Niet drugsbeleid maar wielklem deert Belgen

AMSTERDAM, 7 JULI. Nederland - en Amsterdam in het bijzonder - maakt zich veel te druk om het vermeend slechte imago in het buitenland. Die onverwachte geruststelling mocht het Amsterdamse stadsbestuur gisteren in ontvangst nemen tijdens een bijeenkomst met culturele- en persattachés die Nederland in 35 landen vertegenwoordigen.

Wethouder J. van der Giessen, verantwoordelijk voor het drugsbeleid, besprak met hen de vraag hoe de eeuwige misverstanden in het buitenland over het Nederlands drugsbeleid uit de weg geruimd kunnen worden. “Wat is een mooiere manier dan te debatteren met degenen die Nederland in het buitenland moeten verkopen?”, redeneerde de wethouder.

Het werd een middag vol verrassingen. Zo blijken de Belgen zich absoluut niet druk te maken over drugs, maar des te meer over het parkeerbeleid in vooral Amsterdam. Het regent klachten van boze Belgen die een wielklem aan hun auto vinden. Of Amsterdam dáár misschien iets aan kan doen?

De Britten liggen al evenmin wakker van verdovende middelen. Waar ze zich wel over verbazen is de zelfkastijding waarmee Nederland voortdurend de publiciteit zoekt met de eigen problemen. Dat doen de Britten anders. Zo plaatste een grote krant onlangs een verhaal over problemen in de binnenstad van Londen. Er werd schande over gesproken. Dat wil zeggen; over het verhaal, niet over de problemen.

Om nu te zeggen dat Van der Giessen tevreden achterover kon leunen is echter te veel gezegd. Want in Spanje, Italië en Frankrijk heeft met name Amsterdam wel degelijk een beroerd imago. Hoe kan het ook anders, vond een diplomaat, als alle jongeren na een bezoek aan de hoofdstad enthousiast uitroepen: “Het is waar, het is waar. Je kunt er inderdaad overal drugs krijgen!” Uitleggen van de filosofie achter het drugsbeleid haalt niets uit, zeiden de diplomaten in Zuid-Europa. Wat moeten ouders van verslaafde kinderen aan met verhaal over de scheiding van de soft- en harddrugsmarkt?

Maar wat Amsterdam wellicht kan helpen, is het bevorderen van de aantrekkingskracht van de stad voor mensen van middelbare leeftijd. Een diplomaat bedacht zich pas hoe “jong en losbandig” Amsterdam is, toen hij op zijn standplaats in een restaurant kwam en vond dat er zoveel “ouderen” zaten. Ineens realiseerde hij zich dat het mensen van zijn eigen leeftijd waren, maar dat hij er in Amsterdam al aan gewend was geraakt dat op de straten en in horecazaken vooral veel jongeren te vinden zijn.(ANP)