Een muurbloem met een camera; Rapper MC 900 FT. Jesus over samples

MC FT. 900 Jesus trad vroeger altijd op met computers en andere apparaten. Maar op het North Sea Jazz Festival laat hij zich begeleiden door een negenkoppige band. De rapper is uitgekeken op samples. “Het wordt zo'n klus voor het slimste jongetje van de klas: 'Wie kan het obscuurste funkloopje vinden?' ”

MC 900 FT. Jesus treedt zondag 16 juli op op North Sea Jazz. 'One Step Ahead Of The Spider' is verschenen bij American Recordings/BMG (74321 24231)

Toen Jezus aan de Amerikaanse evangelist Oral Roberts verscheen, was hij zo groot als de Eiffeltoren. Jezus verzekerde hem dat Roberts parochianen de kosten van een nieuw te bouwen heiligdom zouden dekken. Dit overtuigende beeld van goddelijke zegen werd door de Texaan Mark Griffin vervolgens gekozen als naam voor zijn musicerende alter ego. Griffin plakte er nog 'MC' voor, het in rap-kringen gangbare voorvoegsel dat 'master of ceremony' betekent, en kwam zo uit op 'MC 900 FT. Jesus'.

Met deze megalomane naamgeving verried de voormalige platenverkoper uit Dallas, die zichzelf in interviews graag als muurbloem schetst, al zijn ambitieuze bedoelingen. Want na drie cd's is inmiddels duidelijk geworden: MC 900 FT. Jesus maakt meer dan muziek, hij maakt films zonder beeld. Mark Griffin heeft met zijn derde cd, One Step Ahead Of The Spider, eindelijk bereikt wat hem steeds voor ogen heeft gestaan. Een rijk, evocatief klankbeeld met sluipende baslijnen en diepe kopertonen vormt op deze cd de soundtrack voor de omzwervingen van zijn hoofdpersonen - zoals altijd beschreven in de derde persoon enkelvoud.

Tot voor kort was ook MC 900 FT. Jesus zelf een eenzame geest. Hij voerde zijn ideeën thuis uit met een viersporen-recorder en ging op tournee met een set drumcomputers, sequencers en andere programmeerbare apparatuur. Maar wie Mark Griffins optredens van vier jaar geleden met die van nu vergelijkt, neemt een transformatie waar. Zoals Sneeuwwitje werd wakker gekust door de prins, zijn de apparaten veranderd in levende muzikanten. De drummachine is een sober maar snedig spelende drummer geworden, pianoklanken komen van een virtuoze toetsenist en vier anderen bespelen de percussie, blaasinstrumenten en gitaar.

Griffin zelf speelt trompet, en rapt op de 'droge' manier die blanke rappers eigen is. Hij grijpt niet naar sjeuïge kreten, schuttingwoorden of zelfverheerlijking, Griffin reciteert afgemeten zijn verhaal. De trompet is een souvenir uit een vorig leven als huurmuzikant in big bands. Griffin, die aan een conservatorium studeerde, speelde jarenlang in het soort orkesten dat reclamedeuntjes inspeelt en zangsterren begeleidt. Daar zat hij altijd zo ver mogelijk achter op het podium en staarde bij de trompetloze stukken naar zijn veters. De schuchtere Griffin was allesbehalve een 'voorman'.

“Ik ben nooit een grote prater geweest. Ik zit een beetje achteraan en kijk, dat is mijn houding tegenover het leven,” vertelt Griffin. Dat hij als man van weinig woorden juist de rap als medium kiest is paradoxaal: geen stijl vraagt zoveel tekst als deze. Bovendien vertellen rappers graag over zichzelf. “Ik heb rap gekozen om het ritme, niet om de inhoud. Ik praat over alles behàlve mezelf, dat maakt de teksten universeler. In mijn observaties is mijn oog als de lens van een camera: ik kies een vogelperspectief, ik zoom, ik maak een rondtrekkende beweging.”

Als voorbeeld van deze techniek noemt Griffin het openingsnummer van zijn laatste cd, 'New Moon'. In elf minuten vertelt hij het verhaal van een vrouw die zelfmoord pleegt. Minutieus beschrijft hij haar handelingen: dat haar auto moeilijk start, dat ze een keer moet choken, hoe ze doelbewust de snelweg oprijdt. Hij zet de luisteraar op het verkeerde been door te suggereren dat ze voor haar plezier even een stuk gaat rijden. Hij beschrijft de wegversperring en de vrouw die geen aanstalten maakt die te ontwijken. Integendeel, ze klemt het stuur in haar handen en drukt het gaspedaal nog wat dieper in.

“Ik toon een flard uit iemands leven, alsof ik ergens een vergeten scène uit een film heb gevonden. Ik vertel in New Moon niets over de gemoedstoestand van de vrouw, of over de achtergronden van haar daad. In dit geval heb ik het zo gedaan om de gebeurtenis los te maken van een specifieke context. Ik wilde dat de luisteraar een schets kreeg van iets dat zich iedere dag ergens ter wereld afspeelt.”

Suspense

De muziek bij het nummer kondigt het onheilspellende einde al aan: de diep brommende basklarinet, de incidentele gitaaraccenten en het elektrische piano-melodietje dat ook The Pink Panther had kunnen illustreren. Het lijkt alsof Griffin bewust gebruik gemaakt heeft van de spanningswetten van de soundtrack. “Ik heb compositie gestudeerd en ik weet welk instrument welke associatie oproept. De manier waarop ik de tamboura, een Indiase luit, gebruik geeft dit nummer iets suspense-achtigs. Net als de basklarinet die eigenlijk zelden voorkomt in de jazz of in de popmuziek. Het is een instrument dat voor symfonieën gebruikt wordt maar ik kende het van Miles Davis' platen, Bitches Brew bijvoorbeeld, en ik vond dat het effect hier de juiste donkere onderstroom geeft.”

Dat Griffin tegenwoordig met een grote, in jazz geschoolde band werkt heeft zijn manier van songschrijven veranderd. Vroeger zat hij vast aan de beperkingen van de elektronische apparatuur. Nu kan hij nummers schrijven die losser van structuur zijn. Hij houdt rekening met de mogelijkheid van improvisatie bij optredens en hij heeft de beschikking over een groter arsenaal aan klanksoorten.

De mechanische kilte van drumcomputers en samples die zijn eerste cd, Hell With The Lid Off (1990), nog kenmerkte was op de opvolger Welcome To My Dream (1991) al verdreven door een sfeervollere, geheimzinnige begeleiding. Op One Step Ahead Of The Spider, de laatste cd, wordt de ongeëmotioneerde voordracht van Mark Griffin volkomen gecompenseerd door de rondborstige klanken van zijn orkest.

Op deze cd ontbreekt de collage-achtige structuur van zijn eerdere cd's doordat Griffin geen gebruik van samples meer heeft gemaakt. Griffin, die aan het begin van zijn carrière sterk beïnvloed was door de Newyorkse rapgroep Public Enemy, zegt inmiddels uitgekeken te zijn op het zoeken naar 'zeldzame' grooves om te kunnen samplen. “Het wordt zo'n klus voor het slimste jongetje van de klas: 'Wie kan het obscuurste funkloopje vinden?' Bovendien is het clearen, het afkopen van de samples die je gebruikt, de afgelopen jaren steeds kostbaarder geworden. Het is uitgegroeid tot een soort huisvlijt voor advocaten, tijdrovend en onbetaalbaar. Het eindeloos zoeken naar de eigenaren van de rechten van een bepaald stukje muziek kan het uitbrengen van je plaat maanden vertragen. Daardoor zijn samples de laatste tijd ook bij rap-artiesten minder populair.”

Vanuit New York wordt deze ontwikkeling door Michael Closter, de vaste clearance-advocaat van Public Enemy, bevestigd. “Grote platenmaatschappijen nemen geen risico meer,” zegt Closter. “Een tijdje geleden moest de maatschappij van de rapper Biz Markie een astronomische afkoopsom betalen omdat hij een niet-geclearde sample van Gilbert O'Sullivan had gebruikt. De rechthebbenden vragen steeds belachelijker bedragen voor een stukje muziek. En alleen de grote artiesten, zoals Michael Jackson of Janet Jackson, kunnen dat nog opbrengen.”

Voor Mark Griffin die met iedere plaat een grote stap in zijn ontwikkeling zet, had het afschaffen van de samples vooral een creatieve reden. Zijn eerste cd maakte de voormalige muurbloem nog met het voor hem zelf geruststellende idee 'dit is muziek voor in de discotheken, hier hoef ik tenminste niet mee op tournee'.

Inmiddels toert hij, hij speelt trompet, leidt de band en verschuilt zich niet meer achter samples van andermans muziek. Als een silhouet dat zich heeft losmaakt uit de duisternis treedt Griffin naar voren. Maar zijn gezicht is niet helemaal duidelijk te zien. Het invullen van de emoties achter wat hij vertelt laat Mark Griffin nog altijd aan de luisteraar zelf over.