Zevenvliegen-inéénklapper

Holle Bolle Gijs. Nieuwe verhalen, versjes en strips. Uitg. Querido. Prijs ƒ 17,50.

Holle Bolle Gijs, een soort vakantieboek dat verscheen bij uitgeverij Querido, is goed voor urenlang stil vermaak op de achterbank. De 48 bijdragen van bekende en minder bekende kinderboekenschrijvers, dichters en illustratoren zijn zo gevarieerd dat het boek geschikt is voor kinderen die alles lusten en voor meer kieskeurige types. Ook voor wie enigszins op de hoogte wil raken van de hedendaagse Nederlandse jeugdliteratuur is Holle Bolle Gijs een aanrader, al is natuurlijk vooral uitgeverij Querido vertegenwoordigd en missen er belangrijke namen als Vriens, Dragt, Dros en Geelen.

Spelletjes en kleurplaten biedt Holle Bolle Gijs niet. Wel staat er een liedje in, van illustratrice Anne van Buul, over een prehistorisch monster dat niets liever wil dan eens lekker paren: 'Na twee miljoen jaar / nog geen bruid / toen stierf ie uit / geen tyrannosaurus rex / die ooit nog dacht aan sex.' En Nene Stam, die in 1994 debuteerde met een origineel 'scheurprentenboek', maakte een boekje om uit te knippen en zelf in elkaar te vouwen. Het verhaal 'Kampeersnuiver' van Michiel Nales geeft precies weer hoe het is om te kamperen (o.a. met een w.c. rol onder de arm in de rij voor de toiletten aansluiten) en Annemie Heymans schreef een mooi verhaal over een meisje dat, aanvankelijk tegen haar zin, in de zomer met haar oma mee naar Frankrijk moet.

Veel andere verhalen spelen helemaal niet in de zomer. Zo schreef Toon Tellegen over olifant Teunis die een winterjas gaat kopen. Voor het overgrote deel zijn de bijdragen in Holle Bolle Gijs luchtig en humoristisch, al geven ze soms stof tot nadenken. Echt uit de toon valt Ida Vos met een verhaal over twee ondergedoken kinderen in de Tweede Wereldoorlog.

Van het proza is vooral de bijdrage van Joke van Leeuwen bijzonder. In 'Een deur in mijn hoofd' geeft zij weer hoe haar verhalen en tekeningen ontstaan: 'Er dreef opeens een voordeur in mijn hoofd, in mijn hoofd, in mijn hoofd op zee.' Snel schrijft zij dat idee op, daarna maakt ze een boodschappenlijstje: 'Ik had in mijn leven op die dag aardappelen, mandarijnen, sperziebonen en tandpasta nodig. Dat wist ik zeker.' Die twee briefjes met dingen om niet te vergeten gaan door elkaar lopen en zo onstaan er meerdere aanzetten tot een verhaal over de voordeur in zee.

De minder bekende André Sollie schreef een al even verrassend verhaal. 'Mijn linkerhand was het kamermeisje' gaat over een ijdel prinsesje. Zij draaikont voor de spiegel, met op haar bevallige hoofdje een tulband van zijde en onder haar okseltjes geparfumeerd talkpoeder: 'Zo had ze zich nog niet eerder gevoeld. Mooi en bewonderd. Toen hoorde ze het gestommel op de trap. De deur zwaaide open. 'Wat doe jij in mamma's kamer? Je weet dat ik dat... Joris!' Het prinsesje stond, klein tussen de grote meubelen, bij het open raam en bedekte met een hoek van de sprei haar blote piemel.'

Nog merkwaardiger is het eerste verhaal van Nelleke Zandwijk, 'Balthazar'. Een wormenkuurtje verandert een kat in een vloerkleed. De langzame metamorfose is soms wel wat moeilijk verwoord: 'Na nog een aantal pillen begon zijn vacht te groeien, bracht hij klaaglijk miauwende geluiden voort en vertraagde zijn tred zich tot een slepend voortbewegen.'

Het is de vraag voor welke leeftijd Holle Bolle Gijs bedoeld is, ook wat betreft de poëzie. Sjoerd Kuypers lieve gedicht 'Land in zicht' is waarschijnlijk al geschikt voor kinderen vanaf een jaar of zes ('Ik zit in bad, / ik ben helemaal nat, / alleen één knie is droog. / Die knie is een land. / Daar woont een klein volk, / onzichtbaar voor het oog'), terwijl bijvoorbeeld Wiel Kusters zich op een wat oudere lezer richt. Hij dicht over haar op je benen: 'Uit zichzelf / gaat het niet weg. / Onder mijn rok / groeit straks een heg.' Geen ernstig bezwaar, want wie iets niet snapt of juist te kinderachtig vindt, kan gewoon doorbladeren. Eens te meer blijkt dat de bundel iedereen wel iets te bieden heeft.

Alleen de hoeveelheid strips en illustraties in Holle Bolle Gijs stelt teleur. Het had wel wat levendiger gekund, bijvoorbeeld door de al eerder gepubliceerde 'Opmerkelijke uitvindingen' van Marit Tornquist, zoals de 'zevenvliegeninéénklapper' (wat ook een aardige titel voor dit boek was geweest), verspreid op te nemen in plaats van op een pagina. Van de illustratoren springt vooral Hanneke van der Hoeven in het oog, met haar grillige kat van een inktspat en een paar lijnen bij Anita Boelsums 'De kat met de lange staart.'

    • Judith Eiselin