Oeps! Mercedes inplaats van Mazda?

Dankzij een nieuwe Europese richtlijn mogen autodealers nu meer dan één merk verkopen. Maar ze moeten dan wel voor elk merk een aparte showroom hebben en de verkoop voor elk merk apart organiseren.

Met enige vertraging ten gevolge van intensief lobbywerk legde de Europese Commissie medio juni het ei '147/95'. De benaming suggereert eenvoud en duidelijkheid, maar de nieuwe regulering van de autodistributie in Europa heeft geen van beide. Alleen daarom al is het maar goed dat de regulering niet tien maar zeven jaar duurt - hoewel vijf jaar of helemaal geen regulering misschien nog beter was geweest.

De autodistributie-kwestie gaat iedereen aan. Waarom betalen we zoveel voor onze auto? Waarom is die in het buitenland goedkoper? Waarom zijn de onderdelen zo duur? Het zijn vragen die alles te maken hebben met de rolverdeling tussen autoproducenten, importeurs en dealers.

In de afgelopen decennia gaf de Europese Commissie de autofabrikanten vrij spel via een 'beperkt distributiesysteem'. Prijsbindingen, besloten dealersnetwerken, gedwongen winkelnering en knevelcontracten leidden weliswaar tot stabiele prijsniveaus binnen één land, maar ook tot gedeeltelijke uitschakeling van concurrentie, hoge prijzen binnen de EU-lidstaten en hoge prijsverschillen daartussen.

De nieuwe regulering biedt duidelijke vooruitgang voor de dealers. Ze biedt een beter evenwicht tussen auto- en onderdelen-producenten, tussen distributeurs en gebruikers, en tussen distributienetwerken en consumenten. Autodealers mogen nu meer dan één automerk verkopen vanuit hun bestaande gebouwen. Voorheen mocht een importeur de dealer daarvoor straffen door eenzijdig en onmiddellijk het contract op te zeggen.

Parallelle import is nu toegestaan; reserveonderdelen mogen nu elders (en goedkoper) worden ingekocht, zolang ze maar met de kwaliteit van die van de autoproducenten vergelijkbaar zijn; de dealer mag nu ook buiten zijn contractgebied 'aan behoeften voldoen'; de dealer mag zijn eigen prijzen bepalen en last but not least, de consument mag zijn auto daar in de Europese Unie kopen, waar de prijs en voorwaarden het gunstigst zijn.

Maar helaas zijn er ook negatieve aspecten. Het compromis tussen de machtige auto-industrie en de eigen formele doelstellingen van liberalisering en 'Single Market', bracht de Europese Commissie maar net over de afgrond van artikel 85 van het Verdrag van Rome. Volgens dit artikel worden beperkte distributiesystemen als dat van de auto-industrie verboden - tenzij consumentenbelangen moeten worden beschermd. Maar het lijdt geen enkele twijfel dat die bescherming hier niet van toepassing is. Dat hebben de consumentenorganisaties ook al met zoveel woorden gezegd. Zeker, de compromistekst - die overigens bekritiseerd is door de juridische dienst van de Commissie - stelt dealers nu in staat meer dan één automerk te verkopen. Maar dat moet dan vanuit verschillende showrooms en via 'separate sales managements in the form of a distinct legal entity', omdat 'this will avoid confusion of makes'. Schiet de consument daar nou echt iets mee op (oeps! een Mercedes in plaats van een Mazda gekocht)?

Er zit ook teveel ideologie en te weinig praktijk in de belofte, dat de consument de auto kan kopen waar die het goedkoopst is. De meer dan 30% prijsverschillen van nieuwe auto's tussen EU-lidstaten maken dit punt heel belangrijk.

Een ernstige misser is dat de autoproducent, zelfs zonder opgaaf van reden, een contract met een dealer kan opzeggen, mits hij een opzegtermijn van 2 jaar aanhoudt. Hoewel de regulering de dealer daadwerkelijk beter tracht te beschermen, voorziet de Europese regelgever vertraagde strafexpedities tegen dealers, die alleen maar hun rechten willen uitoefenen, nu toch van een officieel stempel. Dat kan niet de bedoeling zijn geweest.

De regulering moet op 1 juli 1995 van kracht worden. Maar tussen 1 juli en 1 oktober 1995 blijft het oude onevenwichtige systeem van kracht. Als er in die periode een nieuw contract wordt gesloten, blijft dit gelden tot 30 september 1996!

Ondertussen verwacht iedereen talrijke en belangrijke interpretatieproblemen. Daarbij wordt hopelijk door alle partijen begrepen dat de fabrikanten niet de natuurlijke vijanden van dealers en consumenten zijn. De nieuwe regulering biedt ook mogelijkheden voor betere contacten tussen alle betrokken marktpartijen. Die zijn noodzakelijk; daarvan getuigen de ontwikkelingen rond de 'Brent Spar'.

Goed beschouwd is het dus een tamelijk ingewikkeld ei dat de Commissie heeft gelegd. Maar of het een koekoeksei is, of uiteindelijk een zwaan baart, dan wel beter helemaal niet had kunnen worden gelegd, dat zal het interpretatiedebat in de nabije toekomst leren. Het is aan het Europees Parlement en in het bijzonder aan Commissaris Van Miert om op zeer nauwkeurige en openlijke wijze de tenuitvoerlegging van de nieuwe regulering in de gaten te houden, opdat er door ons allen een eerlijk en uiteindelijk oordeel kan worden geveld; na 1 oktober, wanneer het ei uitkomt.