapper, het abstracte geconstrueerde karakter van de natie is toch juist haar kracht? Gelijkheid voor de wet neutraliteit in religieus opzicht, burgerschap in plaats van verwantschap, neutraal onderwijs in plaats van sociale controle: is de abstractie van de nationale staat geen zegening?

Er is echter een probleem. De democratische nationale staat kan slechts in leven blijven door de betrokkenheid van de burgers. Zij moeten het besef hebben deel te nemen aan een gemeenschappelijk project en Schnapper doet pogingen de politieke traditie en het daarin besloten politieke project van een reeks van naties te omschrijven. Veel meer dan een schematisch overzicht kan dit in het bestek van zijn boek niet zijn. Maar het overzicht maakt wel de zwakke zijde van de analyse duidelijk.

Terecht benadrukt hij de politieke dimensie van de natie, mooi laat hij in het voorbijgaan zien dat klassieke sociologen als Weber en Durkheim de nationale staat eigenlijk als uitgangspunt namen zonder de politieke zijde ervan te bestuderen, overtuigend verwijt hij Gellner en Anderson veronachtzaming van de problematiek, maar ook zijn eigen analyse kent haar blinde vlek. In zijn verhaal is namelijk de ontwikkeling van de natie niet meer dan de integratie van telkens nieuwe groepen in het oorspronkelijke project van de natie. Dat in de natie-staat een politieke strijd gestreden werd tussen groepen die ieder een eigen visie op de natie formuleerden en dat de burger zich in de regel niet (alleen) rechtstreeks bij de natie betrokken voelde maar juist vaak allereerst bij de politieke groep waartoe hij behoorde laat Schnapper onbesproken. Het leidt tot een voorstelling van zaken waarin de inwoner nauwelijks een eigen inbreng in de natie heeft maar via instellingen wordt opgevoed tot staatsburger.

De verhouding tussen natie en burger lijkt dan dus grotendeels éénrichtingsverkeer van boven naar beneden. In dit kader beschrijft de auteur nota bene naast het onderwijs het leger als instituut dat 'alle' burgers vormt; nergens geeft hij er blijk van zich te realiseren dat het in dit geval toch slechts om alle burgers van één sekse gaat.

Erosie

Schnapper blijft met dit al opgesloten in een oorsprongsmythe: een werkelijke ontwikkeling - in de zin van verandering - van de natie door bijvoorbeeld politieke strijd lijkt in dit perspectief onmogelijk, omdat het project van een natie eens en voor altijd 'in het begin' is vastgelegd. De pessimistische opmerkingen waarmee het boek opent en eindigt komen daarmee in een ander licht te staan. De auteur meent dat de moderne maatschappij zozeer wordt beheerst door economische produktie en hedonistische consumptie, dat burgerzin en politieke banden hun kracht hebben verloren en de natie dreigt te verdwijnen.

Maar is het probleem niet vooral de teloorgang van politieke bewegingen? Nu internationalisering de armslag van de nationale staat verkleint en ideologieën met een duidelijke visie op de toekomst van de staat veel van hun aantrekkingskracht hebben verloren, zijn de tegenstellingen tussen politieke bewegingen verflauwd. Daarmee verliezen veel burgers het idee door hun politieke keuze de richting van de natie te kunnen beïnvloeden. Het is mogelijk dat juist daardoor de betrokkenheid bij de politieke natie afneemt.

En passant wordt zo ook duidelijk waarom in Nederland juist politicologen zich de laatste tijd zorgen maken over de toestand van de natie. De natie-staat is lang het vanzelfsprekende kader geweest waarbinnen zich het politieke debat afspeelde, maar is nu aan erosie onderhevig. Nationale eigenaardigheden zullen niet snel verdwijnen, maar kan de natie het kader voor politiek blijven of weer worden?

Wie meent dat dit wenselijk en mogelijk is, zal moeite hebben een geschikt instrument te vinden om zijn doel te bereiken. Het opstellen van een catalogus van nationale deugden brengt ons weinig verder; het is een betrekkelijk willekeurig conserverende onderneming die de discussie dood slaat voor ze goed en wel begonnen is. En de discussie, daar gaat het om. Het gevaar dat de politieke natie bedreigt is niet een gebrek aan eenheid, maar een gebrek aan meningsverschil. De politieke natie wordt er niet beter van als ze wordt toegejuicht, laat staan aanbeden. Maar misschien is ze de moeite waard als de vertrouwde plek waar we het met elkaar oneens kunnen zijn.