De Groene Kathedraal is verrassend intiem

LONDEN, 7 JULI. Vijftig weken per jaar wordt het gras besproeid, geknipt en vertroeteld tot een helder, maagdelijk groen laken. Twee weken lang stampen, schuiven en draaien de beste tennissers en tennissters van de wereld zo hard dat het verkleurd tot een doffe bruine mat. Het centre court op Wimbledon, de mooiste tennisbaan van de wereld, waar morgen en zondag twee mannen en twee vrouwen strijden om de mooiste titel in het tennis.

Iedere speler die voor het eerst op Wimbledon mag meedoen, haast zich naar de tribune om een blik te werpen op het maagdelijk groene gras. Mary Pierce, die dit jaar debuteerde en snel verloor, vertelde dat ze de zondag voor het toernooi begon, starend naar het gras, een half uur lang in haar eentje had zitten dromen. Steffi Graf's liefste wens is een wedstrijd op een verlaten centre court, tegen Martina Navratilova, voor haar plezier.

Boris Becker ging al een jaar uit met zijn vrouw, Barbara Feltus, toen ze hem in 1992 voor de eerste keer begeleidde naar Wimbledon. Hij liet haar meteen het centre court zien. “Dit is waar ik geboren ben”, vertelde hij. Hij werd wat hij is met zijn zege in de finale in 1985, als jongen van zeventien jaar en zeven maanden.

De Groene Kathedraal is verrassend intiem en veel kleiner dan de tennisstadions van de Open Australian, van Roland Garros en de US Open. Becker is al tien jaar een vaste bezoeker. De baan is al die jaren nauwelijks veranderd. Op andere toernooien ligt er zoveel ruimte om de tennisbaan, vertelde Becker, dat hij wel eens vergeet betrokken te zijn in een één-tegen-één-gevecht. Op andere toernooien kan hij zijn tegenstander soms niet eens zien in de chaos van kleuren, door de reclameborden en de diepte van de baan. Om het centre court op Wimbledon hangt een donkergroen laken. Wimbledon wordt wel gesponsord, maar discreet. “Het zicht is altijd helder”, zei Becker. “Het maakt de beleving van een wedstrijd zo intens, dat sommigen daar problemen mee hebben. Ik geniet er van.”

De sponsors krijgen geen ruimte op het doek langs de baan, ook op de tribune is hun positie minder bevoorrecht dan op vrijwel alle andere proftoernooien. Daar zijn aan de rand van de baan gapende sponsorboxen neergezet. Een rijk van zes stoelen, van elkaar gescheiden door muurtjes die honderden echte tennisfans hun plaats ontnemen. Op Wimbledon heeft iedere toeschouwer evenveel beenruimte, met als enige uitzondering de 76 hooggeplaatsten in de Royal Box.

Het stadion werd gebouwd in 1922, toen het toernooi verhuisde van Worple Road naar Church Road, en is zo geconstrueerd dat een wit papiertje ter grootte van een stuiver vanaf iedere stoel te zien is. Sinds vijf jaar geleden, na de drama's in voetbalstadions, de staantribune werd verboden, telt de tennistempel 13.118 plaatsen. Over twee jaar komen daar 800 stoelen bij. “Meer willen we niet”, zegt een official van de All-England Club. “De nieuwbouw in New York brengt de capaciteit daar op 25.000. Dat vinden we te veel voor tennis. Dan is de wedstrijd niet meer te volgen.”

Om het centre court heen liggen zeventien andere banen. Prachtig is baan 1, met 6.058 plaatsen, waar de toeschouwers bijna bovenop het gras zitten. In de verbouwing die nu al aan de gang is, de eerste echte aanpassing sinds 1922, zal baan 1 plaats moeten maken voor nieuwbouw met onderdak voor de spelers, de organisatie en de pers. De nieuwe baan 1, een copie van het centre court met 11.000 plaatsen, is al in aanbouw. Twee grote kranen torenen uit boven een bouwput aan de noordzijde van het tennispark.

Ook langs baan twee, drie, dertien en veertien staan tribunes. De overige courts zijn met nauwelijks meer ruimte omgeven dan de banen op de gemiddelde tennisclub in Nederland. Het gangpad is drie meter breed, waarbij zowel links als rechts de doorgang wordt geblokkeerd door houten tuinbanken. Een wandeling over het verlaten tennispark duurt hooguit tien minuten. Tijdens de eerste week van Wimbledon, als ook de toppers op de buitenbanen in actie zijn en dertigduizend bezoekers per dag het park bevolken, is een uur niet genoeg.

De 27-jarige Becker vertelde deze week dat naarmate zijn leeftijd hoger wordt, hij steeds meer moeite heeft met de spanningen van het centre court. “Als je jong bent, zeventien of achttien, voel je niets. Dan is alles nog leuk”, zei Becker. “Nu voel ik de last van het hele toernooi. Zoveel kansen krijg ik hier niet meer.”

Zijn tegenstander in de halve finale, Andre Agassi, is slechts twee jaar jonger, maar behoort duidelijk tot een nieuwe generatie. “Er is niets vergelijkbaar met het centre court”, zei Agassi na zijn zege op Eltingh. “Je kijkt om je heen, ziet het enthousiasme, je voelt de geschiedenis en de traditie. Ik kan me mijn zenuwen van de eerste keer nog herinneren, toen ik niet wist wat ik kon verwachten. Inmiddels zijn die zenuwen verdwenen. Gebleven is de opwinding.”