Leenbank Sri Lanka 'volwaardige partner'

UTRECHT, 7 JULI. “Sri Lanka wil niet afhankelijk zijn van giften en subsidies”, zegt directeur P. Kiriwandeniya van de grootste federatie van spaar- en kredietcoöperaties (FTCCS) in Sri Lanka . “De FTCCS betaalt voor leningen uit het buitenland een normale marktrente. We willen een volwaardige partner zijn van onze westerse investeerders”.

Kiriwandeniya zoekt partners om in de toenemende vraag naar kapitaal van kleine boeren in Sri Lanka te kunnen voorzien. Kiriwandeniya bracht zojuist een bezoek aan Nederland.

Sri Lanka is in 1977 begonnen met de overgang naar een markteconomie. Kleine zelfstandige boeren, die zich lang beperkten tot lokale ruilhandel, zagen zich plotseling gedwongen op de vrije markt geld voor hun produkten te vragen. Met de introductie van het gebruik van geld onstond in de kleine dorpsgemeenschappen op het platteland dus ook vraag naar financiële dienstverlening.

Voor commerciële banken was deze kleinschalige dienstverlening aan de lokale bevolking niet interessant. De FTCCS heeft vanaf het einde van de jaren zeventig wèl op deze behoefte ingespeeld. Vijftien jaar later is de organisatie uitgegroeid tot een landelijk netwerk van 8.000 coöperaties. Vijftien procent van de gezinnen in Sri Lanka maakt gebruik van de diensten van de FTCCS. De spaargelden in beheer van de federatie groeiden van 1,4 miljoen gulden in 1978 tot 58 miljoen gulden in 1994.

De FTCCS is daarmee eén van de grotere kredietprojecten die met Nederlands ontwikkelingsgeld (van de humanistische ontwikkelingsorganisatie Hivos) wordt gesteund. Directeur Kiriwandeniya benadrukt dat de coöperaties voor 75 procent in handen zijn van de lokale bevolking. “In de jaren zeventig en tachtig groeide het besef dat ontwikkelingshulp niet ten goede kwam aan de armen in ontwikkelingslanden, maar de positie van het welvarende deel van de bevolking versterkte”, vertelt Kiriwandeniya. “Hulpinstanties proberen daarom de laatste jaren in de eerste plaats in de basisbehoeften van de allerarmsten te voorzien. Die aanpak biedt echter geen perspectieven voor de lange termijn”.

Volgens Kiriwandeniya biedt de coöperatieve structuur van de FTCCS een oplossing voor de problemen. “De leiders van onze projecten worden door de lokale bevolking zelf gekozen”, zegt hij. “Zij zijn verantwoording verschuldigd aan de leden van de coöperatie. Zo blijft de bevolking van het platteland nauw bij de projecten betrokken”.

De bevolking van Sri Lanka is er, zo zegt Kriwandeniya, door de jaren heen aan gewend geraakt zich ten op zichte van de regering afhankelijk op te stellen. “De FTCCS probeert mensen er van bewust te maken dat zij voor zichzelf kunnen zorgen. We geven hun de kans kennis te maken met de mogelijkheden van de vrije markt”. Kiriwandeniya vertelt met enige trots dat etnische scheidslijnen binnen zijn organisatie niet bestaan. Dit is utzonderlijk, omdat in Sri Lanka sinds 1983 een burgeroorlog woedt tussen Tamils en Sinhalezen.

Van de leningen die de FTCCS verstrekt wordt 95 procent terugbetaald. “Commerciële banken en de Wereldbank kunnen het eén en ander leren van de kredietbeheersing bij de FTCCS”, vindt de directeur. “Omdat lokale bewoners eigenaar zijn van de coöperaties is er een sterke sociale controle. Bij de FTCCS bestaat volledige openheid over de verstrekte kredieten en de ingebrachte spaargelden. Iemand die zijn krediet misbruikt kan door de buurman op de vingers worden getikt. Wanneer iemand zijn schulden niet afbetaalt kan hij maar beter naar een ander dorp verhuizen”, zegt Kiriwandeniya.

Ondanks de strenge regels en de hoge rentetarieven (twee procent per maand) zijn de kredieten van de FTCCS aan dorpsbewoners volgens de directeur onmisbaar. “Boeren die door een tegenvallende oogst in financiële problemen raken, zijn zonder de hulp van de FTCCS gedwongen tegen een woekerrente een lening af te sluiten in het informele circuit. De rente die deze kredietverschaffers berekenen kan oplopen tot tien procent per dag”.

Behalve voor financiële dienstverlening kunnen de leden van de coöperaties bij de FTCCS terecht voor onderwijs, gezamenlijke inkoop van produktiemiddelen en hulp bij het op de markt brengen van hun produkten. Vooral dit laatste vindt Kiriwandeniya belangrijk, omdat de overheid het hulpprogramma voor marketing in de kleinschalige landbouw kort geleden heeft afgeschaft.

Kiriwandeniya hoopt binnenkort van de Centrale Bank in Sri Lanka toestemming te krijgen voor de oprichting van een officiële bank. Met een overheidsgarantie op de tegoeden verwacht hij meer spaargeld te kunnen mobiliseren en gevestigde banken te kunnen beconcurreren. “Wij hoeven geen luxe kantoorgebouwen en duurbetaalde stafleden te onderhouden. We zullen in het bankwezen van Sri Lanka een uitzonderingspositie innemen, maar zeker onze stem laten horen”.