Leiden bouwt aan nieuw natuurhistorisch museum

LEIDEN, 8 JULI. Op een onverwacht idyllisch plekje bij het NS-station Leiden ligt, verscholen achter het hoge Academisch Ziekenhuis en tussen het groen, het 17de-eeuwse Pesthuis, een monumentaal bakstenen gebouw met hoge ramen en rode dakpannen. Tot voor kort zat er het Legermuseum in, nu wordt het gerenoveerd om onderdeel te gaan uitmaken van wat wordt genoemd het grootste museumproject in Nederland van de laatste vijftig jaar. Samen met een nog te bouwen modern pand met strakke lijnen en een gebogen voorgevel wordt het Pesthuis straks het nieuwe onderkomen van het Nationaal Natuurhistorisch Museum, dat nu nog over zo'n zeven locaties in de stad is verspreid. Een loopbrug zal de twee gebouwen verbinden. In 1998 moet het nieuwe complex opengaan. De totale kosten bedragen 125 miljoen gulden. Ter vergelijking: het prestigieuze Groninger Museum kostte 47 miljoen.

Het per 1 juli verzelfstandigde Leidse museum beschikt met meer dan 10 miljoen objecten op het gebied van planten, dieren, mineralen en gesteenten over de grootste museale collectie van Nederland. De zoölogische afdeling omvat dieren in alle maten en soorten, in skeletvorm, opgezet of op sterk water, vanaf de kleinste teek tot en met de twee potvissen die kort geleden in Scheveningen aanspoelden. Tot de topstukken horen 60 miljoen jaar oude skeletten van een dinosauriër, een maashagedis en een vliegende sauriër.

In het nieuwe gebouw, aan de overkant van de Darwinweg waaraan het Pesthuis ligt, komen de laboratoria, kantoren, bibliotheek en tentoonstellingszalen. Daar komt ook de vaste opstelling. Deze wordt verdeeld over zeven thema's, te beginnen, op de benedenverdieping, met de oerknal. Een parade van fossielen zal daar een indruk geven van de ontwikkeling van het leven op aarde. Een grote stamboom met informatie over de onderlinge verwantschappen in het dierenrijk boort zich vanaf deze verdieping door het plafond naar de ruimte erboven waar de hedendaagse natuur aan bod komt. Deze wordt, zegt hoofd marketing en public relations drs. F. de Leeuw, uitgebeeld in 'een stille dierentuin', volgens de indeling van de Zweedse natuuronderzoeker Linnaeus (1707-78) die tijdens zijn leven ook Leiden heeft aangedaan. Andere thema's zijn de geologische processen in het binnenste van de aarde, de evolutie, Nederlandse landschappen, de relatie tussen mens en natuur in verschillende culturen in de wereld en ecosystemen. Kostbare edelstenen komen in een speciale 'schatkamer'.

In totaal krijgt het complex 5000 m2 tentoonstellingsruimte. Een 60 meter hoge toren in de nieuwbouw doet dienst als depot en krijgt een klimaatbeheersing die optimale omstandigheden moet creëren voor het kwetsbare, organische materiaal. Het Leidse architectenbureau Verheijen-Verkoren-De Haan heeft de hoogte van de toren afgestemd op die van andere gebouwen in de directe omgeving: het ziekenhuis en een off-shorebedrijf.

Het Pesthuis is gebouwd in een carré rondom een grote binnenplaats met zuilengalerij en is omringd door een gracht met bruggetjes. Daarin komt de hoofdingang en verder is er ruimte voor een restaurant, een auditorium, tijdelijke tentoonstellingen en een Natuur Informatie Centrum waar het publiek met vragen of voor studiedoeleinden terecht kan. Tijdelijke exposities krijgen er een cultureel tintje. Ze zullen gericht zijn op de culturele context en de kunstzinnige verbeelding van natuurhistorische onderwerpen. Aan de voorkant van het Pesthuis komt een openbaar park waarin een relatie zal worden gelegd met het museum.

Het Natuurhistorisch Museum bestaat 175 jaar. Het werd op 9 augustus 1820 opgericht door Koning Willem I, die ook een historische verzameling edelstenen schonk. De basis werd echter al gelegd in 1590 met de stichting van de Hortus Botanicus als instituut voor botanisch onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek is altijd een van de belangrijkste activiteiten van het museum geweest. Zo heeft het veel betekend voor de taxonomie, het systematisch beschrijven en indelen van dier- en plantesoorten. De afdeling geologie is gespecialiseerd in het Iberisch Schiereiland, de zoölogie vooral in Zuidoost-Azië. De Leeuw: “We hebben bijvoorbeeld een bijzondere collectie uit Japan die is verzameld door Von Siebold, de Duitse arts die werkte in Nederlandse dienst, en die ook een belangrijke deelcollectie aan het Museum voor Volkenkunde heeft geschonken. Ons museum bezit van hem onder andere mooie tekeningen van Japanse flora en fauna.”

Al in 1986 besloot de regering de nationale natuurhistorische presentatie in Leiden onder te brengen. De kosten van de nieuwbouw en de renovatie van het Pesthuis bedragen 87 miljoen gulden. Dat wordt gefinancierd door een publiek-private samenwerking tussen het ministerie van OC en W, de Rijksgebouwendienst, de gemeente Leiden, een projectontwikkelaar en een belegger. De inrichting komt op 38 miljoen. De exploitatie kost jaarlijks 12 miljoen. Gestreefd wordt naar een bezoekersaantal van 150.000 per jaar.

De bouw heeft een jaar vertraging opgelopen door bezwaarschriften uit de bevolking. Op grond daarvan is een nieuw ontwerp voor de brug gemaakt - de oude ontnam het zicht op de hoofdingang - en is een muur die vroeger in het Pesthuis mannen en vrouwen moest scheiden, gespaard gebleven. Voor bewoners van enkele huizen die moesten worden gesloopt is vervangende woonruimte gevonden. Een paar mooie, oude huizen naast het Pesthuis blijven staan. De enige smet op het blazoen kan nog worden geworpen door een lopende procedure voor de Raad van State. Deze gaat over het maken van een gat in de historische gevel dat nodig is voor de aansluiting van de loopbrug tussen de twee gebouwen. De Raad van State behandelt het bezwaarschrift op 21 augustus.