Lotto-ballen beter bekeken dan Tour

ROTTERDAM, 7 JULI. Het waren mooie tijden voor touringcar-bedrijven, de jaren van Winnen, Breukink en de 'wielertweeling' Rooks-Theunisse. Busladingen wielersupporters trokken naar de top van l'Alpe d'Huez, waar jaren achtereen Nederlandse successen werden gevierd.

Tot vreugde van Lianne van Vliet van de Snelle Vliet, die de afgelopen veertien jaar Tour-trips heeft georganiseerd. “In die tijd stonden er tientallen autobussen op de top met alleen maar Nederlanders. Maar de laatste keer dat de Tour op l'Alpe d'Huez kwam, stonden er nog maar zes.”

De Tour de France is in Nederland niet meer zo populair. Minder mensen kijken naar de Ronde op tv en organisatoren van Tour-trips krijgen hun bussen nauwelijks vol. De wielrenunie heeft steeds minder actieve leden en ook de racefiets-verkoop loopt al jaren terug.

Halverwege en eind jaren tachtig keken elke dag gemiddeld één miljoen mensen naar de tv-uitzendingen van de Ronde van Frankrijk. Gemiddeld, want bijna het dubbele aantal zat jaarlijks voor de buis bij de traditionele slot-etappe naar Parijs. De eerste ritten van de Tour van dit jaar mogen zich in de belangstelling verheugen van zo'n 400.000 kijkers, nog minder dan de Lotto-ballen. “Maar dan moet je wel rekening houden met een ander medialandschap”, zegt Marjan Hammersma van NOS kijk- en luisteronderzoek. “Het aantal zendgemachtigden is de afgelopen tien jaar drastisch gestegen.”

Tv-commentator Mart Smeets zegt in TV Magazine wel rekening te houden met de teruglopende kijkcijfers: “Interviews maak ik nauwelijks meer, want vaderlandse kanshebbers zijn er toch niet.” Het is de neerwaartse spiraal in de sport: de prestaties van de deelnemers uit eigen land worden minder, daardoor neemt de uitstraling van de sport af, staat er minder talent op en lopen de prestaties verder terug.

“De identificatie met een succesvolle renner ontbreekt”, meent directeur Frank Buddels van de Koninklijke Nederlandse Wielrenunie (KNWU). Ook de KNWU wordt geconfronteerd met een tanende interesse in het fietsen. Terwijl de Tour door Frankrijk trekt, kwam op het bondsbureau de mededeling binnen dat 1.500 leden hun licentie niet wensten te verlengen. “Een deel heeft gewoon geen zin meer, een ander deel stelt werk en studie boven het fietsen”, aldus Buddels.

De organisatrice van busreizen naar aankomstplaatsen van de Tour, zegt aan alles te merken dat de Ronde van Frankrijk niet meer is wat het ooit was. Van Vliet: “De reclamecaravaan wordt steeds korter, de bedrijven delen bijna niks meer uit. 's Avonds zijn we na een etappe al om half negen in het hotel. In de 'Rooks-Theunisse-jaren' kwamen we pas om een uur of twee 's nachts terug.”

De tanende populariteit van de Tour trekt zelfs sporen in het gezicht van een sigaren- en bladenverkoper uit Leiden. Hij kijkt triest naar zijn stapel Tour-bladen. “Ik krijg normaal gesproken twee wielerbladen, maar er zijn nu vier speciale Tour-magazines bijgekomen. Ik geloof niet dat ik er vanaf kom.” Maar er is een lichtpuntje: de Tour-pools. Elk bedrijf heeft tegenwoordig zijn eigen Tourspel. Wielerdeskundigen en -leken stellen een ploeg samen en via soms uiterst ingewikkelde berekeningen (op basis van punten voor ritwinnaars en klassementenleiders ) houden ze de prestaties van de renners bij. “Een paar weken voor de Tour kwamen hier veel mensen een Tour-special kopen om hun eigen ploegje samen te stellen”, zegt de sigarenman. Volgens hem is de populariteit van de Tour daardoor niet dramatisch gedaald. “Hoewel de Nederlanders de laatste jaren nog geen deuk in een pakkie boter rijden”.

Woordvoerder Van Wijk van fietsfabrikant Batavus heeft de populariteit van de Tour-pools ook ondervonden. “We worden platgebeld door mensen die vragen om posters, affiches en dergelijke als prijsjes voor hun Tourspel. Maar dat zegt niets over de populariteit van het fietsen in Nederland.” Aan de verkoopcijfers van racefietsen kan hij niet onmiddellijk de prestaties van Nederlanders aflezen. “Toen Rooks en Theunisse het zo goed deden, nam de belangstelling voor onze racefietsen wel toe, maar de mensen moeten die dingen ook nog kopen, hè.” Er is volgens Van Wijk een trendverschuiving van racefietsen naar Mountain- en Citybikes. “Een verschuiving, geen afname, want Nederlanders fietsen nog even veel.”

Dat blijkt ook uit landelijke cijfers. De Nederlanders mogen het dan al jaren slecht doen in de Tour en de kijkdichtheid rond het wedstrijdfietsen mag dan teruglopen, de populariteit van het fietsen is in Nederland nog altijd groot. Jaarlijks gaan er 1,3 miljoen nieuwe fietsen langs de toonbank. Maar daar zijn steeds minder racefietsen bij. Van 1993 naar 1994 daalde de Nederlandse produktie van het aantal racefietsen met liefst veertig procent.