Lacis wil na legen van de 'oorlogskas' naar beurs stappen

UTRECHT, 7 JULI. Het Utrechtse telecommunicatiebedrijf Lacis wil afhankelijk van het beleggingsklimaat over twee tot drie jaar een notering op de Amsterdamse effectenbeurs aanvragen.

Om de “lift van de communicatie-industrie” mee te maken zullen de komende jaren acquisities en eventuele uitbreidingen in het buitenland nodig zijn. Een beursgang is volgens de onderneming de beste mogelijkheid om die groei te financieren. Over de omvang van de emissie doet directeur en aandeelhouder B. Pluijmakers geen mededelingen. De omzet van zijn bedrijf bedraagt nu circa 40 miljoen gulden. Door de liberalisatie van de markt en de sterke toename van de vraag naar telecommunicatie-apparatuur gaat hij uit van een stijging van de omzet naar 60 tot 100 miljoen binnen enkele jaren.

“Pas dan ben ik wat omvang betreft rijp voor een beursgang”, vindt Pluijmakers. “Als er nog een parallelmarkt was geweest, hadden we het nu al kunnen overwegen. Maar met een omzet van 40 miljoen ben je te klein voor de binnenlandse markt. We moeten nu naar die markt toegroeien”.

Lacis maakte deze week de overneming van het softwarehuis McCOMM bekend. Dit bedrijf is gespecialiseerd in toepassingen voor selectie en automatische doorverbinding van telefoongesprekken. Over de omvang van die transactie doet Pluijmakers geen mededelingen.

Via acquisities waarvoor Lacis - het Latijnse woord voor verbinding - een “oorlogskas” heeft, wil Pluijmakers de beoogde groei te bereiken. Omdat de bodem van die oorlogskas over enkele jaren in zicht komt en de meerderheidsaandeelhouders, de verstrekkers van venture-capital Gilde Investment Fund en de Utrechtse Participatie Maatschappij, hun bezit te gelde willen maken, denkt Pluijmakers over een beursgang.

Lacis boekte vorig jaar een resultaat na belasting van 2,4 miljoen, op een omzet van 40 miljoen. Het eigen vermogen bedraagt circa 20 procent van het balanskapitaal. Ondanks de plannen voor beursgang is de onderneming “daarover nog niet al te specifiek”.

“Dat eigen vermogen mag laag lijken voor een kapitaalintensieve sector, maar vanaf de oprichting hebben we vooral geïnvesteerd in mensen. Goed personeel is je belangrijkste kapitaalgoed”. Lacis heeft momenteel 120 werknemers. Een tweede vestiging, in Brussel, gaat in september open.

Pluijmakers, jarenlang actief in de automatiseringsindustrie, kocht eind jaren tachtig de twee Nederlandse poten voor tele- en datacommunicatie van zijn toenmalige Franse baas Econocom. Dat bedrijf wilde vooral verder op het gebied van computers.

De Utrechtse ondernemer zag echter perspectief in de zich openende markt voor telecommunicatie. Het voormalige staatsbedrijf PTT heeft nog steeds de helft van de markt voor huiscentrales in handen. Lacis bezit de tweede positie met 18 procent. Siemens volgt met 11 procent op de derde plaats. “En Philips, dat altijd leverancier was van de PTT, probeert het met enkele procenten van de markt nu zelf”.

Het Utrechtse bedrijf levert apparatuur van derden, maar zorgt vooral voor een “totaaloplossing”. Nog altijd is het leveren en aanleggen van kabels van huiscentrales, met hulp van onderaannemers, de belangrijkste activiteit. Pluijmakers heeft echter grote verwachtingen van de automatisering van centrales en bij voorbeeld het direct leveren van klantgegevens van bellers via het beeldscherm.(ANP)