Bedgeheimen

Het epicentrum van de sport is het bed.

De Tour was nog maar een etappe ver en Jean Nelissen had een belangrijk bericht voor tv-kijkend Nederland: Evgeni Berzin doet het met een Italiaanse die vijftien jaar ouder is. De gezagvolle commentator kon enig misprijzen niet onderdrukken. Je hoorde hem denken: wat een sukkel. Of was het de katholieke moraal die hem lichtjes opzweepte? Een gigolo in het peloton, nou zeg! Wielrennen is tenslotte een katholieke sport.

Drie uur later, het Tour-journaal op de BRT. De verslaggever interviewt Rominger.

“Tony, een paar jaar geleden zag ik je vrouw in de Giro, whaauw.”

“Ze is hier, in het hotel.”

“Zou ik...?”

Mevrouw Rominger komt al aangehuppeld.

“Gertrude, is Tony een goed echtgenoot?”

“Ik mag niet klagen.”

“Vertoont hij thuis wel eens nare trekjes?”

“Hij ruimt nooit op.”

“Dank u, Gertrude.”

De verslaggever kijkt, natrillend van de koorts, in de camera. Hij dreigt te bezwijken onder zijn eigen exclusiviteit.

Na elke etappe volgt op de Franse TV-zender Antenne 2 het magazine-achtig programma Vélo-club. Ploegleiders, de gele truidrager, de ritwinnaar, podiummeisjes en sponsors worden er met incestueus geweld onderworpen aan vragen over hun bruto nationaal geluk tijdens de Tour. Het hele plateau ademt een striptease van commercieel en sportief welbehagen en vooral van persoonlijk geluk. Alles aan de mens en de Ronde is magnifique, superbe et diplomatique. Het programma kabbelt van zaligverklaring naar heiligverklaring. Over de wedstrijd zelf verneem je niets meer, maar als Jeroen Blijlevens zegt dat hij als kind reeds van de Tour droomde, krijgt de presentator tranen in de ogen. En er wordt ook hier bij het leven gehengeld naar bedgeheimen. Ivan Gotti moet via een tolk duidelijk maken hoe hij de nacht heeft doorgebracht met zijn eerste gele trui. De suggestie van klaarkomen zindert in het halogeenlicht. De tweede vraag is nog pijnlijker. Of hij niet boos was op zijn ploegmaats toen hij, na een plasje langs de weg, op eigen kracht moest terugkomen in het peloton? De verlegen gele truidrager mompelt iets over hiërarchische verhoudingen die zich ook tot het urineren uitstrekken. Ik zit Vélo-club nu al een hele week dag na dag uit en ik denk alleen nog aan plassen, onaneren en nachtzweet.

De terreur van de anekdote, van de petite histoire, is souverein aan het epos. Het randverschijnsel is nu het pièce de résistance geworden van de informatiestroom en beeldvorming. Nog even en Henk van der Meyden meldt zich als de notoire biechtvader van voetballers, wielrenners en olympische helden. Geen woord meer over de solovlucht van Ledanois, alleen nog verhalen over Marie-Therèse die thuis, met de tekkel op schoot, Christus van het kruis afbidt. Of over mama Chiappucci die tijdens de klim naar Alpe d'Huez elk gevoel in de benen verloor toen ze zag dat Claudio de 42/15 niet meer rond kon draaien.

Zelfs de eerbiedwaardige BBC heeft in Wimbledon gekozen voor het drama buiten de krijtlijnen. In de beslissende set tussen Becker en Pioline kwam mevrouw Becker (de handen voor het gezicht) bijna net zo vaak in beeld als haar zwoegende echtgenoot. Wie Wimbledon op de BBC heeft gevolgd, kent de seksuele voorkeur van de tennissters. De partners van de dames zijn één voor één langdurig in beeld geweest. Mama Sanchez en moeder Chang heb ik via de televisie zien verrimpelen. Op zich is daar niets op tegen, maar er knaagt dan toch iets van een gevoel dat je naar iets obsceens hebt zitten kijken dat verborgen hoorde te blijven.

Randverschijnselen.

Een enkele keer zijn ze groter dan het leven. Gisteren zag ik hoe Conchita Martinez tegen zichzelf stond te worstelen in de partij tegen Arantxa Sanchez. Na weer een mislukte volley sprong dat heerlijke woord van Hristo Stoitsjkov van haar lippen: Puta. Het woord was alleen te zien, niet te horen. Het gaf haar mond een krul van misprijzen die ik nooit meer zal vergeten. Puta, en dat op Wimbledon, op slag was ik verzoend met de valse aristocratie die zich rond het centre-court ophoudt. Ik kon Conchita wel omhelzen. Eindelijk een meisje dat vanuit de buik durfde te schelden.

Morgen ga ik alle kranten kopen, want ik wil absoluut weten wie de 'hoer' van Wimbledon is. Had Conchita het over zichzelf, over Arantxa, over de umpire? Dat ene bedgeheim hoort mij toe.