Kijker krijgt bij Die Zauberflöte gevoel erbij te zijn

Die Zauberflöte, Ned.3, 20.30-21.53u. en 23.07-23.57u.

John Eliot Gardiners semi-scenische Mozart-opera's behoorden de afgelopen jaren tot de onbetwiste hoogtepunten in het Holland Festival. Niet alleen de briljante uitvoeringen van de muziek, maar ook de fantasievolle manier waarop Gardiner de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw gebruikte, gaven zijn ensceneringen een levendigheid en directheid die in 'gewone' produkties soms ver te zoeken is.

Na de registratie van de bejubelde Don Giovanni in 1994 zendt de NPS vanavond opnamen uit van Die Zauberflöte, waarmee Gardiner de reeks afsluit. Van een semi-scenische produktie zoals in eerdere opera's is eigenlijk geen sprake meer. Net als bij Don Giovanni is de Concertgebouw-uitvoering van Die Zauberflöte afgeleid van de geënsceneerde versie die Gardiner met regisseur Stephen Medcalf maakte voor het operahuis van Parma. Ondanks de aanpassingen aan de Grote Zaal week de dramaturgie in Amsterdam nauwelijks af.

Met Die Zauberflöte bewees Gardiner opnieuw dat het ontbreken van een lijsttoneel eerder een voordeel dan een nadeel is. Doordat de handeling zich rond en tussen het orkest en zelfs in het middenpad van de zaal afspeelt, zijn muziek en drama volledig in elkaar verweven. Het valt nauwelijks op als Papageno aan Gardiner vraagt of hij even de lijst van een schilderij wil vasthouden. De dirigent zit daar toevallig toch, dus waarom niet? Een ander voorbeeld van deze gestileerde terloopsheid zijn de zes dansers die de dieren in de opera gestalte geven.

In de zaal betekent het kijken en luisteren naar Gardiners Mozart een opeenvolging van verrassingen. Door alle theatrale vondsten verandert de hele zaal in een decor en heeft de toeschouwer het gevoel deel te zijn van de handeling. Het valt niet mee die ervaring over te brengen op televisie, maar regisseur Pim Marks komt heel dicht in de buurt. Totaalbeelden zijn alleen gebruikt als de handeling daar aanleiding toe geeft, zoals op het moment dat de Koningin van de Nacht haar entree maakt op een van de trappen naast het orgel. Door de combinatie van veel verschillende camerainstellingen en close-ups krijg je als televisiekijker haast ongemerkt het gevoel erbij te zijn geweest.

Aan de registratie gaat een korte documentaire vooraf over het maken van Die Zauberflöte. Daarin blijkt hoe bedrieglijk het ogenschijnlijk geïmproviseerde karakter van de enscenering is. Er is hard gewerkt. Door de Drei Knaben die gekleed in streepjespyama hun partij studeren bij de piano en door de olijke Papageno die van Gardiner een standje krijgt omdat hij een halve maat te vroeg invalt. “Het is geen gemakkelijke man”, verzucht de Nederlandse bas Harry Peeters (Sarastro). “Hij eist het uiterste.”

Het bestuderen van de manuscripten van Die Zauberflöte leverde Gardiner nieuwe inzichten op, vertelt hij. In de eerste scène vlucht Papageno traditiegetrouw voor een slang. Gardiner suggereert dat Mozart aanvankelijk een leeuw in gedachten moet hebben gehad, maar deze vondst moest schrappen omdat theaterdirecteur Emanuel Schikaneder niet bereid was extra pauken te betalen. Geen pauken, dan maar een slang, moet Mozart hebben gedacht. Gardiner maakte van de slang weer een leeuw en herstelde daarmee de logica van scene.