Gratuit

De poging tot bespreking door Samuel de Lange van mijn boek Een nieuwe wereld (Boekenbijlage, 1 juli) is van het soort waarin de recensent niet probeert duidelijk te maken wat de auteur heeft beoogd en in hoeverre hij hierin is geslaagd, maar integendeel wat hij lijkt te hebben beoogd en waarin hij heeft gefaald. Ik beperk mij tot enige opmerkingen, te beginnen met deze typische zinsnede: “Het boek spreidt bovendien een gratuite verontwaardiging over de vervolging van de joden en moren na de val van Granada in 1492 ten toon.” Ten eerste begrijp ik niet wat in dit verband de bedoeling is van het adjectief 'gratuit' en ten tweede heb ik juist proberen duidelijk te maken, hoe heel anders de lotgevallen van de moren in dit Spanje zijn geweest dan die van de joden. Welke differentiatie mij de lof opleverde van dr. G.W. Drost, die in 1984 in Leiden promoveerde op 'De Moriscos in de publicaties van Staat en Kerk (1492-1609). Een bijdrage tot het historisch discriminatieonderzoek'.

Zijn eigen eruditie spreidt De Lange ten toon in enige detailcorrecties, waarvan ik hem op verzoek nog wel een aantal had kunnen verstrekken. Wat hem kenmerkt, is dat hij niet vermeldt dat het inderdaad vreemde adjectief 'spaars' voorkomt in de uitvoerige en compacte 'bibliografische oriëntatie en bronnen'. Maar deze waren kennelijk geen vermelding waard, evenmin als de kleinigheid dat een internationaal beroemd figuur als Theodoor de Bry in dit land nog altijd onbekend lijkt te zijn (pag. 427).

Dat ik mij in mijn summiere beschrijving van de carrière van de Portugese prins Hendrik de Zeevaarder heb laten ontvallen dat deze in 1415 'de tegenover Granada gelegen Moorse vestingstad' Ceuta heeft veroverd (pag. 25), is, toegegeven, van een laakbare slordigheid, die Samuel de Lange kan laten twijfelen aan mijn kaartkennis. Ik had hier natuurlijk moeten schrijven “de in strategisch opzicht belangrijke Moorse vestingstad Ceuta, die we ten aanzien van Granada kunnen beschouwen als tot op zekere hoogte tegenovergesteld gelegen, met dien verstande dat wij dit tegenovergesteld niet moeten beschouwen in de termen van een Stavoren tegenover Enkhuizen of een Gibraltar tegenover Ceuta”.