'Baan doelwit van lastercampagne'

ROTTERDAM, 7 JULI. DAF Trucks en topman Cor Baan zijn het doelwit van een “professionele lastercampagne met een zakelijk motief”. Dat is de stellige indruk van president-commissaris drs J.F.M. Peters van de Eindhovense vrachtautoproducent. Volgens Peters, oud-topman van verzekeraar Aegon, hebben onbekende partijen de afgelopen maanden op “systematische” wijze geprobeerd twijfels te zaaien over het toekomstperspectief van DAF en de integriteit van directievoorzitter Baan. “De nu ontstane publiciteit is schadelijk voor een bedrijf dat nog midden in het herstelproces zit. “Trucks verkopen is op de lange termijn een kwestie van vertrouwen. Afnemers moeten er zeker van kunnen zijn dat je over drie jaar nog bestaat.”

DAF kwam afgelopen woensdagavond in het nieuws door een reportage van de televisie-actualiteitenrubriek NOVA. Daarin werd aan de hand van enkele anonieme rapporten en brieven gesuggereerd dat topman Baan samenwerking met andere vrachtwagenfabrikanten in de weg staat. Baan zou in de branche een persona non grata zijn, hij zou als manager niet goed functioneren en zich bovendien privé hebben schuldig gemaakt aan onoirbare praktijken. Peters: “De insinuaties in al die anonieme stukken zijn steeds: 'DAF heeft geen recht van zelfstandig voortbestaan en moet worden verkocht. Maar Baan houdt dat tegen. En Baan deugt niet als mens.”

Omdat de DAF-topman sinds het faillissement van het oude DAF “in een glazen huisje zit” lieten commissarissen met volledige medewerking van Baan alle roddels door een accountant toetsen. Deze kwam tot de conclusie dat de beschuldigingen iedere grond missen. Zo is in een van de onder media verspreide stukken gesuggereerd dat er iets mis was met de hypotheek die Baan had verkregen voor zijn huis in Florida. Hij zou daardoor zelfs 'chantabel zijn voor een Amerikaanse bank'.

Peters noemt deze anonieme beschuldigingen “puur straatvechten”. “Dit soort roddel-campagnes is zeer on-Nederlands. Kennelijk waait hier nu een Angelsaksische wind. In de VS huren ondernemers detectives in om elkaar te compromitteren.”

DAF's president commissaris noemt de financiële analyses in de ook bij departemententen verspreide rapporten over DAF van “waardeloze” kwaliteit. De roddelcampagne zelf lijkt volgens Peters een gedegen regie te hebben. “Dit is te professioneel om te zegen: hier is iemand bezig Baan te wreken voor het faillissement. Er wordt een spelletje gespeeld”.

Peters heeft geen hard bewijs wie de 'complotteurs' zijn. Maar het is voor hem wel duidelijk dat er “geld achter zit”. Hij heeft begrepen dat de boodschappers van de gewraakte informatie dure adviseurs uit onder andere de VS zijn geweest. Bij DAF bestaat het vermoeden dat er mogelijk een soort verbond is ontstaan tussen groepen die òf DAF willen kopen òf moeite hebben met het succes van het nieuwe DAF.

Een groep onder leiding van de Amerikaanse handelaar in probleembedrijven Gary Klesch, die ongeveer eenderde van de obligatiehouders van het oude DAF achter zich verzameld heeft om een uitkering op die effecten te krijgen, bracht tijdens de surséance een bod uit op het oude DAF. Bewindvoerders gingen daar niet op in, omdat het bod te laat was en was voorzien van voorwaarden. Klesch wilde het bedrijf overnemen voor een bedrag tussen de 550 à 600 miljoen gulden. In een van de recent verspreide anonieme rapporten wordt DAF getaxeerd op een bedrag van tussen de 650 à 700 miljoen gulden. En in het stuk wordt en passant een opbrengst voor obligatiehouders gesuggereerd.

Ook concurrenten, oppert Peters, zouden DAF naar het leven kunnen staan. Het bedrijf maakte vorig jaar ruim 120 miljoen gulden winst en nadert volgens Peters een aandeel van tien procent op de Europese truckmarkt (boven de 15 ton). Peters: “We hebben een schone balans; we staan een paar honderd miljoen in de plus bij de bank. Dit is een ander DAF. Volgend jaar gaan we op weg naar 20.000 auto's (nu 17.000 tot 18.000-red.), maar we hebben de organisatie zo flexibel gemaakt dat we een teruggang kunnen opvangen. Bij 13.000 trucks zitten we nog op het break-even punt.” In de publiciteit is gesuggereerd dat Fiat-dochter IVECO belangstelling had voor DAF. G. Boschetti, de hoogste baas van de Italiaanse onderneming, heeft in een brief aan Baan laten weten dat er absoluut geen sprake is van ovenameplannen.

DAF Trucks heeft zich tot nu toe geconcentreerd op herstel van verkopen en winst. “We moesten eerst het hoofd boven water houden, voordat we de vraag konden beantwoorden welke kant we op zouden zwemmen.”

Vijf interne werkgroepen buigen zich momenteel samen met adviesbureau Arthur D. Little over de te volgen strategie. De vrachtautobranche staat aan de vooravond van grote investeringen, onder andere in een nieuwe generatie schone en zuinige dieselmotoren. Maar dat hoeft volgens Peters niet te leiden tot fusies. “Je hoeft als truckfabrikant niet alles zelf te doen. Je zou op Japanse wijze kunnen gaan werken met een hoge graad van inkopen. We zouden ons meer kunnen gaan concentreren op sales en after sales. Dit zijn enkele mogelijkheden. Wat voor een truckfabrikant steeds belangrijker wordt is de kritische massa van het dealernet.”

Dit najaar moet er duidelijkheid komen over DAF's toekomst. Peters: “We willen het strategie-onderzoek voortvarend aanpakken, we zijn toe aan een plan.”