Frans-Polynesië is een aantrekkelijk deel van de wereld om mee te pronken; Frankrijk houdt vast aan dure kruimels in oceaan

PAPEETE, 8 JULI. Oscar Temaru, de populaire voorman van de Tahitiaanse onafhankelijkheidspartij, weet dat hij vrijdag 14 juli weer thuis moet zijn. Thuis op Tahiti. Quatorze juillet, de nationale feestdag van de Fransen, moet op het Frans-Polynesische eiland een dag van demonstratie en protest worden tegen de kernproefplannen van de Franse president Chirac. En daar moet Temaru natuurlijk bij zijn.

Oscar Temaru grijpt elke mars tegen de Franse plannen aan om zijn boodschap te verkondigen aan het Tahitiaanse volk: Frans-Polynesië wordt een onafhankelijke staat in de Stille Oceaan. Dat de flamboyante 48-jarige Tahitiaan zelf de eerste president van die staat zal zijn, is overduidelijk.

Het leek er de afgelopen dagen sterk op dat heel Tahiti aan de voeten ligt van Oscar Temaru. Overal viel de lichtblauw-witte partijvlag met gele sterren te ontwaren. Maar schijn bedriegt: zijn achterban valt nogal tegen. Temaru en de zijnen bezitten op dit moment niet meer dan vier van de in totaal 41 zetels in het Frans-Polynesische parlement. Van de 210.000 inwoners van Frans-Polynesië (waarvan Tahiti met 120.000 inwoners het dichtstbevolkte eiland is) stemde tijdens de meest recente verkiezingen amper 15 procent op Temaru. Het gros van de stemmers behoorde tot de twintig procent werklozen die het eiland rijk is.

De meeste Tahitianen prefereren voorlopig onder Frans beheer te blijven. Een van de redenen daarvoor is dat in Frans-Polynesië de afhankelijkheid van Frankrijk en zijn kernproeven groot is. Erg groot zelfs. Liefst 33.000 bewoners van Polynesië zijn voor werk direct afhankelijk van de Franse proeven.

Op zijn beurt lijkt Frankrijk evenmin van plan de Polynesische koloniën op korte termijn een onafhankelijke status in het vooruitzicht te stellen. Ook wanneer Frankrijk - als alles gaat zoals Chirac het wil - in mei volgend jaar de laatste van acht kernproeven heeft uitgevoerd op Mururoa en de testen voorlopig bevoren zullen worden, willen de Fransen dat Polynesië Frans blijft. “Dat doen de Fransen natuurlijk deels omdat ze wellicht in de toekomst dit gebied nog eens uit militaire overwegingen willen gebruiken, net als nu met de kernproeven”, zegt de Tahitiaanse etnoloog Jean Marc Pombra. “Voor een ander deel doen ze het ook uit solidariteit met dit gebied. Maar de Fransen willen hier denk ik vooral niet weg omdat zij in de Stille Oceaan, ver weg van huis, aanwezig zijn, présence hebben. Dat vinden ze heel belangrijk”, legt hij verder uit.

Als blijk van hun solidariteit met Frans-Polynesië sloot de Franse regering in mei 1992 het zogeheten 'Pact of Progress'. In deze verbintenis, die een duur heeft van tien jaar, is vastgelegd dat de Fransen de Polynesiërs direct compenseren voor alle inkomstenderving die zij op korte termijn als gevolg van de kernproeven lijden. Verder verzekert de overeenkomst de eilandbevolking een financiële tegemoetkoming voor de periode waarin een aantal economische en sociale hervormingen wordt doorgevoerd in Frans-Polynesië. Doel van dit alles is de eilanden voor de toekomst grotere financiële verantwoordelijkheid te geven. “Maar dat wil niet zeggen dat Frankrijk daarmee langzaam zijn handen lostrekt van dit gebied. Absoluut niet”, meent Pombra.

Frankrijk investeert via het 'Pact' miljarden francs in de koloniën in de Stille Oceaan. Naar schatting kost Frans-Polynesië de regering in Parijs jaarlijks 117 miljard Frans-Polynesische francs, circa 2,5 miljard gulden. Dat geld gaat vooral naar de 'gemeente-ambtenaren'. Daar zijn er veel van: alleen al in Papeete, de hoofdstad van Tahiti en van Frans-Polynesië, werken 500 man voor de gemeente.

Maar de Fransen vinden de kosten van Frans-Polynesië nog steeds opwegen tegen de baten. “Frans-Polynesië hoort bij Frankrijk. Klaar uit!”, zegt Paul Roncière, de Franse vertegenwoordiger in het gebied, vriendelijk verontwaardigd als hem gevraagd wordt naar de toekomst van deze kolonie. Oud-president Charles de Gaulle typeerde de Polynesische eilandengroep ooit al eens als miettes, als kruimels die de Fransen niet zoveel kosten. Toen Frankrijk zijn Afrikaanse gebieden dekoloniseerde, onder meer omdat De Gaulle bevreesd was dat anders de kosten te groot zouden worden voor zijn land, kwam ook ter sprake of Frans-Polynesië afgestoten moest worden. Maar De Gaulle achtte dat niet wijs. Frans-Polynesië is voor Frankrijk, naast een aantrekkelijk - want ver van huis gelegen - nucleair testgebied, ook een deel van de wereld om mee te pronken. Het eilandenrijk, dat inclusief het zeegebied even groot is als West-Europa, werd door de Fransen ook wel une danseuse chère genoemd, een dure danseres. 'On laisse pas tombé une danseuse', aldus een van De Gaulles adviseurs.

“De verwachting is dat Frankrijk hier voorlopig gewoon blijft zitten. De liefdesband die in de loop der jaren is gegroeid is te sterk om zo maar te verbreken”, zegt Jan den Breejen, de 73-jarige oud-consul-generaal van Nederland die ruim twintig jaar op Tahiti woont en werkt en zich verdiept in de Franse koloniale geschiedenis. “Bovendien, in de liefde rekent men niet. Dus om financiële redenen zullen ze deze eilanden niet wegdoen”, voegt hij eraan toe.

Aan Oscar Temaru zijn dergelijke bespiegelingen niet besteed. “Voeg daar nog eens het zeer conservatieve kiezersgedrag van de Polynesiërs aan toe, en Temaru's kansen om hier ooit een onafhankelijke staat te vestigen, slinken alleen maar verder”, zegt Jean Luc Pombra. “Bijna alle burgemeesters zijn hier de afgelopen jaren herkozen voor nieuwe termijnen. De mensen hier willen zekerheid en zijn bang dat er armoede komt als de onafhankelijkheidspartij van Temaru de macht overneemt”, aldus de etnoloog.

Dit alles neemt niet weg dat de anti-Franse stemming die op dit moment op Tahiti en veel van de andere eilanden in de buurt heerst, een gunstig effect kan hebben op de populariteit van Temaru. En daarom wil hij ook zo graag profiteren van dit moment.

Maar Temaru heeft zichzelf praktisch gezien in een onhandige situatie gemanoeuvreerd. Op dit moment zit hij als speciale gast van Greenpeace op de Rainbow Warrior, het protestschip van de milieu-activisten dat op weg is naar het eiland Mururoa waar Frankrijk zijn kernproeven voorbereidt. Hij heeft zich bereid getoond samen met Greenpeace geweldloos actie te voeren tegen de testen. Zijn aansluiting bij de milieu-activisten was, zo had hij tevoren bedacht, weer een mooie aanleiding voor een luidruchtige bijeenkomst van zijn volgelingen die hem inderdaad met het alternatieve volkslied 'Tavini huira atira' vanaf de kade uitgeleide deden.

Maar het is nu zeer de vraag of Oscar Temaru de veertiende juli, de nationale protestdag op Tahiti, wel op 'zijn' eiland terug is. Greenpeace-woordvoerster Stephanie Mills liet gisteren via de scheepstelefoon weten dat de Rainbow Warrior “de mogelijkheden heeft een paar maanden in de buurt van Mururoa te blijven”. Daarmee is het kat-en-muisspel dat Greenpeace lijkt te willen spelen met de Fransen rond de verboden militaire 12-mijlszone rond Mururoa begonnen. Temaru kan het niet maken het schip midden in de strijd te verlaten, maar wil wel eind volgende week in Papeete terugkeren. “Hij zal wel wat onrustig worden. Maar ik weet zeker dat hij vrijdag weer hier is. Dat mag en kan hij niet missen”, vertelt Annie Rousseau, redacteur van l'Echo, de enige oppositionele krant op Tahiti.