Bach is fantastisch maar Chuck Berry ook; Het Kronos Quartet dicht de kloof tussen klassiek, pop en jazz

'Foe yong hai met aardappelpuree' - zo is de muziek van het Amerikaanse Kronos Quartet wel omschreven. Dit in 1978 opgerichte strijkkwartet speelt net zo lief stukken van Béla Bartók als van Charles Mingus en Jimi Hendrix. Op het North Sea Jazz Festival brengt het kwartet ongetwijfeld weer krankzinnige muziek van componisten die niemand kent.

Het Kronos Quartet speelt zaterdag 15 juli, omstreeks 20.00 uur in de Van Goghzaal. Laatste cd: Kronos Quartet: Performs Philip Glass (Nonesuch 7559 -79356-2). Distributie Warner.

Wat moet een klassiek strijkkwartet op een jazz-festival? Niks natuurlijk, maar het vanuit Californië opererende Kronos Quartet is ook, afgezien van de bezetting, nauwelijks klassiek te noemen. Niet dat het hevig zou proberen te swingen, dat laat het met liefde aan anderen over, of gek zou zijn op improviseren, want ook dat gebeurt maar mondjesmaat. Het onklassieke van Kronos steekt in iets anders: 'gespecialiseerd' zijn in het spelen van van alles en nog wat, vooral in wat de boer nog niet lust.

Welk klassiek strijkkwartet waagt het hele cd's te wijden aan stukken van jazzpianisten, of aan componisten die bijna niemand kent zoals Bob Ostertag of de in Zuid Afrika geboren Kevin Volans? En wie stopt stukken van Béla Bartók, bluesbassist Willie Dixon en Sofia Goebaidoelina rustig in één programma?

Ook samenspelen met musici uit vreemde 'hoeken' behoort tot de praktijk van het Kronos, zoals opnamen met bandoneónspeler Astor Piazzolla, gitarist Pat Metheny en de bejaarde Indiase vocalist Pandit Pran Nath bewijzen.

Zeggen dat Kronos van alle markten thuis is, is overdreven, maar eclectisch of postmodern kan men dit kwartet rustig noemen. Men kan ook zeggen dat dit kwartet zich bezig houdt met hedendaagse muziek, zij het dat die dag wel een eeuw beslaat. En sinds 1993 zelfs een paar jaar meer, want toen verscheen de cd At the Grave of Richard Wagner, genoemd naar een kort stuk van Franz Liszt geschreven in 1883, drie jaar voor deze componist zelf zou overlijden, in Bayreuth, een droomplek voor een Wagner-fan. Op dezelfde cd staan ook stukken van Alban Berg en Anton Webern, ook beiden al lang dood en begraven.

Het Kronos Quartet, bestaande uit David Harrington (eerste viool), John Sherba (tweede viool), Hank Dutt (altviool) en Joan Jeanrenaud (cello), werd opgericht in 1978 en had voorafgaand aan deze stappen terug eerst intensief een aantal hedendaagsen verkend: serieuze nieuwlichters als Terry Riley en John Cage maar ook Thelonious Monk en Bill Evans, allebei uit de jazz-scene afkomstig. Als postume postillon d'amour voor deze laatsten - Evans was overleden in 1980, Monk twee jaar later - fungeerde producer Orrin Keepnews die met beide pianisten langdurig gewerkt had en bezig was zijn platenlabel Landmark van de grond te krijgen. In de herfst van 1984 werd de Monk Suite opgenomen, een jaar later Music of Bill Evans, beide voor strijkkwartet gearrangeerd, geen sinecure gezien de gapende kloof tussen jazz en klassiek. De rechterhandpartij van Evans in 'Peace Piece', een dromerige improvisatie uit 1958 bijvoorbeeld werd minutieus gekopieerd. Hoewel Keepnews om potentiële kopers over de streep te trekken bassist Ron Carter en gitarist Jim Hall bij deze projecten betrokken had (Landmark had uitsluitend als jazzlabel naam), reageerden jazzfans nogal terughoudend en dat was voor een deel begrijpelijk. De hoekige muziek van Monk kon wel wat gladstrjken verdragen, maar de etherische muziek van de morfinist Bill Evans werd in de handen van de Kronos-leden soms wel wat erg zoetjes.

Foe yong hai

'Toch apart en niet vervelend' luidde het eindoordeel in het Nederlandse vakblad Jazz Nu, nadat de recensent de combinatie Bill Evans-strijkkwartet eerder had vergeleken met 'foe yong hai met aardappelpuree'. In het jaar van de Bill Evans-opnamen kwam het Kronos Quartet in contact met componist Philip Glass die bezig was met de muziek voor de speelfilm Mishima - A Life in four Chapters van cineast Paul Schrader. Het kwartet werd ingehuurd voor een aantal essentiële scènes. De complete filmscore, inclusief de delen voor groot orkest, werd uitgebracht op een gelijknamige plaat op het label Nonesuch. Het project markeerde het begin van een samenwerking die nu al tien jaar duurt. Niet alleen met componist Philip Glass, die het kwartet een aantal belangrijke premières gunde, maar ook met Nonesuch, dat sindsdien zestien platen van Kronos in omloop bracht, dus bijna elke zeven maanden een nieuwe. Telkens staat daarop wel een nieuwe verrassing. Zo bevat de eerste Nonesuch plaat niet alleen een stuk van Glass - de ene dienst is de andere waard - maar ook een bewerking van Jimi Hendrix' Purple Haze, sindsdien ook te vinden op andere 'klassieke' lessenaars, bijvoorbeeld die van het Meridian Arts Ensemble.

Dat het Kronos gaandeweg school begon te maken, was in de eerste plaats te danken aan het feit dat het ondanks zijn 'krankzinnige' repertoire, toch een heel evenwichtig karakter toonde: vaart zonder op hol te slaan, schwung zonder uit de bol te gaan. Ideale muziek dus voor hen die klassiek en toch een beetje hip willen zijn. Bach is fantastisch maar Chuck Berry ook, Madonna bijna net zo magisch als Maria Callas.

Heel belangrijk voor het 'crossover'-effect was ook de manier waarop ze hun muziek presenteerden, in kleurige, niet uniforme kledij en omlijst door een heuse lichtshow. Zelfs de Pop Encyclopedie van OOR kon er in zijn editie van 1992 niet meer omheen een alinea te wijden aan het 'verschijnsel', dat op de cd Short Stories 'een eldorado aan nieuwe muziek' bijeen had gebracht. Niet lang daarna maar wel negen jaar na de verschijning van de Monk Suite kreeg ook de programmacommissie van het North Sea Jazz Festival lucht van het bestaan van Kronos. Een strijkkwartet dat ook jazz-stukken speelde, interessant. Wist iemand soms waar dat bandje huisde? Het bandje werd opgebeld en speelde op vrijdag 9 juli 1993 in de Van Goghzaal, tot schrik van sommigen die als aangeschoten wild te zaal verlieten: hier zou toch Mathilde Santing zingen? Maar er was ook publiek dat braaf bleef zitten en ontdekte dat een viool meer kan dan vredig zuchten of ontzettend zemelen. 'Dinner Music for a Pack of Hungry Animals' van tekenfilm-componist Raymond Scott is een mooie ode aan het vrolijk vretende festivalpubliek en 'Purple Haze' klinkt zonder electronica net zo elektrisch als Jimi Hendrix destijds zelf klonk. Het langste stuk is tevens het spannendst: het door Dave Dougherty bedachte 'Sing-Sing/J. Edgar Hoover' waarin toespraken van deze roemruchte FBI-chef en communistenvreter kundig zijn verknipt tot 'rap'-ondergrond voor de gedreven opererende strijkers. Rinkelende telefoons, loeiende sirenes en ratelende schrijfmachines scheppen een sfeer van paranoia die ook Bob Dylan in de jaren zestig eens effectief heeft bezongen: van de 'commies' die overal zijn, tot op de bodem van de toiletpot toe.

Komt het Kronos kwartet ook dit jaar weer met verrassende stukken? Ongetwijfeld. En lopen er ook dit jaar weer mensen weg? Ook dat is een zekerheid. Maar deze keer zijn ze op zoek naar Denise Jannah.