Stalin moordde met een andere intentie dan Hitler

Een vergelijking tussen nationaal-socialisme en communisme is legitiem en zinvol; het is de enige mogelijkheid om de overeenkomsten en de verschillen tussen beide systemen vast te stellen. Met deze stelling van A.W.M. Gerrits, die hij maandag 3 juli in deze krant poneerde, kan men natuurlijk alleen maar instemmen.

Minder gelukkig is echter de aarzeling waarmee Gerrits naar Nolte verwijst, die hij Duitslands meest controversiële historicus noemt. Het is namelijk juist Nolte die door zijn provocerende, maar goed beargumenteerde thesen het debat over de verschillen en overeenkomsten tussen het nationaal-socialisme en het communisme naar een hoger niveau heeft getild. De opmerking van Gerrits over Nolte is typerend voor het gebrek aan moed in de 'Nederlandse' discussie over dergelijke kwesties. Het is de moeite waard de ideeën van Nolte nog eens voor het voetlicht te halen.

Nolte wees op de miljoenen mensen die in de Sovjet-Unie werden gedood. Dit drama was volgens Nolte het resultaat van het toepassen van een vernietigingstherapie. De industriële revolutie bracht in de negentiende eeuw veel ellende voort. Sommigen beschouwden de economische modernisering als een ziekte. Genezing zou alleen plaatsvinden door middel van een therapie. De meest radicale van deze therapieën was de vernietiging van maatschappelijke groepen en structuren. Die vernietiging behoeft overigens niet de eliminatie van individuen te betekenen.

Het communisme kan als een vernietigingstherapie worden beschouwd. In deze ideologie staat immers de vernietiging van kapitalistische en half-feodale structuren centraal, die verantwoordelijk zouden zijn voor het leed van de arbeidersklasse. De ondergang van deze structuren en de daaraan verbonden maatschappelijke groepen zou de mogelijkheid scheppen een heilstaat te stichten.

In sommige vernietigingstherapieën wordt geen prijs te hoog geacht voor het bereiken van deze toestand. Zo sprak Lenin over “het zuiveren van de Russische aarde van de honden en zwijnen van de stervende bourgeoisie”. Zijn kameraad Zinovjev overwoog zonder enige emotie de dood van tien miljoen mensen.

Volgens Nolte was de vernietiging van het jodendom door Hitler een reactie op de massamoorden die in de Sovjet-Unie hadden plaatsgevonden. De Führer reageerde op deze 'wijze', omdat hij vreesde dat het Duitse volk het slachtoffer zou worden van een vergelijkbare 'Aziatische daad'. Nolte merkt op dat de holocaust een kopie was van de Bolsjewistische gruwelijkheden: “Diese Kopie war um vieles irrationaler als das frühere Orginal (denn es war einfach eine Wahnvorstellung, dass 'die Juden' jemals die Vernichtung des Deutschen Bürgertums oder gar des Deutschen Volkes gewollt hätten)...” Uit deze woorden blijkt dat beschuldigingen aan het adres van Nolte, dat hij de moord op de joden tracht te verontschuldigen, onjuist zijn. Aan zijn integriteit hoeft niet te worden getwijfeld.

Nolte concludeert dus dat het Derde Rijk in het kader moet worden geplaatst van de door de industriële revolutie veroorzaakte veranderingen, angsten en therapieën. De aandacht dient zich daarbij vooral te richten op de voornaamste voorwaarde voor het ontstaan van het Derde Rijk: de Russische revolutie.

Nolte heeft gelijk als hij zegt dat Hitler zich door het communisme bedreigd voelde. De Führer zag de Sovjet-Unie namelijk als een manifestatie van de toenemende macht van het door hem zo gevreesde jodendom. Het is echter te eenvoudig om de moordpartijen die de bolsjewieken begingen als een voldoende voorwaarde voor de holocaust te zien. De gebeurtenisssen in Rusland versterkten een al aanwezig anti-semitisme. De massamoorden in de Sovjet-Unie waren niet de oorzaak van de angst voor joden. Zij vormden eerder een 'bevestiging' van allerlei duistere theorieën.

De opmerking van Nolte dat de holocaust een kopie was van de misdaden van de bolsjewieken miskent de essentie van het nationaal-socialisme. De wandaden van Lenin en Stalin waren de uitvloeisels van een vernietigingstherapie. Als de genocide die de nationaal-socialisten begingen hier een kopie van zou zijn, dan zou de nationaal-socialistische ideologie eveneens een vernietigingstherapie dienen te zijn. De vernietiging zou dan alleen andere maatschappelijke groepen en/of structuren betreffen.

Op het eerste gezicht lijkt het zo te zijn dat Hitler de 'zieke delen' van de Europese samenleving wilde wegsnijden. Hij zag echter de joden - om wie het hier natuurlijk gaat - niet als zieke delen, maar als manifestaties van het wereldkwaad.

Volgens een vernietigingstherapie is het mogelijk dat een ziek deel zich herstelt. Zo kon een bourgeois een kameraad worden als hij of zij het 'juiste bewustzijn' terugvond. Voor de nationaal-socialisten was het onmogelijk dat de 'jood' weer in de volksgemeenschap werd opgenomen. Met de duivel verbroedert men zich nu eenmaal niet.

Het nationaal-socialisme was geen vernietigingstherapie, maar een religie waarvan de gelovigen meenden dat de eindstrijd was aangebroken. De vernietiging van de joden is daarom niet op één lijn te stellen met de Goelag. Stalins beulen moordden met een andere intentie dan de Nazi's. Of een dergelijk verschil voor een individueel slachtoffer van belang is, valt te betwijfelen.