WAO-plan raakt hart van paars

DEN HAAG, 7 JULI. Het kabinet staat op het punt om de privatisering en de premiedifferentiatie van de WAO een half jaar of een jaar uit te stellen. Dat is, gelet op de wijze waarop de huidige coalitie tot stand is gekomen, veel meer dan alleen maar een formaliteit.

De WAO vormde ruim een jaar geleden een struikelblok bij de onderhandelingen tussen PvdA, VVD en D66 over de vorming van het eerste paarse kabinet uit de geschiedenis. De beoogde coalitiepartners gingen mismoedig uiteen: het sociaal-liberale kabinet leek toch een utopie. De verdeeldheid over sociaal-economische vraagstukken was te groot.

Kok, toen fractieleider van de PvdA, verzette zich tegen de premiedifferentiatie in de WAO en wilde ook niets van privatisering van deze collectieve werknemersverzekering weten. De fractievoorzitter van de VVD, Bolkestein, stond juist op zo'n besluit en wilde ook afspraken maken om zonodig de WAO-uitkeringen te verlagen. Onder meer ten gevolge van deze impasse concludeerden de informateurs Van Aardenne, Vis en De Vries “dat thans de vorming van een kabinet van PvdA, VVD en D66 niet mogelijk is”.

Toen Kok later die zomer, nu als informateur, een tweede poging ondernam een paars kabinet te smeden, deed hij een concessie die bijvoorbeeld vice-voorzitter Vreeman van de PvdA, tevens Tweede-Kamerlid, toen al te ver ging: de beoogd premier ging akkoord met premiedifferentiatie. Een besluit dus dat ertoe leidt dat bijvoorbeeld bouwvakkers procentueel een hogere WAO-premie kwijt zijn dan bankemployés. In ogen van sociaal-democraten is dat het opgeven van een deel van de solidariteit die de basis vormt van het sociale-zekerheidsstelsel. Bovendien gingen Kok en zijn partij (minus Vreeman) akkoord met de mogelijkheid voor bedrijven de risico's op arbeidsongeschiktheid particulier te verzekeren. De PvdA kreeg er een voor haar essentiële toezegging voor terug. De hoogte en de duur van de uitkeringen, die volgens de VVD eigenlijk flink omlaag zouden moeten gaan, bleven onaangetast.

Een jaar later is deze voorgeschiedenis van belang. De WAO is een gevoelig thema, voor dit kabinet niet minder dan het vorige. De tegenstellingen tussen PvdA en VVD komen op het terrein van de sociale zekerheid het duidelijkst aan het licht. Niet voor niets hebben beide partijen op het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid belangrijke troeven neergezet: de PvdA'er Melkert als minister en de VVD'er Linschoten als staatssecretaris. Hun portefeuilles zijn nauw met elkaar verbonden; ze gaan beiden over een deel van de sociale zekerheid. Paars moet op dit departement op zijn paarst worden.

De WAO-operatie had per 1 januari 1996 tot een nieuw stelsel voor arbeidsongeschikten moeten leiden. Aan het nu voorgenomen uitstel van een half of heel jaar liggen ogenschijnlijk pragmatische redenen ten grondslag: het wordt voor de uitvoeringsinstanties (zoals het GAK) en voor de bedrijven zelf wel erg kort dag om de ingrijpende wijzigingen ordentelijk door te voeren. Zonder relevantie zijn zulke bezwaren niet, twee jaar nadat de Tweede Kamer via een parlementaire enquête de uitvoeringsorganen driftig op de vingers had getikt.

Bijna als gebruikelijk hebben bewindslieden het tempo waarin in Nederland wetgeving van de grond komt, overschat. In februari van dit jaar presenteerde staatssecretaris Linschoten zijn plannen met de Ziektewet en de WAO. Ze werden voor advies naar de Sociaal-Economische Raad (SER) gestuurd die op 21 april met een hard oordeel kwam en een alternatief op tafel legde. Linschoten had het SER-advies het liefst meteen genegeerd, maar moest er van premier Kok toch wel even serieus naar kijken, zodat het nog een week duurde voordat de ministerraad officieel instemde met de overigens goeddeels ongewijzigde plannen. Vervolgens werden ze naar de Raad van State gestuurd. Daar liggen ze nu nog, naar verwachting tot eind augustus.

Nadat de bewindslieden ook op dit advies hebben gereageerd kunnen de plannen tenslotte naar het parlement. Het is zeer de vraag of ze daarna ongeschonden het Staatsblad halen. Want de kritiek op de plannen is intussen aangezwollen. De “grondige bedenkingen” die de SER heeft geuit en vooral de unanimiteit waarmee dat gebeurde, is niet zonder belang. Het is gezamenlijk verzet van werkgevers- en werknemersorganisaties, wier voormannen politiek ook niet kleurloos zijn. Zoals het PvdA-lid Stekelenburg van de FNV, de D66'er Rinnooy Kan van VNO-NCW en de vroegere VVD-voorzitter Kamminga van MKB Nederland. De unanieme kritiek van de SER betekent bovendien dat de hoogste vertegenwoordigers van niet onaanzienlijke instituties als De Nederlandsche Bank (via president Duisenberg) en het Centraal Planbureau (directeur Don) de kabinetsplannen te weinig doordacht vinden.

De president-directeur van het GAK, E.P. de Jong, vroeg zich onlangs af of de privatisering van de WAO “niet een enigszins uit de hand gelopen notie is die tot stand kwam op een moment dat er snel een regeerakkoord op tafel moest komen - ik heb het over de zomer van 1994 - terwijl over de uitvoerbaarheid nog niet was nagedacht”. De Jong vertolkt daarmee algemener levende gevoelens.

In elk geval is de fractie van D66 niet ongevoelig gebleven voor de kritiek op de privatisering, die veel PvdA'ers heimelijk en een enkeling (Vreeman) openlijk al hadden. Het zou de PvdA-fractie niet slecht uitkomen als ook de Raad van State zich bij de rij van criticasters aansluit. Naarmate de twijfel binnen de coalitie toeneemt, is de vraag aan de orde of van uitstel van de WAO-plannen geen afstel komt. Dat is vooral voor de VVD een essentiële kwestie. Want als het regeerakkoord over de uitvoering van de sociale verzekeringen op losse schroeven komt te staan, is er voor die partij geen reden meer de hoogte van de uitkeringen zelf buiten discussie te laten.

Vooralsnog kan het kabinet zich uitstel van de WAO-plannen veroorloven. Dankzij de betrekkelijk gunstige economische ontwikkelingen bijvoorbeeld. En, ironisch genoeg, dankzij het vorige kabinet. De maatregelen tegen arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim die het derde kabinet-Lubbers heeft genomen - lagere uitkeringen en strengere keuringen bij de WAO en een eigen risicio voor bedrijven in de Ziektewet - zorgen nu voor de lastenverlichting die het kabinet Kok zo hoog in zijn vaandel heeft geschreven.