Bevroren pagina's in Groenlandse krant

'Een pionier in de geschiedenis van de krant.' Deense antiquaren en persspecialisten zijn het er stellig over eens: het Groenlandse nieuwsblad Atuagagdliutit, dat voor het eerst in 1861 in Godthaab (Nuuk) Groenland van de persen rolde, is een van 's werelds eerste geïllustreerde kranten. De Deense, uiterst ruim gehanteerde definitie van het woord krant doet het oorspronkelijk slechts eenmaal per jaar uitgegeven drukwerk wat al te veel eer aan. Feit blijft echter dat wat in 1861 in het steenkoude Groenland gedrukt werd, niet alleen de enige nieuwsbron voor de 10.000 Groenlanders vormde, maar redactioneel en druktechnisch tevens een enorme prestatie betekende.

Initiatiefnemer was de koninklijke inspecteur uit Denemarken, Dr. H.J. Rink, die in 1853 op Groenland gestationeerd werd. In die tijd was de Groenlandse cultuur in een zware crisis beland. De contacten met Europeanen hadden een traumatische uitwerking op de inheemse bevolking, die in verregaande mate van hen afhankelijk werd.

Rink erkende dit probleem en besloot actie te ondernemen om het gevoel van een eigen cultuur en de daarbij behorende identiteit van de Groenlanders weer leven in te blazen. In samenwerking met de beroemde taalkundige Samuael Kleinschmidt - die de Groenlandse taal voor het eerst op schrift zette - en rector van de plaatselijk school E. Janssen, publiceerde hij in 1861 de eerste Groenlandse krant. De inheemse Groenlander en leraar Rasmus Bertelsen zou tot 1874 de redactie voeren. Toen nam de drukker van de krant, Lars Moller, bekend onder de naam Arqaluk, de redactie van hem over en hij zou daarmee legendarisch worden.

Vanaf haar eerste verschijning was de krant razend populair. Het bracht de Groenlanders in contact met de rest van de wereld. De krant presenteerde de lezers een verscheidenheid aan onderwerpen, zoals informatie over de belangrijkste wereldgebeurtenissen, lokale evenementen als jachtfestiviteiten, overheidsverordeningen, fragmenten uit de klassieke literatuur en Groenlandse sprookjes en volksverhalen. Met name dankzij de enorme inzet van Lars Moller vormde Atuagagdliutit voor de inheemse bevolking een unieke mogelijkheid meer over zichzelf en de wereld te leren. Niet alleen nodigde Moller de mensen uit tot het zelf schrijven van verhalen over hun eigen cultuur, tevens selecteerde hij Deense kranten en boeken op speciale onderwerpen die hij geschikt achtte voor zijn lezers. Vervolgens vormde hij deze informatie om tot artikelen waarbij hij tal van Groenlandse woorden heeft moeten uitvinden zodat de Groenlanders zouden begrijpen waar het om ging, omdat hun taal allerlei uitdrukkingen met betrekking tot ideeën en objecten uit de 'beschaafde' wereld eenvoudigweg niet kende. Moller werd destijds dan ook beschreven als de 'verlichter' van het Groenlandse volk en zijn kranten zijn door de enorme hoeveelheid aan informatie een ware goudmijn voor de studie van de geschiedenis en cultuur van het land.

Een hoogst bijzonder aspect aan de krant vormden de vele prachtige hout- en steendrukken, eveneens van de hand van Lars Moller. Mede-illustrator was de kunstenaar Aron von Kangeq, die eerder zijn bestaan als jager wegens lichamelijke klachten had moeten opgeven. De illustraties betroffen landschappen in verafgelegen oorden, lieden uit vreemde culturen, veldslagen tussen Russen en Japanners maar ook Groenlandse jachttaferelen en binnenlandse folklore.

Gezien de zware klimatologische omstandigheden waaronder het werk plaatsvond, moet de uitgave van de krant als een opmerkelijke prestatie worden gezien. Het drukken vereiste bijvoorbeeld dat het papier vochtig was, hetgeen niet zelden tot gevolg had dat na een koude nacht eerst het bevroren papier ontdooid moest worden. Het belangrijkste werk werd binnen een periode van acht à negen maanden gedaan. In de zomer stonden de persen stil omdat Moller en zijn assistenten brandhout en proviand voor de komende winter moesten vergaren.

Groenland beschikte in die tijd niet over een postale dienst. De krant, die in de begintijd een oplage had van 200 exemplaren, werd tot 1874 eenmaal per jaar over de verschillende dorpen in het land verspreid met de mededeling dat hij moest worden doorgegeven aan een ieder die kon lezen. Vanaf het moment waarop Moller de redactie overnam, zouden er maar liefst twaalf nummers per jaar verschijnen, een verandering die de actualiteit van de berichten zeer ten goede kwam. Deze frequentie werd tenslotte verdubbeld bij de opvolging van Moller in 1921 door Kristoffer Lynge, eveneens een Groenlander, die het formaat van de krant vergrootte en een speciale kinderpagina introduceerde.

Gezien de geringe oplage is het niet verwonderlijk dat er maar weinig vroege exemplaren van Atuagagdliutit zijn overgebleven. De enkele exemplaren die in omloop waren zijn vrijwel stuk gelezen. De illustraties werden vervolgens uitgescheurd en ter decoratie aan de wand gehangen. De tekstpagina's dienden uiteindelijk als stoppen bij het laden van musketten.

Naast de kerk en de school is Atuagagdliutit - dat ook tegenwoordig nog wordt uitgegeven - Groenlands oudste culturele instituut. Afgezien van de vier of vijf complete series uitgaven van de eerste veertien jaar (1861-1874), in het bezit van de Groenlandse en Deense overheden, is er nu eenzelfde editie, aangevuld met de jaren 1874-1921, in handen van de Deense antiquarische boekhandelaar Peter Grosell uit Kopenhagen. Hij bood het onlangs aan op de 16de Europese Antiquarenbeurs als 'eerste geïllustreerde krant ter wereld'. Of de Nederlandse krantenverzamelaars er ook zo over dachten valt te betwijfelen. Atuagagdliutit bleef onverkocht.