Copyright cyberspace is glibberig beginsel

AMSTERDAM, 8 JULI. De Verenigde Naties hebben de alarmklok geluid over de precaire toestand van atollen in tropische gebieden. Een van de initiatieven om hulp te bieden was het opzetten van een geavanceerd computersysteem voor het bewaken van bedreigde koraalriffen, een zogeheten 'geografisch informatiesysteem' (GIS). Dit zou een scala aan oceanografische gegevens en beelden van de onderzeese flora en fauna ter beschikking stellen aan de armlastige eilandstaatjes.

Maar vorig jaar moest het project worden afgeblazen. Het bleek onmogelijk de auteursrechten op de vele componenten van dit systeem tegen een betaalbare prijs te regelen. Dit uit het leven gegrepen voorbeeld maakt duidelijk waarom het auteursrecht in de multimediale samenleving niet zo'n beste naam heeft. Het voor de hand liggende alternatief is het dan maar niet zo nauw te nemen met het copyright en erop te vertrouwen dat het voor uiteenlopende rechthebbenden steeds moeilijker wordt een oogje te houden op de toenemende variëteit aan multimediale toepassingen die kenmerkend is voor de 'elektronische snelwegen' die kris-kras over de wereld schieten.

'Vrijheid blijheid' is het motto van de elektronische snelweg. In het bijzonder het recht van intellectuele eigendom heeft het niet gemakkelijk. De twee kernhandelingen die in beginsel uitsluitend aan de rechthebbende zijn voorbehouden - openbaarmaking en verveelvoudiging - worden op het elektronisch vlak steeds glibberiger. Belangrijke juridische eigenschappen als oorspronkelijkheid zijn van oudsher gedefiniëerd langs de weg van de informatiedrager (papier, foto, gramofoonplaat etc). Bij elektronische vastlegging, bewerking en uitwisseling vervalt deze basis. Het onderscheid tussen origineel en kopie valt weg; authenticiteit of herkomst van berichten wordt moeilijker vast te stellen.

Dat is een verleidelijk vooruitzicht voor toekomstige ontwerpers van een GIS voor atollen. Maar de vraag is natuurlijk wèl: hoe zullen we worden betaald voor het werk van onze geest? Deze vraag stelde John Barlow deze week in Amsterdam op een internationaal colloquium van de Koninklijke Academie van Wetenschappen over het digitale auteursrecht. Barlow is, behalve een prominent popmusicus (The Grateful Dead) en veeboer in Wyoming, een voorman van de digitale burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten. Deze propageert een elektronische ruimte ('cyberspace') met zo min mogelijk belemmeringen. Barlow is echter wel zo reëel in te zien dat er ook in cyberspace brood op de plank moet komen.

Pag.2: 'Overkill' van bescherming leidt tot orkaan van kritiek

Naarmate de economie steeds meer wordt gebaseerd op informatieverwerking wordt de kwestie van het afrekenen urgenter. Het op copyright gebaseerde systeem van vergoedingen staat niet alleen onder druk van de techniek. In juridisch opzicht dreigt “een zekere overkill”, zoals het vorig jaar werd uitgedrukt in de Eerste Kamer, die de overtuigingskracht van het auteursrecht niet ten goede komt. Bedoeld werd de gestage groei van allerlei speciale incassorechten die in handen zijn van gespecialiseerde organisaties met verregaande controlebevoegdheden. De individuele auteur - om wie het ooit toch allemaal begonnen is - komt in deze blokvorming nauwelijks meer voor.

De techniek is niet alleen een bron van problemen maar biedt ook mogelijkheden de controle te intensiveren. Auteursrechtelijk beschermd materiaal kan worden voorzien van een electronische streepjescode die bij iedere vorm van nieuw gebruik een waarschuwingssignaal naar de rechthebbende afvuurt. Het is zelfs denkbaar het verschuldigde bedrag volautomatisch af te schrijven van de desbetreffende electronische bankrekening. Het behoeft geen betoog dat zo'n streepjescode electronisch versleuteld dient te worden om knoeien te voorkomen.

Het is echter de vraag of de wal dit schip niet zal keren. Volautomatische auteursrechtcontroles zullen de bestaande kritiek op de monopoloïde methoden van het auteursrechtelijke wereldje doen groeien tot orkaankracht. Ze vormen een massale inbreuk op de eigen sfeer van de gebruikers. Zo kunnen allerlei consumptiepatronen zichtbaar worden gemaakt. Er zijn wel vormen van dubbele cryptografie denkbaar om de privacy weer af te schermen van de auteursrechtcontrole. Maar de overheid is nu al bezorgd dat cryptografie wordt gebruikt om criminele activiteiten te verhullen en denkt eerder aan inperking dan aan bevordering van dat soort technieken.

Ook juridisch zijn er nogal wat vragen. Zo is het omstreden of men iemand reeds auteursrechtelijk kan aanslaan voor de tijdelijke opslag van gegevens in het werkgeheugen van de computer, een vast onderdeel van allerlei boodschappendiensten. De moderne electronische netwerken maken het ook mogelijk gelijktijdig aan een bepaald product te werken, hetgeen allerlei moeilijk te ontwarren vormen van co-auteurschap oplevert.

Barlow vindt in elk geval dat we beter kunnen aanknopen bij een van de inherente eigenschappen van informatie, namelijk dat zij pas betekenis heeft in een bepaalde relatie. “Als u een antropoloog bent kunnen mijn gedetailleerde schema's van verwantschapspatronen bij de Tasa van groot belang voor u zijn, maar als u een bankier uit Hong Kong bent zult u nauwelijks beseffen dat dit echte gegevens zijn.” Langs de weg van de relatievorming zou beter tegemoet kunnen worden gekomen aan nieuwe electronische gewoonten zoals 'browsing', snuffelen en vrijblijvend proberen - een reden om ook werkelijk tot betaalde aanschaf over te gaan is dan bijvoorbeeld dat men een geactualiseerde versie krijgt of ondersteuning bij het gebruik.

Dit relationele auteursrecht heeft aantrekkelijke kanten. Het zet een premie op de kwaliteit van een prestatie, op de expertise die er achter zit en op een snelle, gemakkelijke en interactieve verhouding van de aanbieder tot zijn markt. Het klinkt vanzelfsprekend, maar het zet wel het hele recht van intellectuele eigendom op zijn kop. Want dat is niet relationeel van karakter maar absoluut en exclusief. Veel vertegenwoordigers van de gevestigde auteursrechtindustrie denken dat het bestaande auteursrecht met een paar pragmatische aanpassingen de electronische snelweg op kan. Dit sterke recht heeft immers al zoveel veranderingen op het gebied van de informatietechniek doorstaan, van fonograaf tot kabeltelevisie.

De organisatoren van het colloqium zijn daar met reden niet zo zeker van. Een van hen vergelijkt de snelweg met een “electronische vergiet” waardoor het auteursrecht wegspoelt omdat het onmogelijk is alle druppeltjes te blijven tellen. Volgens Barlow kan het in elk geval slechts uitdraaien op een mislukking “om met machtsmiddelen te beschermen wat niet langer een sociaal draagvlak heeft”.

    • Frank Kuitenbrouwer