Christo

Te laat! Vandaag, terwijl u dit leest, is het voorgoed afgelopen. De Rijksdag is weer uitgepakt en wie geen tijd had of geen geld om een kaartje naar Berlijn te kopen, zal niet aan zijn kinderen en kindskinderen kunnen vertellen dat hij 'de Rijksdag nog ingepakt heeft gezien.' De Pont Neuf is ook ingepakt geweest en over een poosje zal de kunstenaar van Bulgaarse afkomst Christo weer iets inpakken maar zoals met de Rijksdag zal het nooit meer worden. Daarmee is het bewijs geleverd hoezeer kunst, tijd en plaats met elkaar zijn verbonden. De ingepakte Rijksdag is het concentraat van eigentijdsheid.

Hoe onstaat een idee? In een essay van Dirk van Weelden lees ik dat 'Christo Javacheff (1935) in 1956 vanuit zijn geboorteland Bulgarije, via Praag en Wenen het Vrije Westen bereikte, in een verzegelde postwagon, tussen de postzakken en pakjes. Om zijn weg naar de vrijheid te vinden moest hij ambtenaren ompraten en omkopen en zelf een pakje worden. Toen men het zegel op de deur verbrak en Christo werd uitgepakt, stapte er geen jonge academisch geschoolde kunstenaar uit de spoorwagon op het Weense station, nee, eerder een herboren jongmens, dat een overweldigende vrijheid cadeau kreeg.' Daaruit zou men kunnen opmaken dat de ontsnapping uit een verpakking aan zijn verpakken ten grondslag ligt.

Maar zo eenvoudig is het niet. Elsje van Houwelingen verpakte Hugo de Groot in een boekenkist ('Boeken bevatten geest en leven'). Zo ontsnapte hij in 1621 uit Slot Loevestein. Vier jaar later had hij zijn De iure belli ac pacis voltooid. Lenin is in 1917 door de Duitsers in een verzegelde treinwagon verpakt. Ook zijn reis, strikt genomen geen ontsnapping, heeft andere gevolgen gehad. Houdini komt er op het eerste gezicht dichtbij: hij liet zichzelf inpakken, maar zijn publiek en zijn roem had hij te danken aan de kundigheid waarmee hij zich weer uitpakte. Bij hem was de verpakking middel. Het doel was de uitpakking. Deze redenering tot het uiterste volgend komen we terecht bij de striptease.

Als kind was ik geboeid door de aanblik van sommige huiskamers in de buurt, van families die met vakantie waren. De grote meubels waren bedekt met lakens en zo veranderd in bolle witte monsters die achter de vitrage de onbewoonde ruimte in beslag hadden genomen. Er zijn films van Visconti waarin huizen worden betreden, de salon gemeubileerd met dergelijke pre-Christo objecten. Het ingepakte speelt daar in zijn roerloze geheimzinnigheid een rol die niet nader valt te defniniëren. Het verleden, zouden we kunnen zeggen, is in zijn wikkels nog méér aanwezig dan het in de resten van het oorspronkelijke zou zijn. Als we die omschrijving aanhouden komen we vanzelf terecht bij de mummie. Allemaal wijsheid achteraf. Het heeft niet geleid tot de kunst die de afgelopen week de spraakmakendste ter wereld is geweest.

Is Christo door zijn ontsnapping kunstzinnig getraumatiseerd geraakt? Is een ongelukkige jeugd een zegen voor een schrijver? Dat zijn vraagstukken van dezelfde orde. Is Christo een man met een fabuleus commercieel inzicht in de tijdgeest? Weet hij de fine fleur van de critici bij de neus te nemen, zo slim dat ze zich uitputten in exegese na exegese, de ene nog diepgravender dan de andere en allemaal eindigend in lof? Als dat zo is, verdient hij het. Dan is hij verwant aan de Kapitein van Köpenick en de man die de Eiffeltoren als oud roest verkocht. Ik geloof dat niet.

Zoals iedere beeldende kunstenaar heeft hij zijn eigen uitleg en rechtvaardiging. In de woorden van Dirk van Weelden: 'Keer op keer benadrukt hij in interviews dat er nergens sprake van make believe is, het is geen illusie of theater, het gebeurt allemaal echt: het enthousiast maken en overreden van de overheden, het informeren en erbij betrekken van omwonenden, de rechtzaken, het inhuren van lokale arbeiders, het ontzenuwen van kritiek en betalen van verzekeringen, boetes en vergunningen. Christo's werk is publieke kunst, (-) gemaakt om behalve kunst ook een inspirerende belevenis voor het volk te zijn. Dat bewerkstelligt hij door zijn werk letterlijk in de openbaarheid, in de maatschappij zelf op te richten en iedereen van hoog tot laag bij de realisering van het monsterproject te betrekken'.

Er wordt, voeg ik eraan toe, niet bij geschoten, het maakt geen lawaai, er wordt niet tegen een bal getrapt, er is geen winnaar, er vloeit geen bloed, het is geen godsdienstig mirakel, je hoeft er geen soft of hard drugs bij te gebruiken, en toch komen van heinde en verre de mensen kijken. Dat is heel zeldzaam.

Er staan nog veel meer grote gebouwen. Toch is de Rijksdag zijn niet te overtreffen meesterwerk, en iedereen weet waardoor dat komt.