'Handhaving van de opkomstplicht leidt tot schade'

DEN HAAG, 7 JULI. Door handhaving van de opkomstplicht voor militaire dienst tot april 1996 brengt de staat een kleine groep burgers grote materiële en maatschappelijke schade toe. Dat zegt de Vereniging van dienstplichtige militairen (VVDM).

Gisteren diende het kort geding dat de VVDM tegen de staat had aangespannen. De VVDM bepleit onmiddellijke afschaffing van de dienstplicht. Alle mannen die tot opschorting van de dienstplicht toch worden opgeroepen, moeten bovendien een schadevergoeding van maximaal 70.000 gulden krijgen.

Volgens de VVDM blijkt uit berekeningen dat op dit moment nog geen tien procent van de beschikbare Nederlandse mannen de dienstplicht vervult. Zij dragen daarmee een last die gelijk verdeeld zou moeten worden, aldus de VVDM. Bovendien zouden ze onevenredig benadeeld worden ten opzichte van hun leeftijdgenoten die niet in dienst hoeven. Volgens het onderzoeksrapport dat de VVDM heeft laten opstellen, lijden dienstplichtigen doordat ze worden onttrokken aan de arbeidsmarkt een materiële schade van 55.000 gulden voor lager opgeleidenen tot 70.000 gulden voor hoog opgeleidenen.

Daarentegen heeft het ministerie van defensie becijfert dat twee van de drie mannen opkomt. Volgens de vertegenwoordigers van de VVDM komt het ministerie uit op dat getal doordat het op een later moment in de selectieprocedure begint met rekenen, als een groot deel van het totale aanbod al buitengewoon dienstplichtig is verklaard.

Het argument van de landsadvocaat dat het afschaffen van de dienstplicht midden in de overgang naar een beroepsleger onoverkomelijke financiële en organisatorische problemen met zich meebrengt, wijzen de vertegenwoordigers van de VVDM af als oneigenlijk.

De VVDM betwist ook het standpunt van de staat dat dienstplichtigen binnen de krijgsmacht nog onmisbaar zijn voor het uitoefenen van haar taken. Terwijl Defensie maar tussen de 1.500 en 4.000 essentiële functies becijfert, worden tot de afschaffing van de dienstplicht nog 15.000 mannen opgeroepen, aldus de VVDM. De internationale verplichtingen die staatssecretaris Gmelich Meijling (defensie) onlangs noemde als reden voor handhaving van de dienstplicht, vindt de VVDM niet overtuigend. De enige internationale operatie waarbij Nederlandse dienstplichtigen zijn betrokken, is in het voormalige Joegoslavië. Daar zijn 431 dienstplichtigen ingezet, die volgens de VVD door beroepspersoneel kunnen worden vervangen.

Volgens de landsadvocaat is de VVDM in de vordering niet-ontvankelijk. De vereniging zou de groep dienstplichtigen onvoldoende vertegenwoordigen, onder andere doordat 70 procent van de dienstplichtigen lid zou zijn van de Algemene Vereniging van Nederlandse Militairen. Volgens de VVDM kloppen die cijfers niet. Over twee weken volgt uitspraak.