Europa en China

DE EUROPESE UNIE werkt aan een eigen China-politiek. Dat werd tijd en het is verstandig, want China ontwikkelt zich in duizelingwekkend tempo tot een economische factor van betekenis - te groot om aan de diverse lidstaten van de Unie over te laten. Te groot ook om in een jing-jangspel tussen handel en rechten van de mens heen en weer te laten schommelen. In China woont een kwart van de wereldbevolking, het land kan in één decennium de belangrijkste economie ter wereld worden en de groeicijfers van het land stralen nu al zo krachtig uit over de rest van de wereld dat het niemand onverschillig kan laten.

“Het is ons belang dat China wordt geïntegreerd in de wereldeconomie”, aldus de EU-commissaris voor buitenlandse handel, Sir Leon Brittan, bij de presentatie van zijn China-plan. Spanningen met China creëren over de rechten van de mens heeft geen enkel resultaat behalve “gemakkelijke populariteit thuis”, aldus de commissaris met een sneer naar president Clinton. Volgens Brittan brengt economische liberalisatie vanzelf ook politieke liberalisatie.

Of dit laatste klopt is de vraag. De Chinese sociale en politieke structuur onttrekt zich aan zulke overzichtelijke redeneringen, ook in de tijd van het communistische keizerrijk van de laatste halve eeuw. De vraag is zelfs of men in politieke zin zo optimistisch kan zijn over China. Peking voert een assertief buitenlands beleid. Het claimt eilanden voor de kust, is bezig met een geweldige versterking van de strijdkrachten en laat zich door niemand de les lezen - trefwoord Plein van de Hemelse Vrede. De autoriteiten dragen de economische spektakel-statistieken van de laatste jaren voor zoals generaals kunnen vertellen over de veldslagen op weg naar de eindzege.

EN TOCH IS er voor toenadering geen alternatief. Daarvoor heeft China door omvang en potentie een te grote invloed op de wereld. Alleen al de aanslag die het land straks kan doen op het milieu in de wereld, jaagt menig statisticus de stuipen op het lijf. En ondanks het autoritaire en weinig humane geboortenregime in China komt er elke tien jaar nog een nieuw Japan erbij. Demografische druk en economische potentie versterken er elkaar en doen sommige regio's in China lijken op een op hol geslagen paard van verandering en bedrijvigheid.

Spelregels van eerlijke concurrentie, van respect voor auteursrechten, voor milieuvriendelijke produktie en handel zijn van wezenlijk belang voor China en de buitenwereld. Dat betekent niet dat Westerse politici hun opvattingen over een waardige omgang met de rechten van de mens moeten verzwijgen in China, maar wel dat daarvan alleen de betrekkingen met het Rijk van het Midden niet kunnen afhangen. In zoverre is Sir Leon even realistisch als de Nederlandse premier Kok onlangs bij zijn bezoek aan dat land. Via de economie valt China vermoedelijk beetje bij beetje te beïnvloeden. De groei van de Chinese economie wordt voor een kwart gerealiseerd door buitenlandse handel, joint ventures tussen Chinese instellingen en buitenlandse bedrijven zijn goed voor meer dan tien procent van die groei.

IN DE SOMBERSTE scenario's breekt er over enkele decennia een oorlog uit omdat China de wereld tot stikkens toe vervuilt of bereikt China een type welvaart op grond waarvan alleen de Chinese automobilisten al goed zijn voor een file die drie keer om de wereld stilstaat. In de meer optimistische scenario's realiseert de wereld een geregelde integratie van het land met een hogere levensstandaard, die de buitenwereld stimuleert in plaats van afschrikt. De keuze van de Europese Commissie is daarom logisch, al zal er nog menige bittere pil moeten worden geslikt.