Fondation Hergé wil weer greep op Kuifje

AMSTERDAM, 8 JULI. Mogen beeldend kunstenaars elkaars werk vrijelijk citeren, interpreteren en parodieëren? Ja, zegt de Nederlandse tekenaar Joost Veerkamp. Hij publiceerde vorig jaar in het weekblad Vrij Nederland parodiërende varianten op omslagen van de boeken van Kuifje, waarin Veerkamp commentaar gaf op actuele gebeurtenissen. Zijn kritisch commentaar op de jacht, vervat in de prent 'Avonturen met Kruitje, Dood door hobbyjagers' kreeg wijdere bekendheid doordat de Dierenbescherming er een affiche van maakte, dat onder meer in stations hing.

De erven van Hergé (Georges Remi), de Belgische schepper van Kuifje die in 1983 overleed, bleken er minder gelukkig mee. Hun advocatenkantoor in Nederland, Van der Kroft c.s. in Amsterdam, is in maart van dit jaar namens hen een rechtszaak tegen Veerkamp en Vrij Nederland begonnen wegens inbreuk op het auteursrecht. “Stijl op zich valt niet onder het auteursrecht,” zegt mr. M. Resink van het advocatenkantoor, “Maar vergaande stijlnabootsing wel, en dat is volgens ons hier het geval.” Ze eisen in een bodemprocedure dertigduizend gulden gebruiksvergoeding en nog eens vijftigduizend gulden schadevergoeding.

Veerkamp had eerst toestemming moeten vragen voor hij gebruik had willen maken van de door Hergé gemaakte omslagen, vinden de eisers. “Die toestemming had ik toch niet gekregen, en is ook niet nodig,” redeneert Veerkamp. “Kuifje en het werk van Hergé horen bij de twintigste eeuw. Ik boots het werk van Hergé niet na, ik verwijs ernaar. Kuifje maakt deel uit van onze wereld, net als het werk van Rembrandt en Van Gogh. En als je dat werk als kunstenaar niet meer herinterpreteren of deels gebruiken mag, waar blijf je dan? Als Braque tegen Picasso gezegd zou hebben: ik heb de uitelkaar spattende gitaar bedacht, die mag jij niet schilderen, dan blijft er toch geen kunst over? De interpretaties die kunstenaars geven van de werkelijkheid en van elkaars werk vormen samen de cultuur,” aldus Veerkamp.

Zijn advocaat, mr. G. Kempers in Amsterdam, benadrukt dat ook in zijn vorige maand verzonden conclusie van antwoord aan de rechtbank: 'bij het maken van kunst wordt regelmatig verwezen naar werken van anderen' schrijft hij, zowel in de muziek als in de literatuur en de beeldende kunst. Hij noemt onder meer het werk van pop-art kunstenaars Warhol en Lichtenstein, die veel stripfiguren in hun kunst verwerkten, en waarvan Hergé liefhebber was. (In het kantoor van zijn stichting in Brussel hangen originele Warhols en Lichtensteins).

Het werk van Veerkamp is volgens Kemper duidelijk een verwijzing en geen (illegale) klakkeloze nabootsing. Er zijn bewuste compositorische overeenkomsten met de Kuifje-omslagen, maar de voorstellingen verschillen compleet: het zijn duidelijk eigen werken van Veerkamp, aldus Kemper, niet bedoeld als daadwerkelijke omslagen voor stripalbums. Overigens bestaan er parodieën op Kuifje-albums, meldt hij, zoals Kuifje in Zwitserland en Het sexleven van Kuifje, waarin veel nadrukkelijker naar het werk van Hergé wordt verwezen, die noch door de Nederlandse, noch door de Franse rechter verboden zijn, omdat ze niet als inbreuk op het auteursrecht worden beschouwd. Gisteren werd in Frankrijk wel verkoop en verspreiding van het boek Kuifje en de alcohol verboden.

Nicole de Taeye, advocaat in Brussel en verbonden aan Van der Kroft c.s. vindt dat er een principieel verschil is tussen boeken als Het sexleven van Kuifje en de parodieën van Veerkamp: in het eerste geval is de figuur Kuifje zelf het onderwerp van spot, en dat mag. Maar Veerkamp gebruikt Kuifje volgens haar op ongeoorloofde wijze om andere personen of situaties te bespotten.

De belangen van de erven Hergé worden behartigd door de Fondation Hergé, gevestigd in de voormalige tekenstudio van Hergé aan de Avenue Louise 162 in Brussel. Nick Rodwell is de algemeen-directeur: “Hoewel we gevleid zijn door alle hommages en parodieën die op het werk van Hergé gemaakt worden, hebben we er nu niet zoveel behoefte aan. Ons doel is: de erfenis van Hergé als grafisch kunstenaar zo zuiver mogelijk houden. Al die parodieën vertroebelen het beeld van zijn werk. Wij vinden dat wij het recht hebben om te zeggen: alleen met onze toestemming mogen er interpretaties van het werk van Hergé verschijnen. Dat is ook het geval met de heer Veerkamp. Hij is een briljant kunstenaar, maar kan hij alsjeblieft ophouden Hergé's werk te gebruiken? Dat vragen wij. Hij heeft ons nooit om enige toestemming gevraagd.”

Onder leiding van Rodwell is de Fondation Hergé bezig aan een grote herstructurering, met name van alle licentiehouders. Sinds de avonturen van Kuifje sinds begin jaren negentig op als tekenfilm op video zijn verschenen, en wereldwijd op tv werden uitgezonden, is de populariteit van de getekende jonge reporter enorm gegroeid. De Kuifje-industrie, zowel legaal als illegaal, draait op volle toeren. Er zijn poppetjes van figuren uit de Kuifje-strips, Kuifje-postpapier, kleding met Kuifje, washandjes, borden, en ga zo maar door.

Vanoudsher heeft uitgeverij Casterman in Doornik het recht op het uitgeven van de albums. Het - inmiddels ter ziele gegane - blad Kuifje had weer een andere uitgever. In totaal zijn er 69 bedrijven die het recht hadden om in licentie Kuifje te exploiteren, vertelt Rodwell. “Dat is voor een klein bedrijf als het onze amper te overzien. Er gebeurde veel zonder onze toestemming, tegen de afspraken in. Dat mondt dan weer uit in dure rechtszaken. Vandaar dat we gezegd hebben: we gaan dit half jaar de boel herstructureren. We hebben een deel van de licenties teruggekocht, onder meer van de Kuifje-animatiefilms, die bij het Franse commerciële tv-station Canal Plus berustten. We willen uiteindelijk tien grote licentiehouders overhouden.”

Dat de rechten zo versnipperd waren geraakt, is volgens Rodwell het gevolg van de familie-achtige structuur van het relatief kleine Hergé-bedrijf, waar tien tot vijftien man werken. Hergé wilde niet dat er na zijn dood (in 1983) nog nieuwe Kuifje-albums gemaakt werden. De tekenstudio werd dus opgeheven. Hergé's vrouw, Fanny, sinds twee jaar getrouwd met Rodwell, heeft zich niet veel bemoeid met de bedrijfsvoering van de stichting die overbleef en het bedrijfje dat voor de merchandising van Hergé's werk werd opgezet, Moulinsart S Achtergebleven werknemers handelden min of meer naar eigen inzicht. Zo werd er ook toestemming gegeven voor een boek met hommages aan Kuifje (Nous Tintin), dat deels erotische prenten bevatte, en waar de stichting nu spijt van heeft. Rodwell: “Een koers of beleid was er nauwelijks. De versnippering zette zich door. Om dat proces te stoppen, kiezen we nu voor duidelijkheid. We hebben op onze bescheiden wijze grootse plannen. Er mag niets zonder onze toestemming met het oeuvre van Hergé gedaan worden, die wij als een hedendaagse equivalent van Shakespeare beschouwen. We willen op termijn een Hergé-museum stichten. We zijn bezig met een uitvoerige wetenschappelijke beschrijving van zijn oeuvre, waarvan we een catalogus, mogelijk op cd-i, willen uitgeven. Er wordt, met onze toestemming, aan een grote Hergé-biografie gewerkt, die geschreven gaat worden door Pierre Assouline, die ook een goed gedocumenteerde en geruchtmakende biografie van Simenon heeft geschreven. We zijn dus niet krampachtig bezig van Hergé een soort heilige te maken, anders zouden we zo'n biograaf niet alle medewerking geven,” aldus Rodwell.

Dat de Fondation Hergé de vrijheid van de kunstenaar wil aantasten, bestrijdt Rodwell. “We hebben de Amerikaanse kunstenaar Roy Lichtenstein toestemming gegeven een boekomslag te ontwerpen voor een roman over Kuifje en Hergé, Tintin in the New World door Frederic Tuten. Hergé kende Lichtenstein, en waardeerde hem. Maar goed, wat gebeurt er dan, dan wordt bij een expositie over Lichtenstein in Brussel dat werk weer als affiche gebruikt. Dat willen we niet: we hebben alleen voor het boekomslag toestemming gegeven. Want met al die interpretaties vertroebelt het beeld dat mensen van Hergé's werk hebben. Straks weet men niet meer wat nou nog wel of niet van Hergé was. Wij streven net als Hergé kwaliteit na, zoals we ook in onze Kuifje-winkels laten zien. Dat kan ook best in kunstzinnige interpretaties. Er ligt een plan voor een live-action Kuifje-film van regisseur Claude Berri. Daar hebben we geen bezwaar tegen. Hergé had ook, vlak voor zijn dood, aan Steven Spielberg toestemming gegeven zo'n film over Kuifje te maken, hoewel die film er nooit is gekomen.

“We willen meer greep krijgen op wat er met Hergé's geesteskinderen gebeurt, net zoals een groot bedrijf als Disney dat heeft. Want voor je het weet komen er allemaal illegale artikelen op de markt, waar wij geen weet van hebben. Van de tekeningen van Veerkamp zijn ook posters en kaarten gemaakt, naar ik begreep. Er is in Nederland ook weer een partij van twintig ton illegale kleding ontdekt, met ondermeer Kuifje-opdrukken. Zulke dingen willen we voorkomen.”