Kapitein Iglo

De zon was te fel, maar eenmaal in de schaduw van de rode beuk viel ik in slaap. Toen ik wakker werd was het al schemerig in het park. Er was niemand te zien. Langzaam herstellend van mijn onverwacht diepe slaapje hoorde ik iemand mompelen. Voorover gebogen bij een bankje aan het pad was een oude man bezig zijn kwartier te maken. Plastic zakken met groezelige handvatten stonden om hem heen. Hij had een vuilwitte baard en een verfomfaaide kapiteinspet op.

Toen ik naar het pad liep schrok hij van me. Ik wilde u niet aan het schrikken maken, zei ik tegen de in elkaar duikende zwerver. Ik was in slaap gevallen onder die boom.

Altijd hetzelfde met die kwajongens, zei hij. Zo te horen had hij niet veel tanden meer. Hij spreidde een regenjas, stijf van het vuil over de bank en ging zitten. Ik krijg die papegaai nog wel, zuchtte hij en keek me toen aan. Heb je een sigaret voor me? Die gaf ik. Papegaai? vroeg ik hem. Hij keek omhoog en zei Jaaaaa, de koning van de papegaaien. Die heb ik ooit aan boord gehad.

Het duurde even voordat me duidelijk was hoe de vork in de steel zat. Ik had van doen met Kapitein Iglo, die eens de binnenwateren van ons land bevoer en her en der aanlegde om kinderen te tracteren op een maaltje vissticks. Nu maakte hij zwaardere tijden door, vertelde hij. Maar hoe zat het nou met die Koning van de Papegaaien?

Nou, op een morgen kwam er een jochie aan boord, die vroeg of ik een matroos nodig had. Maar hij moest 's avonds weer thuis zijn, anders zou zijn vader kwaad worden. Kereltje moet een jaar of acht geweest zijn. Ach, ik moest een paar kisten afleveren in een stad verderop en ik gunde die jongen een leuk dagje. Wij naar zijn vader, die het goed vond. Maar voor het donker thuis Pinokkio, riep hij ons na.

Ja, jongen. Ik had een kist vol papegaaien en Pinokkio aan boord die dag. Wij varen, maar op een moeilijk stuk met een smalle vaargeul en sterke stroming had ik die dondersteen even niet in de gaten. Hij kon het niet laten om die papegaaien te bekijken. Nieuwsgierige aap! Dus hij zet die deur op een kier, die beesten worden gek van het licht, hij schrikt en valt. Tabé papegaaien, de hele zwerm ging op de pennen. Pinokkio huilen, dat begrijp je.

Kapitein Iglo keek me afwachtend aan. Hij haalde een literfles bier tevoorschijn. Ik deel niet, zei hij met een andere, verlatener stem dan waarmee hij vertelde. Hij dronk en veegde smakkend zijn baard af.

Maar hij was slim, die kleine doerak. Hij snuffelde aan boord in de voorraadkasten en vond een zak pinda's. Die strooide hij uit over het dek van mijn schip. Man, wat een prachtig gezicht hoe de vogels een voor een voor terugkwamen, begonnen te knabbelen en zich lieten vangen. Aan het eind van de middag waren alle papegaaien weer terug in de container. Nou, dat schept een band zo'n avontuur, nog es wat anders als een middag vissticks frituren met twintig van die krengen. We zongen het hele stuk naar huis. Het begon al te schemeren toen ik hem thuis bracht. Zit er op de dakgoot van z'n huis een papegaai.

Nu schoot ik in de lach. Kapitein Iglo was verontwaardigd. Godsakkerjezus, ik zweer het je. De mooiste van ze allemaal, een kanjer. We zijn er een vergeten, riep Pinokkio en hij ging meteen met een ladder en pinda's in de weer. Maar die papegaai verdomde het. Ik ben de Koning van de Papegaaien, zei ie maar steeds. Ik blijf hier.

Op een goed moment zegt Pinokkio tegen me, Kapitein Iglo, als ik nou morgen je boot kom schrobben, mag ik dan deze papegaai houden? Nou ja, dan ben ik de rotste niet. Papegaaitje meer of minder. Hè? Maak ik die jongen blij. Dus ik zeg ja. Toen ik wegliep, keek ik om en zag de papegaai in de vensterbank zitten voor het raam van Pinokkio's slaapkamer.

Kapitein Iglo zuchtte en nam een lange, lange reeks slokken. Nooit meer gezien, die kleine duivel. Later voer ik nog wel es voorbij, maar ik ben te trots om te gaan klagen. Vorig jaar zag ik hem een keer op Centraal Station, een hele vent nu, jaar of vijftien, met die papegaai op zijn schouder. Ik heb niks gezegd.

Er viel een lange stilte. Ik kruiste de waterige en angstige blik van Kapitein Iglo. Hier een tientje voor je verhaal, zei ik en stond op. Hij pakte het aan en bromde bedankt. Donder op, spoorde hij me aan toen ik aarzelde. Ik liep door een donker, geurend park naar de lichten toe.