Kennis in beweging

Naar aanleiding van de discussie over extra uitgaven voor het technologisch onderzoek, i.e. de nota van minister Wijers 'Kennis in beweging' (NRC Handelsblad, 21 juni e.v.) het volgende. De ministers die achter deze nota staan - Wijers, Van Aartsen en Ritzen - willen het achtergebleven technologisch onderzoek in Nederland versterken. Op zich positief. Het komt alleen vreemd over dat dezelfde ministers ook bezig zijn om de kennisinfrastructuur, waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn, af te breken.

Het kennisapparaat waar bijvoorbeeld minister Van Aartsen verantwoordelijk voor is, de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO; circa 3.000 werknemers), is bezig met de grootste bezuinigingsoperatie in zijn geschiedenis. Die bezuinigingen komen voor een belangrijk deel ten laste van juist het technologisch innovatieve onderzoek van DLO, omdat de vrij omvangrijke onderdelen van deze organisatie die verantwoordelijk zijn voor natuurbeheer en uitvoering van wettelijke taken, om uiteenlopende redenen veel minder worden getroffen door bezuinigingen.

Onder de onderzoeksgroepen die zich binnen DLO bezighouden met technologische innovaties bevinden zich precies dié groepen die minister Wijers graag ziet: onderzoeksgroepen van voldoende omvang, met een internationale reputatie op het gebied van technologische innovatie en een uitgebreid netwerk in industriële samenwerking in binnen- en buitenland. Deze groepen dreigen nu te worden opgeheven om enkele miljoenen te besparen en vervolgens (elders?) weer te worden opgebouwd ten koste van vele tientallen miljoenen.

Omdat het opbouwen van goede onderzoeksgroepen bovendien vele jaren kan duren en niet altijd tot voorspelbaar succes leidt, rijst de vraag of de linkerhand wel weet wat de rechterhand doet.