Frans Haks stapt half jaar eerder op bij het Groninger Museum; 'Na 17 jaar directeur spelen vind ik het welletjes'

GRONINGEN, 7 JULI. Frans Haks heeft nog laten uitzoeken of het contract met de gemeente Groningen om per 1 juli 1996 op te stappen aanvechtbaar was, maar “het was juridisch helemaal dichtgetimmerd”. Na zijn zware hartoperatie kwam echter de behoefte om zo snel mogelijk te stoppen. “De combinatie dat het museum een heel ander bedrijf is geworden en dat ik zelf nog niet op orde was, maakte dat ik het niet leuk meer vond.”

Haks (57) stapt per 1 januari 1996 op als directeur van het Groninger Museum, een half jaar eerder dan hij en de gemeente Groningen medio 1993 hebben vastgelegd. De gemeente Groningen onderzoekt of het Groninger Museum per 1 januari verzelfstandigd kan worden. Het kwam daarom goed uit dat Haks zelf aangaf snel te willen vertrekken.

“De lijn die het opzienbarendste museum van Nederland heeft ingezet, moet worden doorgetrokken”, zo staat te lezen in de advertentie voor de vacature die volgende week in kranten verschijnt. Haks zal zich niet bemoeien met de aanstelling van zijn opvolger. “Daar wil ik niet medeplichtig aan zijn.”

De museumdirecteur zit in zijn werkkamer, friemelend aan een leesbrilletje. De kamer vult zich af en toe met zijn zo typerende schaterlach. Als hij bijvoorbeeld over zijn huilbuien vertelt tijdens de revalidatie na de goed verlopen bypass-operatie in december 1994. “Ik was heel sensibel. Liep ik door het bos en zag dat de blaadjes waren aangevreten. Dan huilde ik tranen met tuiten vanwege die zielige plantjes.”

In die periode was hij voor het personeel in het museum geen leuk mens. Net twee maanden na de operatie ging Haks weer aan het werk. “Het hoort bij het revalideringsproces dat je af en toe woedend bent. Ik smeet nog net niet met asbakken, maar schold mensen wel de huid vol.” Deze ervaring bespoedigde zijn vertrek. Hij voelde zich niet meer op zijn gemak als directeur van zo'n grote organisatie. Na de opening in oktober 1994 ging hij merken dat het museum een heel ander bedrijf was geworden. Het oude museum, waarvan hij in 1978 directeur werd, had 30 medewerkers, het nieuwe 165. “Er hangt een andere mentaliteit, er is meer overleg nodig. Dat ligt me niet. Ik beheers de techniek en tactiek niet om met zoveel mensen voor elkaar te krijgen wat ik wil. En ik wil niet meer naar een cursus om dat te leren.”

Toch waren er vorig jaar momenten waarop hij eraan dacht langer te blijven dan was vastgelegd. De overeenkomst om medio 1996 op te stappen had hij getekend vlak nadat hij was veroordeeld voor het samenwonen met iemand die een uitkering genoot. Acht maanden later werd hij van de steunfraude vrijgesproken.

“Ik wilde zo graag de nieuwbouw van het museum afmaken dat ik het contract amper heb gelezen. Later dacht ik dat ik gek was geweest.” Hij heeft laten uitzoeken of hij het tekenen van het contract op 'dwang' kon gooien, maar die mogelijkheid was er niet.

“Achteraf zeg ik dat het goed is geweest. Ik heb 17 jaar voor directeur gespeeld. Het is welletjes.” Haks blijft nog als adviseur in dienst van de gemeente Groningen, onder andere voor het Groninger Museum. Wat en hoe hij gaat adviseren, zal 'de heer weten', hij weet het nog niet. Na 1 januari gaat Haks eerst een paar maanden weg. “Naar plekken waar ik nooit ben geweest. Al mijn reizen hadden een doel; een tentoonstelling of een aankoop. Zo heb ik hele werelddelen laten liggen. Daar wil ik nu heen.”

En dan? Haks heeft geen idee. Misschien nog eens een opera regisseren. “Met tentoonstellingen regisseer je dode stukken. Het lijkt me boeiend om dat met levende wezens te doen. Als ik het met sommige voorstellingen vergelijk, dan ziet het er hier in het museum veel theatraler uit.” Misschien zegt Haks de 'kunst' wel helemaal vaarwel. “Achter de geraniums. Alles kan, ik weet nog niets.”

In ieder geval gaat hij weg uit Groningen. “Groningen was een afzetgebied, nooit een terrein waar ik ideeën opdeed. Als het afzetgebied verdwijnt, heeft het geen zin te blijven.” En hij is te bekend geworden. Hij ziet het aan oud-wethouder Ypke Gietema. “Je kunt geen wind laten zonder dat iemand er wat van zegt. Dat zou ik buitengewoon onaangenaam vinden. Plus dat mijn verleden hier me nou niet vreselijk lief is.”

Ruzies met de museumconservatoren, de fraude-affaire, het verzet van Groningers tegen de nieuwbouw van het museum en zijn hartoperatie. Leuk was het niet, maar hij zegt het zo weer over te willen doen. Ondanks dat zijn werkgever, de gemeente Groningen, hem meteen schorste toen hij alleen nog maar verdacht werd van steunfraude. Ondanks dat hij 'aangeschoten wild' was. Ondanks dat de hartproblemen hem op de rand van leven en dood brachten. De problemen namen in complexiteit en hevigheid toe, maar volgens Haks daarmee ook zijn kracht. “Ik voel me er wel rijk mee. Reve zei het al: Als je niet in een gekkenhuis en een bajes hebt gezeten ben je geen half mens.” Het is, zegt Haks, een gevoel dat mensen die uit een oorlog komen ook hebben, een gevoel dat niets je meer kan overkomen.

    • Herman Staal