Grut vaker de wei in sturen spaart lessen

Uit onderzoek blijkt dat niet alle kleine scholengemeenschappen in 1998 de nieuwe lesprogramma's op HAVO en VWO kunnen betalen. Maar de schoolleiders in kwestie denken dat daar wel een mouw aan te passen is.

STADSKANAAL, 7 JULI. “Ach wat, kwatsch. Al telt de vijfde klas VWO tien leerlingen, ik houd ze op mijn school. Tot de laatste zweetdruppel.” Schoolleider D. Lieftink weigert te geloven dat in 1998 het nieuwe lesprogramma voor de hoogste klassen HAVO en VWO te duur wordt voor zijn Comenius College voor VWO, HAVO, MAVO en voorbereidend beroepsonderwijs. Door “creatief te jongleren met het schoolbudget” komt het geld tevoorschijn.

Ook nu moet zijn school spitsroeden lopen om het hoofd boven water te houden met twintig van de 1.650 leerlingen in VWO 5 en 45 in HAVO 4. Negen van de tien lessen volgen ze samen met leerlingen een klas hoger, bij vakken als wiskunde schuiven scholieren uit VWO 5 aan bij die uit HAVO 5. Bovendien heeft Lieftink van de nood een deugd gemaakt door het onderwijs in de bovenbouw te 'Daltoniseren', zegt hij, met minder klassikale lessen en meer zelfstudie. Al heeft hij de roostermakers op het hart gedrukt het komend jaar scholieren van HAVO en VWO hoe dan ook níet bij elkaar in een klas te stoppen, “want dat valt niet meer te communiceren naar de ouders”.

Schoolleiders van scholengemeenschappen die op hun HAVO of VWO-afdelingen minder dan dan 25 leerlingen per leerjaar herbergen, reageren laconiek op het onderzoek waaruit blijkt dat het nieuwe lesprogramma in de hoogste klassen HAVO en VWO op hun scholen onbetaalbaar wordt. “Een knudde-onderzoek”, smaalt directeur E. Huisman van de christelijke scholengemeenschap Revius in Deventer (802 leerlingen, 14 in VWO 5), “moeilijker dan nu krijgen we het nooit. Het is een kwestie van behendig schuiven met hulp van een wiskundeknobbel.” En voor conrector M. van der Stoep van het Utrechtse Prisma College (1600 leerlingen, twintig in VWO 5) is “1998 gewoon veel te ver weg”. Wie dan leeft die dan zorgt.

In plaats van vrije vakkenpakketten moeten aan het eind van het schooljaar 97/98 alle HAVO en VWO-leerlingen kiezen uit de vier voorgeschreven profielen 'cultuur en maatschappij', 'economie en maatschappij', 'natuur en gezondheid' en 'natuur en techniek'. Over het precieze aantal scholen waarvoor deze verandering duur uitpakt geeft het onderzoek geen uitsluitsel. Het financiële gevaar verschilt per school, heet het, al naar gelang de opbouw van de school en de afdelingen, en de prioriteiten die een school stelt. De extra kosten kunnen oplopen tot acht procent van het schoolbudget. Desgevraagd zei staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) het “een belangrijke constatering” te vinden dat het nieuwe lesprogramma niet voor elke kleine school onbetaalbaar zal zijn. Zelfstandige gymnasia, bijvoorbeeld, zullen het sowieso bolwerken. Na de zomervakantie zal de staatssecretaris het onderzoek vergezeld van haar reactie naar de Tweede Kamer sturen.

Volgens de schoolleiders van de bedreigde scholengemeenschappen is in het onderzoek 'hun creatieve trucendoos' over het hoofd gezien. Nu al sparen ze een hoop geld uit door bij vakken als geschiedenis en wiskunde HAVO en VWO-leerlingen bij elkaar in een groep te zetten, de klassen in de onderbouw tot 32 leerlingen te vergroten en minder lesuren te geven dan de inspectie voorschrijft. “Ik heb één leerling Latijn”, zegt Huisman uit Deventer. “Die steekt in een uur privéles net zoveel op als 15 kinderen in drie uur.”

Behalve al beproefde kunstgrepen zien de schoolleiders in kwestie nog meer lichtpuntjes. Zo heeft Huisman al uitgekiend dat hij in 1998 slechts twee vakkenpakketten aanbiedt, een alfa en een beta-variant, door de vier profielen twee aan twee in elkaar te schuiven. Gevolg daarvan is wel dat geen leerling meer iets te kiezen heeft, terwijl dat in de plannen is bedongen. Maar daar is de directeur niet rouwig om, integendeel: “Bij ons zullen de leerlingen HAVO-plus en VWO-plus moeten doen. Da's moeilijker ja, maar het krikt het imago van de school op, zodat je weer meer leerlingen trekt.” En Van der Stoep uit Utrecht beklemtoont dat het de bedoeling is dat tegelijk met de invoering van de profielen leerlingen minder klassikaal les krijgen. “Als je het grut vaker de wei in stuurt, spaar je weer een hoop leraarlessen uit. Daar gaat het onderzoek aan voorbij.”

Klopt, beaamt verantwoordelijk onderzoeker B. Huijssoon van de stuurgroep Tweede Fase. Al nuanceert hij dat onmiddelijk met de opmerking dat scholen hun aantal klassikale lesuren tot de helft mogen beperken. Niettemin verwacht hij dat kleine scholengemeenschappen die kans om organisatorische redenen snel zullen aangrijpen. Daarom zal het, vermoedt hij, wel meevallen met het aantal afdelingen dat omwille van de bovenbouw moet opdoeken.

Maar die bezwering stelt de vereniging van schoolleiders AVS niet gerust. Naar de stellige overtuiging van AVS-woordvoerder C. Horsman zullen de plannen scholengemeenschappen dwingen om of opnieuw te fuseren of hun VWO-afdeling te sluiten omwille van een betaalbare bovenbouw, vooral op het platteland. Uit zijn rekensom volgt dat een scholengemeenschap die alle schooltypen omvat, minimaal 2000 leerlingen moet herbergen met tenminste 75 tot 100 leerlingen in elk leerjaar van het VWO.

Ook de suggesties van de betrokken schoolleiders stellen Horsman weinig gerust. De vereniging wil eerst ander onderzoek naar de vernieuwde bovenbouw HAVO en VWO op kleine scholen afwachten, uitgevoerd door de Universiteit Twente. In september verschijnt het.