Vrijdag 7; Eurovisie

Sinds het eerste Eurovisie Songfestival in 1956 is het tv-zangfestijn uitgegroeid tot een fenomeen met een betekenis die ver boven zichzelf uitgaat. 'Eurovisie Songfestival' is inmiddels niet alleen een eigennaam maar ook een een begrip, een woord dat zelfs in een lexicon als Van Dale voorkomt: (o.), jaarlijkse liedjeswedstrijd waarnaar alle Europese landen (plus Israël) een zanger(es) of zangers afvaardigen.

Deze omschrijving uit de laatste uitgave van Van Dale (1992) klopt inmiddels niet meer. In 1993 mochten niet alle toen bestaande Europese landen meedoen aan het Eurovisie Songfestival. Iedereen toelaten zou een te lange uitzending opleveren.

Na de val van de Berlijnse Muur en het eind van de Koude Oorlog waren de zangers uit de nieuwe, van het communisme bevrijde landen, niet van harte welkom. Slovenië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Hongarije, Slowakije, Roemenië en Estland - alle Eurovisie-leden - moesten meedoen aan een voorronde in Ljubljana die drie van hen recht gaf op deelname aan het echte Songfestival. Rusland, Wit-Rusland, Polen, Bulgarije en Tsjechië deden zelfs niet mee aan de Oost-Europese voorronde, omdat de uitzending van de Sloveense tv voor hen te duur was.

Daarna werd een ander afvalsysteem ingevoerd: de laagst eindigende deelnemende landen werden voor de volgende editie uitgesloten. Nederland was hiervan dit jaar een van de slachtoffers, omdat Willeke Alberti vorig in Ierland slechts vier punten (van Oostenrijk) kreeg voor 'Waar is de zon?'

Vorige week is het systeem wat verbeterd en rechtvaardiger gemaakt. Een maand voor het volgende Songfestival komt er voor alle landen een voorronde waarbij buiten beeld op basis van geluidsbandjes de beste 23 liedjes worden geselecteerd. In 1996 moeten tien landen afvallen, alleen Noorwegen, dat dit jaar won, is verzekerd van deelname.

In 1956 was het Songfestival voor het grote publiek de eerste hooggestemde uiting van een éénwordend Europa. De naoorlogse onderlinge competitie werd gesublimeerd op vreedzaam niveau, de manifestatie van een prettiger en humaner wereld. Ieder mocht zijn eigen lied zingen, de winnaar werd gezamenlijk bepaald. Nu valt het Euro-liedjesfeest steeds verder uiteen. Luxemburg en Italië doen al een paar jaar niet meer mee. De neergang van het ideaal begon al toen vermoedens van onderlinge regionale bevoordeling de kop opstaken.

De liedjes gingen aanvankelijk over nog onschuldig individueel lief en leed. Toen later, juist via de tv, het besef van het toenemend wereldleed sterker werd, kwamen er gepassioneerde oproepen tot een vreedzamer samenleving. Ooit won Duitsland ermee, in 1993 zong Ruth Jacott namens ons land 'Vrede'.

Naarmate de wereld steeds verder fragmentariseert, nu ook binnen Europa alweer jarenlang gewapende strijd heerst, blijkt dat het zingen van goedbedoelde liedjes voor een miljard tv-kijkers uiteindelijk niet helpt. Het gaat er kennelijk nu alleen nog om binnen het reguliere tijdsbestek steeds zinlozer en onbeduidender tv-vermaak te verschaffen. Het aardigste dat men nu kan zeggen over het Eurovisie Songfestival is dat het bij uitstek de weerspiegeling is van de cynische, almaar minder optimistische tijdgeest.