EU Europese Unie; Desillusie tergt nieuwkomers

Ze zijn pas zeven maanden lid van de Europese Unie en nu al ontevreden. Veel Oostenrijkers en Zweden, die vorig jaar hebben gestemd vóór de toetreding van hun land tot de Europese Unie (EU), hebben daar nu spijt van, zo is gebleken uit opiniepeilingen.

In Zweden, waar de bevolking vorig jaar november met 52,2 procent voor toetreding stemde, zou slechts dertig procent van de bevolking opnieuw kiezen voor EU-lidmaatschap. In Oostenrijk is het aantal 'ja'-stemmers sinds juni van vorig jaar (66,4 procent) inmiddels gedaald naar 39 procent. Alleen de Finnen, die vooral uit historische en geopolitieke overwegingen voor toetreding stemden, zouden met een meerderheid opnieuw 'ja' zeggen.

De onvrede in Zweden is niet zo verrassend. De regering was onderling verdeeld over de toetreding en is dat nog steeds. Geheel volgens het Zweedse 'consensus-model' voerden twee ministers in het sociaaldemocratische kabinet van premier Carlsson openlijk campagne tegen het lidmaatschap. Toen Zweden toch 'ja' zei, verklaarde een van hen dat de 'ja'-stemmers een “enorme verantwoordelijkheid” op zich hadden genomen en dat zij “de tegenstanders moeten laten zien dat de toetreding de moeite waard is geweest.”

Het 'ja'-kamp van Carlssons socialistische partij had onder rampzalige economische omstandigheden - een zieltogende financiële sector, een huizenhoog begrotingstekort en een groeiende staatsschuld - grote beloften gedaan: er zouden na de toetreding meer banen komen, de sociale voorzieningen zouden 'gered' worden, de prijzen zouden omlaag gaan en de waarde van de kroon zou stijgen. Het 'nee'-kamp constateert nu dat de grote prijsdalingen zijn uitgebleven, de rente nog altijd hoog is, de kroon is gedaald en de regering aan het meest ingrijpende bezuinigingsprogramma is begonnen dat een sociaaldemocratische regering ooit heeft uitgevoerd.

Terwijl Carlssons minderheidsregering voorzichtig duidelijk maakt dat de uit de kluiten gewassen welvaartsstaat de oorzaak is van de economische problemen, kijken veel Zweden nijdig om naar Noorwegen waar niemand spijt heeft van de 'nee'-stem tegen de EU en waar de voorspelde politieke isolatie en economische teruggang tot dusver zijn uitgebleven. Carlsson begint in een zelfde wurggreep te raken als zijn Britse collega, John Major, die door de euroscepticsche vleugel in zijn partij voortdurend wordt aangevallen op te Europees gedrag.

De Oostenrijkse minister voor Europese zaken, Brigitte Ederer, moest vorige maand ook toegeven dat de prijzen sinds de toetreding tot de EU niet zo snel waren gedaald als was beloofd. De belofte van meer werkgelegenheid is ook nog niet zichtbaar ingelost. Wel werd een extra belasting ingevoerd op het eigendom van landbouwgrond om het lidmaatschapsgeld van de EU te financieren. Dat is koren op de molen van de leider van de extreemrechtse Vrijheidspartij (FPÖ), Jörg Haider. Hij voerde vorig jaar juni een agressieve anti-EU campagne en roofde vier maanden later tijdens de landelijke verkiezingen veel stemmen weg bij de regerende coalitie die zo zijn best had gedaan voor de toetreding tot de EU.

Binnen de Oostenrijkse regeringscoalitie, die nog net overeind bleef, is de EU geen twistpunt zoals in Zweden. Maar de regering voelt wel de hete adem in de nek van de oppositie - Haiders FPÖ en de Groenen - die klaar staat om de EU van iedere tegenslag de schuld te geven.

Terwijl de scepsis over Europa onder de Oostenrijkse bevolking toeneemt, vecht de pro-Europese regering voor een prominente plaats op de EU-ranglijst. De 'kern-Europa-these' is een obsessie geworden. De regering wil de eerste selectieronde, deelname aan de Europese Monetaire Unie EMU, voor geen goud missen. Maar het terugbrengen van het financieringstekort van vijf procent naar onder de drie procent - een van de voorwaarden voor deelname aan de EMU - stelt de toch al zwakke regering bloot aan nog meer kritiek van de oppositie.

De Oostenrijkse regering heeft er veel voor over om goede maatjes te zijn met Duitsland, de grote voorstander van federalisering in de EU. Om Duitsland te behagen slaat Oostenrijk geen enkel Europees initiatief over. Die politiek brengt niet altijd direct gewin. Deelname aan 'Schengen' heeft tot dusverre vooral urenlange wachttijden aan de grens met Hongarije opgeleverd. De regering overweegt, op aandringen van Duitsland, zelfs opgave van de zo lang gekoesterde militaire neutraliteit. De bevolking moet ondertussen worden gekalmeerd met een massieve publiekscampagne over de voordelen van het lidmaatschap.

De regering van Carlsson toont zich minder slagvaardig. Over deelname aan de EMU heeft niemand nog een standpunt durven innemen. Actieve deelname aan een Europese defensiemacht wordt uitgesloten. In de wetenschap dat de Zweedse bevolking, de partij en leden van de regering bedenkingen hebben over verdere integratie heeft Carlsson het hooguit over het scheppen van banen en behoud van het milieu als hij over Europa praat.