Kozyrev: Van vaderlandsliefde kun je niet langer dan twee jaar leven; 'Russische diplomaten onderbetaald'

MOSKOU, 7 JULI. De slechte materiële positie van Russische diplomaten in het buitenland bedreigt het voortbestaan van de diplomatieke dienst en zelfs de nationale veiligheid. Dat zei minister van buitenlandse zaken Andrej Kozyrev gisteren in een hartstochtelijk pleidooi voor betere betaling van zijn diplomaten.

“Ik ben bang dat ik de laatste minister ben die het parlement kan informeren over de activiteiten van het ministerie en zijn diplomaten. Onze diplomaten, hoogopgeleide professionals die voor zover ik weet geen enkele diplomatieke slag hebben verloren, kunnen een jaar overeind blijven op patriottisme alleen, misschien twee jaar. Maar zij moeten nu al drie jaar leven op niets meer dan hun vaderlandsliefde”, zo zei Kozyrev tot de Federatieraad, de Eerste Kamer van het parlement.

In Sovjet-tijden was een baan als diplomaat zeer begeerd. Diplomaten reisden naar het buitenland en kregen een deel van hun salaris in harde valuta. Voor elke plaats op het Instituut voor Internationale Betrekkingen, waar diplomaten worden opgeleid, waren meer dan twintig aanmeldingen. En alleen de besten werden toegelaten op het MID, zoals het ministerie afgekort heet.

Nu niet meer. “Onze jongste stafleden, mensen die rechtstreeks van school komen, ja zelfs secretaresses die niet meer opleiding hebben dan een cursus typen en steno, krijgen in de particuliere sector salarissen aangeboden die vergelijkbaar zijn met dat van mij”, zei Kozyrev. Een korte rondvraag op het ministerie leerde dat de minister ongeveer 1.500 gulden per maand moet verdienen, toeslagen en (uitgebreide) privileges niet meegerekend. Een beginnend diplomaat kan rekenen op 300 gulden. Bij een commerciële bank is dat al snel vier tot zes keer zoveel. Het is in die sector dat veel afgestudeerden van het Instituut voor Internationale Betrekkingen - één van Ruslands meest prestigieuze opleidingen - tegenwoordig aan de slag gaan.

De zwaarte van het werk van een diplomaat moet bovendien niet worden onderschat, zo hield Kozyrev de afgevaardigden voor. “Het leven is geen rozegeur en maneschijn in Afrika. Diplomaten werken niet uitsluitend in Genève. Dertig procent van ons personeel loopt ziekten op die onze artsen allang zijn vergeten omdat zij alleen nog maar voorkomen in verre landen.”

Pag.5: 'Verwacht u dat we nu gaan huilen of zo?'

De minister wees er verder op dat het geldtekort op zijn ministerie Ruslands aanzien in het buitenland schaadt. “Als in een Centraalaziatisch land de Iraanse ambassadeur zijn gesprekspartners bezoekt in een mooie Mercedes en hen tracteert op overvloedige lunches, weerspiegelt dat een bepaalde houding. Als onze ambassadeur arriveert in een gedeukte Wolga en moet uitrekenen of hij zijn contact wel op een kop koffie kan tracteren, staat dat toch heel anders.”

Kozyrevs klachten leken niet veel indruk te maken op zijn toehoorders. “Wat verwacht u, dat wij gaan huilen of zo?” riep een afgevaardigde midden in het betoog van de minister. Deze antwoordde: “Ik hou dit betoog, dit tranenopwekkende betoog zo u wilt, omdat niemand ons zal helpen als de staat ons niet helpt. Het MID is binnen de overheid het laatste bastion dat nog niet aan commercie doet om zichzelf in leven te houden. Iedereen in deze zaal zal nog raar staan kijken als ook wij beginnen te verkopen wat wij te verkopen hebben.”