Componist Jongen ten onrechte vergeten

Concert: Radio Symfonie Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Kees Bakels m.m.v. Leo van Doeselaar, orgel. Programma: Joseph Jongen, Sinfonia concertante, op. 81, César Franck, Psyché. Gehoord: 6/7, Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 12/8, 14u.

Joseph Jongen geldt als de belangrijkste Belgische componist uit de eerste helft van de twintigste eeuw, maar in Nederland is zijn werk vrijwel onbekend. Afgaand op Jongens Sinfonia concertante op. 81 voor orgel en orkest die gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw door het Radio Symfonie Orkest onder leiding van Kees Bakels werd uitgevoerd, is die vergetelheid begrijpelijk maar niet terecht.

Joseph Jongen (1873-1953) ging al op zijn zevende naar het conservatorium in Luik. Nadat hij er prijzen had gewonnen, studeerde hij rond de eeuwwisseling in Berlijn, Parijs, Rome en andere Europese steden. Later gaf hij les in compositie en fuga, verbleef enige tijd in Engeland waar hij vooral kamermuziek componeerde en was van 1925 tot 1939 directeur van het conservatorium in Brussel.

In de Sinfonia concertante komen de belangrijkste kenmerken van Jongens stijl naar voren. Hij was allereerst een vakman, zoals onder meer te horen was in de geraffineerde fugatische thematiek van het eerste deel. Uit de rol die Jongen het orgel toebedeelt, blijkt een fijnzinnig gevoel voor instrumentatie. Organist Leo van Doeselaar kon zich in het Divertimento nu eens profileren, om dan de orgelklank weer te laten versmelten met het orkest. Het langzame Lento misterioso, dat opent met lome arabesken voor fluit en hobo, verwijst met zijn modale harmonieën het meest direct naar de muziek van Debussy. Het gejaagde laatste deel, waarin het koper stoere motieven blaast over snelle, gebroken orgelakkoorden, had het duidelijkst een eigen signatuur.

Jongen was een componist die vernieuwingen van anderen kundig in zijn muziek verwerkte zonder dat hij zelf de ambitie lijkt te hebben gehad een oorspronkelijk idioom te willen ontwikkelen. Toch vertelt zijn muziek een eigen verhaal en ze verdient het alleen al daarom gespeeld te worden, zeker als dat zo goed gebeurt als gisteravond door het Radio Symfonie Orkest.

Ook in het symfonische gedicht Psyché van César Franck, dat na de pauze werd gespeeld, besteedde Kees Bakels veel zorg aan samenhang, kern en balans. Dat de golfslag van aanzwellende en wegebbende harmonieën waarmee Franck verwees naar de antieke fabel van Psyche en Eros niet bleef boeien, stond dan ook los van de kwaliteit van de uitvoering.

    • Peter Peters