Moordpartij bij Grozny aanleiding; Vredesberaad over Tsjetsjenië gestaakt

MOSKOU, 8 JULI. De onderhandelingen over een oplossing van het conflict in Tsjetsjenië zijn gisteren van Tsjetsjeense zijde afgebroken. Reden daarvoor is een nog onopgeloste moord, vrijdagmorgen vroeg, op ten minste zeven bewoners van een boerderij aan de rand van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny. Van Russische zijde wordt elke betrokkenheid bij de schietpartij ontkend.

Het afbreken van de onderhandelingen komt daags nadat de man die vorige maand de bloedige gijzelingsactie in Boedjonnovsk leidde, Basajev, met nieuwe terreuraanslagen dreigde als de besprekingen niets zouden opleveren. De onderhandelingen zijn of waren de eerste serieus ogende poging een eind te maken aan de nu zeven maanden durende oorlog in de Kaukasische deelrepubliek.

“De besprekingen kunnen uitsluitend worden hervat als de schuldigen aan de moord op de zeven bewoners van de derde sovchoze worden gevonden”, zei de leider van de Tsjetsjeense delegatie, Oesman Imajev, gisteren in Grozny tegen een spontaan bijeengekomen menigte van ongeveer duizend demonstranten. “Hoeveel geweld de Russen ook zullen gebruiken, zij zullen nooit het Tsjetsjeense volk onderwerpen”, aldus Imajev, die tranen in de ogen had en het lichaam van een vermoord tweejarige meisje in zijn armen hield.

Later op de avond gaven beide onderhandelingsdelegaties een gemeenschappelijke verklaring uit dat de besprekingen zouden worden hervat. Een tijdstip en de voorwaarden voor de hervatting werden echter niet genoemd.

De Russische televisie liet gisteravond beelden zien die erop duidden dat de bewoners van de boerderij niet ver van de Tsjetsjeense hoofdstad in koelen bloede waren doodgeschoten. Zij waren ongewapend en lagen op en naast hun bed. Onder de slachtoffers was een man van tachtig. Ook enkele kinderen vonden bij de moordpartij de dood.

Getuigen zeiden dat zij mannen in camouflagepakken in een pantserwagen van de boerderij hadden zien wegrijden. Tsjetsjenen legden de zeven doden op een open vrachtwagen en reden deze naar het centrum van Grozny, alwaar een demonstratie ontstond. Hoewel volgens het persbureau ITAR-TASS inmiddels vier Russische militairen zijn gearresteerd, ontkennen de autoriteiten elke bemoeienis met de schietpartij.

Russische defensiefunctionarissen die anoniem wilden blijven, spraken van “een klassiek geval van provocatie”. “Het is niet moeilijk in Tsjetsjenië aan Russische uniformen en wapens te komen”, zo zei een militair tegen het persbureau Interfax. Hij wees erop dat “onder de aanhangers van Doedajev nog genoeg mensen zijn die belang hebben bij verder bloedvergieten”.

De afgelopen dagen hebben beide partijen elkaar al beschuldigd van schendingen van het staakt-het-vuren dat de Russische premier, Tsjernomyrdin, vorige maand heeft laten afkondigen in ruil voor vrijlating van de gijzelaars in Boedjonnovsk.

Pag.4: 'Tsjetsjenen willen zich hergroeperen en dan aanvallen'

De minister van defensie, Gratsjov, zei dat volgens hem de Tsjetsjeense strijders de onderhandelingen slechts gebruiken om zich te hergroeperen en dan opnieuw aan te vallen.

De besprekingen waren maandag onder druk komen te staan toen de Tsjetsjeense president, Dzjochar Doedajev, weigerde als onderdeel van een vredesregeling af te treden. Inzet van de besprekingen was de zogeheten nul-optie, volgens welke zowel Doedajev als de leiders van de door Moskou gesteunde nieuwe Tsjetsjeense regering zouden aftreden. Daarna zouden verkiezingen worden gehouden waarna Moskou met de nieuw gekozen leiders verder zou praten over de toekomstige status van de Kaukasische deelrepubliek.

De besprekingen kwamen vervolgens verder onder druk toen dinsdag een decreet werd gepubliceerd waarin president Jeltsin een juridische basis gaf aan een permanent verblijf van Russische troepen in Tsjetsjenië. Zowel de Tsjetsjeense als de Russische onderhandelaars toonden zich onaangenaam verrast. Ruslands onderhandelaar, Arkadi Volski, zei later dat hij een wijziging van het decreet toegezegd had gekregen. Volski, die zijn bestuurlijke carrière begon al secretaris van voormalig KGB-chef en partijleider Joeri Andropov, werd eind jaren tachtig ook al eens ingeschakeld bij een conlfict in de Kaukasus. Toen moest Volski in opdracht van president Michail Gorbatsjov van de Sovjet-Unie bemiddelen bij het ontluikende conflict om de Armeense enclave Nagorny Karabach in de toenmalige sovjet-republiek Azerbajdzjan.

Het gewraakte decreet van dinsdag is gisteren inderdaad aangevuld. In de nieuwe tekst staat dat “rekening moet worden gehouden met de gevolgen van het regelen van de crisis in de Tsjetsjeense republiek en met de instructies van de president”. Jeltsin wijst er in het nieuwe decreet verder op dat het decreet van 3 juli moet worden uitgevoerd in overeenstemming met artikelen 5 en 17 van weer een ander decreet over de landsverdediging. In die artikelen, zo legden ambtenaren van het ministerie van defensie gisteren uit, staat dat de president steeds het laatste woord heeft bij het stationeren van troepen.

Premier Tsjernomyrdin zei gisteravond dat hij de onrust over het decreet begrijpt maar dat er overigens niets buitengewoons aan de hand is. “Dit is wat we in alle regio's doen”, aldus de premier. Interfax berichtte dat de premier wel van mening was dat het tijdstip van het decreet “waarschijnlijk een beetje slecht gekozen was”.

Tegelijkertijd benoemde Jeltsin een nieuwe commandant voor de Russische troepen. Luitenant-generaal Anatoli Sjirokov is de opvolger van brigade-generaal Koelikov die eerder tot minister van binnenlandse zaken werd benoemd, een post die vorige week vacant werd door het ontslag van Viktor Jerin die verantwoordelijk werd gesteld voor de mislukte poging om de gijzeling in Boedjonnovsk gewapenderhand te beëindigen.