Liberalen moeten schuld bij kapitalisme zoeken

Ook een liberaal politicus moet moraliseren, schreven K. Groenveld en G.A. van der List in de krant van 15 juni. Volgens Hans Wansink gaan zij er stilzwijgend aan voorbij dat het zo door de liberalen omarmde kapitalisme de voornaamste aanjager is van het morele verval.

Met de liberalen kun je alle kanten op. Zij streven naar 'een zo groot mogelijke vrijheid van het individu', maar ze verschillen van mening over de vraag hoe groot die vrijheid kan zijn. Over de primaire taken van de staat zijn de liberalen (en niet-liberalen) het eens: wetgeving, rechtspraak, politie en strafuitvoering. Onmiddellijk daarna beginnen de meningsverschillen.

Een voorbeeld is het leerstuk van de vrije markteconomie. Het onversneden liberale weekblad The Economist bijvoorbeeld ziet als logische consequentie van dit beginsel de legalisering van de handel in drugs en de onbeperkte immigratie. VVD-leider Bolkestein is het hier niet mee eens, maar is op zijn beurt weer méér vrijhandelsgezind dan zijn conservatieve partijgenoten. Zo strandde een wetsontwerp 'Openbaarheid van het kartelregister' van staatssecretaris Bolkestein op een meerderheid van CDA èn VVD in de Eerste Kamer. Conclusie: Men wint geen stemmen met vrijhandel, wèl met protectionisme.

Een ander voorbeeld is de vraag of de representatieve democratie moet worden aangevuld met vormen van directe democratie. Het wetenschappelijk bureau van de VVD, de Teldersstichting, schreef in 1988: “Liberalen hopen dat de volksvertegenwoordigers tot de geestelijke elite van de samenleving zullen behoren, die betere beslissingen kunnen nemen dan de bevolking als geheel.”

The Economist daarentegen is voorstander van referenda, omdat allerlei belangenbehartigers de volksvertegenwoordigers voor hun karretje spannen en omkopen. Bij een volksraadpleging zullen de lobby's met argumenten moeten komen - al was het maar omdat het omkopen van de héle bevolking een kostbare affaire zou worden.

Het is dan ook een goede zaak dat de Nederlandse liberalen, verenigd in de VVD, zich bij tijd en wijle rekenschap geven van het soort liberalisme dat hen het meeste aanspreekt. Zowel VVD-leider Bolkestein (in zijn recente boek Het heft in handen) als de Teldersstichting (in: Liberalisme. Een speurtocht naar de filosofische grondslagen uit 1988) hebben zich bekend tot het 'utilitaristisch liberalisme'. Deze variant ziet de mens als een wezen dat zijn nut wil maximaliseren en streeft naar wat hem van moment tot moment leuk, handig, aangenaam of plezierig lijkt. Als iets niet lukt, stelt hij zijn doeleinden bij en probeert hij iets anders.

Het universele verschijnsel schaarste noopt deze calculerende burger tot het afwegen van kosten en baten. Doordat de mens leeft te midden van anderen, past hij zijn gedrag aan naar wat van hem wordt verwacht. Het utilitaristische liberalisme legt de nadruk op negatieve vrijheid: het niet binnendringen van anderen is de voorwaarde voor de vrijheid van het individu.

De VVD-denkers bakenen zo hun positie af ten opzichte van de meer linkse 'ontplooiingsliberalen'. Deze liberalen, te vinden in de VVD, maar ook in D66 en de PvdA, zien de beschikbaarheid van middelen als voorwaarde voor de vrije ontplooiing van het individu. Deze positieve vrijheid veronderstelt interventie van de staat als herverdeler. In de ogen van de utilitaristen nodigt de verzorgingsstaat burgers echter uit de verantwoordelijkheid voor hun zaken op de overheid af te schuiven en zo anderen voor hun fouten te laten opdraaien.

Bolkestein en de Teldersstichting stellen tegenover de verzorgingsstaat, die paternalistisch is en onverantwoordelijk gedrag uitlokt, hun waarborgstaat. Deze staat garandeert bestaanszekerheid op het minimumniveau voor mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen: werklozen, zieken, bejaarden, kinderen, gehandicapten en immigranten. De voorziening in bovenminimale uitkeringen wordt geprivatiseerd. De staat onthoudt zich verder van herverdeling van inkomen.

Dit interessante standpunt vereist nadere uitwerking. Volgend jaar immers zullen kabinet en parlement zich buigen over de vormgeving van het stelsel van sociale zekerheid. Die discussie zou de VVD met een uitgewerkt plan voor een basisstelsel richting kunnen geven.

Aan de andere kant van het politieke spectrum bepalen de utilitaristen hun standpunt ten opzichte van de conservatieven (al dan niet in de gedaante van christendemocraten of 'communitaristen', die gemeenschapszin propageren en individualisme veroordelen als ontaardend in desintegratie).

In 1990 schreef Bolkestein (in Liberalisme en conservatisme): “Socialisten en conservatieven hebben weinig waardering voor de revolutionaire kracht van het concurrentiebeginsel, dat geen maatschappelijke positie respecteert. Liberalen willen de mensen opvoeden tot concurrerende individuen die zich een weg kunnen banen in de wereld en zich weten te verzetten tegen de staat. Voor de eersten is stabiliteit het ideaal, voor laatstgenoemden dynamiek.”

Groenveld en Van der List van de Telderstichting presenteerden in deze krant van 15 juni een samenvatting van het zojuist verschenen rapport Tussen vrijheid en paternalisme. Nu blijkt het opeens om een ander soort opvoeding te gaan. De calculerende en concurrerende, naar nutsmaximalisatie strevende burger moet vandaag de dag fatsoen en beschaving worden bijgebracht - door de politici en door de overheid. De conservatieven overdrijven enigszins, meent de Telderstichting. Van een algeheel verval van normen en waarden is geen sprake. Maar toch, de enorme stijging van de criminaliteit gedurende de laatste dertig jaar heeft te maken met individualisering en het afnemen van sociale controle.

Groenveld en Van der List constateren onachtzaamheid bij de liberalen: “Moraliseren werd wel als een typische hobby van christen-democraten en conservatieven gezien.” Ze erkennen dat het utilitaristische 'gewoon jezelf zijn' niet bevorderlijk is voor een actieve bemoeienis met de publieke moraal.

Conclusie van de Telderstichting: individualisering schept meer ruimte voor asociaal en onfatsoenlijk gedrag. Het doel van de liberale politiek moet zijn die “neveneffecten tot een minimum te beperken door te werken aan de totstandkoming van een tot verantwoordelijk gedrag motiverende publieke moraal en maatschappijvorm”.

Het recept van de Telderstichting is nogal mager. Het gaat niet verder dan de burger vermanend toespreken, de waarborgstaat invoeren, daardoor geld overhouden om de politie en het justitiële apparaat te versterken en het revitaliseren van de oude wijken door sociale vernieuwing. Hoe moeten sociale verbanden worden hersteld? Wat is de betekenis van het gezin in het overdragen van fatsoen en welke consequenties moet de overheid daaruit trekken? Moet gestreefd worden naar volledige werkgelegenheid voor laaggeschoolden en, zo ja, is invoering van de waarborgstaat dan afdoende?

Maar er is meer aan de hand. De VVD neemt de conservatieve kritiek niet serieus als zij haar reduceert tot 'neveneffecten' van de individualisering. Het conservatisme keert zich immers tegen de optimistische gedachte dat de mens zich door de rede laat leiden. Zoals J.L. Heldring schreef (in het genoemde rapport Liberalisme en conservatisme): “Het kwaad of het lijden is geen tijdelijk verschijnsel - geen verschijnsel dat toegeschreven kan worden aan verkeerde of veranderbare maatschappelijke structuren - maar is ingebakken in de condition humaine, maakt deel uit van het menselijk tekort.”

Van groot belang is dat conservatieven weinig waardering hebben voor het kapitalisme. Zij zien het als een medogenloze vernieler van waarden en tradities, als een permanente opwekker van onlesbare verlangens en onblusbare begeerten, van steeds hogere verwachtingen en steeds sterker ongeduld. Het kapitalisme heeft zo de voorwaarden van zijn eigen opkomst ondergraven, namelijk het morele stelsel van niet-economische verbintenissen en wederzijdse verplichtingen, van rechten en plichten, deugden en zonden, beloningen en straffen. Dit morele stelsel is niet langer het kompas dat de betrekkingen tussen de mensen richting geeft.

Kortom: eigen schuld! In de ogen van de conservatieven heeft juist die door de VVD-denkers omarmde kapitalistische 'nutsmaximalisatie' geleid tot maatschappelijke desintegratie - tot dezelfde 'Amerikaanse toestanden', die ook door Bolkestein worden veroordeeld. Van deze fundamentele kritiek moeten de liberalen zich rekenschap geven, vóórdat ze ons belerend toespreken.