De enige ware uitvoering; 20 jaar Schönberg Ensemble

Peter Peters (red.): Zoeken naar het ongehoorde. 20 jaar Schönberg Ensemble. Uitg. International Theatre & Film Books, 207 blz. Prijs ƒ 27,50

'Er is de geschiedenis van de muziek en er is de geschiedenis van de uitvoering van muziek,' schrijft Reinbert de Leeuw, dirigent en artistiek leider van het Schönberg Ensemble in het boekje Zoeken naar het ongehoorde, naar aanleiding van het twintigjarig bestaan van het dit gezelschap voor 'nieuwe muziek'. En die twee zijn volgens De Leeuw in de loop der jaren steeds verder uit elkaar gegroeid. Iets wat hij voornamelijk wijt aan 'de zucht tot interpretatie' van de hedendaagse musicus.

Het is waar dat uitvoerders nogal eens de neiging hebben om, zeg maar, tussen de partituur en de muziek in te gaan staan. En het is zeker waar dat het een van de verdiensten is van juist Reinbert de Leeuw, dat hij dat niet doet - of althans zo min mogelijk. Want zo simpel ligt het natuurlijk niet. Erik Voermans beschrijft in een interessant artikel in Zoeken naar het ongehoorde de uitvoeringspraktijk van Arnold Schönbergs Pierrot Lunaire (met ondermeer de beroemde uitvoering van het Schönberg Ensemble met de actrice Barbara Sukowa in 1984). Hij citeert een uitspraak van Eugene Lehner, de vroegere altviolist van het Kolisch Quartett, die Schönberg nog persoonlijk heeft gekend. Lehner herinnert zich hoe de componist de tempi van een uitvoering afwees, terwijl de musici zich juist exact aan diens metronoomcijfers hadden gehouden.

Kennelijk bestaat er niet één ware uitvoering van muziek en dus is iedere uitvoering onontkoombaar een interpretatie. Daarmee is echter nog niet alles geoorloofd. Voermans geeft een aardige reden voor de kwaliteit van de 'interpretaties' van Reinbert de Leeuw: 'De Leeuw is net genoeg componist om te willen doorgronden hoe een stuk is gemaakt en de kennis die dit oplevert dient voornamelijk (en sinds hij niet meer componeert: uitsluitend) om de vertolker in hem tot grotere daden te inspireren. Bij De Leeuw voert de musicus de boventoon, niet de componist.'

De Leeuw is, in de beginjaren samen met altviolist Henk Guittart, de drijvende kracht achter het Schönberg Ensemble. En dat is terug te vinden in de inmiddels twintig-jarige geschiedenis van het gezelschap, zoals Peter Peters, de redacteur van Zoeken naar het ongehoorde, laat zien in zijn historisch overzicht. Daarin blijkt hoe de muziek van de Tweede Weense School voor het Schönberg Ensemble altijd een belangrijke bron geweest. Maar daarnaast was er ook aandacht voor zeer uiteenlopende componisten, zoals Luigi Nono, Steve Reich, György Ligeti en Henryk Górecki. Ook dat is niet vreemd, voor een musicus als De Leeuw. Hij is in staat zozeer met een componist te vereenzelvigen, dat hij onvoorwaardelijk - althans voor de duur van de uitvoering - achter diens muziek staat.

In ieder geval leidt het tot de compromisloze uitvoeringen die het Schönberg Ensemble ook internationale faam hebben bezorgd. Hoe compromisloos De Leeuw is, vertelt componist Louis Andriessen in een aardige anekdote in zijn bijdrage. Andriessen beschrijft een concert dertig jaar geleden waarop hijzelf een pianowerk van Misha Mengelberg speelde: 'Dat begint met een acht tellen aangehouden lage As, in het tempo MM 30. Toen ik een oneindige tijd later, nadat ik die As toch wel zeer lang aangehouden had, eindelijk de tweede noot speelde, boog Reinbert zich over naar zijn buurvrouw en fluisterde: 'Hij raffelt het af'. '