Fries smidsgilde na twee eeuwen terug

LEEUWARDEN, 7 JULI. Exact tweehonderd jaar na de opheffing van het Leeuwarder gilde van goud- en zilversmeden doen de gildemeesters opnieuw hun intree in Friesland. Ze willen hun ambacht niet alleen verder professionaliseren, maar het ook meer bekendheid geven.

Veredelde slavernij, noemen ze wel eens de reparaties die ze voor juweliers uitvoeren. Natuurlijk zijn ze er blij mee, maar ze doen zoveel meer. In opdracht gouden en zilveren sieraden, sier- en gebruiksvoorwerpen maken, bijvoorbeeld. Boekensteunen en briefopeners. Kandelaars en lepeltjes. Maar ook werk uit eigen vrije collectie. Hij gebruikt naast goud en zilver ook edelstenen (diamant, robijn, topaas, smaragd, saffier) en sierstenen (of halfdelstenen).

Het vak van goud- en zilversmid is ondergesneeuwd als volwassen bedrijfstak, vinden de Friese goud- en zilversmeden. Daarom staken ze koppen bij elkaar om uit de schaduw van de juwelier te treden. De beste manier om hun werk bekender te maken zou een nieuw gilde zijn, besloten ze. Vorige week werd in Beetsterszwaag het in Nederland eerste gilde van goud- en zilversmeden gepresenteerd. Dat gebeurt door middel van een expositie op landgoed Lauswolt, waar de drie proeven van bekwaamheid van de gildemeesters te zien zijn. Want de smeden moesten zich onderwerpen aan de gildeproef.

Elk van hen ontwierp een groot werkstuk, een halssierraad en een ring met het thema 'Friesland'. Het werk werd ter beoordeling voorgelegd aan een jury van deskundigen, die haar taak zeer serieus opvatte en enkele uren met loep en vergrootglas het werk bestudeerde. Alle twaalf goud- en zilversmeden konden tot het gilde toetreden. Op de deur van hun open atelier (een andere voorwaarde om lid te worden) mogen ze voortaan het nieuwe wapenschild hangen, dat de gildemeesters als kwaliteitskeurmerk hebben ontworpen. Elk aspirant-lid moet de proeve van bekwaamheid afleggen. “Op deze manier willen we kwaliteitseisen formuleren, zodat ons ambacht verder geprofessionaliseerd wordt”, licht voorzitter J. Kerkstra toe.

Het kwaliteitskeurmerk is voor het publiek een bewijs dat ze met een echte vakman of -vrouw - bij het gilde zijn drie vrouwelijke edelsmeden aangesloten - te maken hebben, stelt hij. De gildemeesters, die meer dan tien jaar edelsmid zijn en van wie het merendeel 'klassiek' geschoold is aan de Vakschool voor Goud- en Zilversmeden in Schoonhoven, lieten inmiddels een kleurenfolders drukken en willen gezamenlijke reclamecampagnes voeren om hun vak te promoten. “Maar we willen ook onderling over het vak praten”, aldus penningmeester T. van Halsema uit Leeuwarden. “Iedereen zit vaak toch alleen voor zichzelf in zijn atelier te werken”.

Steeds meer mensen hebben geld over voor unica, zeggen de gildemeesters. Rolf: “Mannen zijn onze beste klanten. Zij willen hun partner vaak iets aparts geven”. Zilversmid Rolf uit Drachten zit ruim dertig jaar in het vak. Hij maakt vrijwel alleen nog modellen in opdracht. “Sieraden, gebruiksvoorwerpen, modern of klassiek. Het leukste is voor particulieren te werken, maar ik maak ook relatiegeschenken zoals speldjes, logo's, bekers”. Kerkstra is zover nog niet. Zijn reparaties maken nog zeventig procent uit van zijn omzet. Ooit was dat honderd procent. Hij zit vijftien jaar in het vak. Is jaren arm geweest. “Ik wilde de kunstenaar uithangen. Alleen maar maken wat ik zelf mooi vond.” Maar er moest geld verdiend worden, want hij wilde een huis kopen. Dus zette hij zich aan de reparaties in opdracht van juweliers.