'Onafhankelijkheid Indonesië te lang gedwarsboomd'

Dit is een bekorte versie van de brief die de Nederlandse rooms-katholieke bisschoppen gisteren publiceerden over de herdenking van de vijftigste verjaardag van d eonafhankelijkheid van Indonesië.

Zoals aangekondigd in ons schrijven bij gelegenheid van '50 jaar Bevrijding' van ons land, op 5 mei van dit jaar, willen wij eveneens stilstaan bij de herdenking van de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië op 17 augustus 1945. Onze aandacht gaat hier uit naar de periode tot aan de onafhankelijkheid en naar allen die, aan beide zijden, betrokken waren in de onafhankelijkheidsstrijd, die nog zou duren tot 1949.

Aan de geboorte van het huidige Indonesië zijn enkele eeuwen van Nederlandse aanwezigheid voorafgegaan. Die koloniale aanwezigheid heeft negatieve en positieve kanten gehad. Het belangrijkste positieve gevolg van onze koloniale politiek is wellicht het bestaan zelf van het ene Indonesië. Het was de Nederlandse overheid die de vele eilanden en rijken van de archipel die bij de souvereiniteitsoverdracht de onafhankelijkheid verwierven, binnen één bestuurlijk deel had samengebracht. Zo zouden nog meer positieve kanten van deze geschiedenis genoemd kunnen worden, al beseffen wij dat wat positief is voor de ene groep door een andere als negatief wordt gezien.

Aan de koloniale periode zitten ook negatieve kanten. Nu, vijftig jaar later, zien wij het koloniale systeem zelf als een groot onrecht. Bovendien valt het te betreuren dat het streven naar politieke medezeggenschap en onafhankelijkheid van het Indonesische volk te lang werd miskend en onderdrukt. Dit had anders gekund. Er waren immers ook Nederlanders die dit verlangen wel zagen en steunden. Onder hen waren met name Nederlandse missionarissen die, dichtbij de Indonesische Bevolking levend, reeds vanaf 1920 wezen op de noodzaak van medezeggenschap van de inheemse bevolking in het regeringsbeleid ten aanzien van Nederlands Indië. Pastoor F.G.J.M. van Lith s.j. kan gelden als een bekend voorbeeld van deze groep op Midden-Java. In dit verband is het veelzeggend dat al vanaf de jaren twintig Indonesische en Nederlandse katholieken van elkaar gescheiden wegen gingen in het politieke leven van Nederlands Indië.

De Japanse bezetting heeft het verloop van de gebeurtenissen in een stroomversnelling gebracht. Tezamen met de Indonesische bevolking heeft een groot aantal Nederlanders zwaar te lijden gehad van de brutale en vaak gruwelijke onderdrukking door de Japanse bezetter, in de Japanse kampen in Indonesië of als dwangarbeiders elders in Zuidoost-Azië. Velen hebben de ontberingen niet overleefd. Bij vele anderen zijn de opgelopen psychische beschadigingen lange tijd niet onderkend. [...]

Op 17 augustus 1945 riepen Indonesische leiders de onafhankelijkheid van hun land uit. Nederland was daarop niet voorbereid. Daarin verschilde het niet van de andere koloniale mogendheden, die toen evenmin eraan toe waren de onafhankelijkheid van haar koloniën te aanvaarden. Door de onafhankelijkheidsverklaring werd Nederland voor een voldongen feit geplaatst. Dat wilde men niet accepteren. Eerst zou het oude gezag hersteld moeten worden, pas daarna kon er verder worden gepraat.

Dit beleid, dat ook gesteund werd door de katholieken in de Nederlandse politiek en mede werd ingegeven door vrees voor chaos en voor nieuwe vormen van onderdrukking, is een tragische vergissing gebleken. Van onze soldaten hadden de meesten nooit iets met de koloniën te maken gehad. [...] De overgrote meerderheid van hen heeft trouw zijn plicht als burger en militair gedaan. Menigeen bleek evenwel niet opgewassen tegen de situatie. Sommigen zijn tot daden gekomen die hen voor de rest van hun leven achtervolgen. Zij hebben recht op hulp. Ook zijn toen veel Nederlanders omgekomen. De gevolgen van het gevoerde beleid waren zeer ernstig voor de Indonesische bevolking. Talloze Indonesiërs zijn er het slachtoffer van geworden.

Een geheel eigen drama in deze geschiedenis is het lot van de Molukse gemeenschap die zich voor een deel in ons land moest vestigen. Zij heeft de afgelopen tientallen jaren een zwaar en pijnlijk proces doorgemaakt, enerzijds van heimwee en verlangen om terug te gaan, anderzijds van berusting, aanpassing en integratie in de Nedrlandse samenleving. Zij verdienen voluit steun in dt proces om zich te hervinden in en geheel nieuwe situatie.

De vijftigste verjaardag van de proclamatie van Indonesië's onafhankelijkheid en het aanstaande bezoek van onze koningin aan dit land dragen een oproep in zich tot verzoening met de generatie Indonesiërs van '45.

Schuldgevoelens mogen verdrongen noch gekoesterd worden. Door concrete tekenen van verzoening te stellen kunnen zij genezen en kunnen er krachten vrijkomen voor een beter toekomst.

[...]