A.J.Croce, zoon van beroemde vader, door ongeluk achtervolgd; De tragische humor van de barpianist

A.J. Croce en band spelen zondag 16 juli op North Sea Jazz. De cd That's Me In The Bar is uitgebracht door BMG (Private Music 1005 82127-2).

AMSTERDAM, 7 JULI. Zijn muziek klinkt alsof Tom Waits, Ray Charles en Dr. John zich verdringen op de pianokruk van een doorrookte nachtclub. Zijn stem is gruizig en doorleefd en hoewel hij jazz kan spelen als de beste, voelt hij zich het meest thuis bij de eenvoudige rhythm & blues uit New Orleans. Van een zesjarig wonderkind ontwikkelde A.J. Croce zich tot een veelzijdig pianovirtuoos, maar die kwalificatie beschouwt hij eerder als een last dan als een compliment.

Hij heeft een beroemde vader: Jim Croce, de singer/songwriter die bekend werd met hits als Bad, Bad Leroy Brown en die in 1973 bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam. A.J. Croce (23) hoeft zich niet in andermans ellende in te leven om de blues te zingen. Hij verloor zijn vader toen hij twee was en een evenwichtig gezinsleven heeft hij nooit gekend. Op zijn vierde raakte hij door een ziekte zijn gezichtsvermogen kwijt en na een lange reeks operaties bleef hij aan één oog blind. Terwijl hij een deel van zijn jeugd op kostscholen doorbracht, stimuleerde zijn moeder hem van jongsaf om zijn heil in de muziek te zoeken. Hij leerde zichzelf piano spelen, was organist in een garagebandje en debuteerde in 1993 met een titelloos debuutalbum waarop hij de 'klassieke' rhythm & blues uit de jaren veertig en vijftig liet herleven.

Eerder dit jaar verscheen That's Me In The Bar, een tweede cd die in alle opzichten ontstijgt aan de nog wat schoolse stijl van het debuut. Onder de hoede van drummer/producer Jim Keltner en met medewerking van gevierde gasten als gitarist Ry Cooder en achtergrondzangers Sweet Pea Atkinson en Sir Harry Bowens van Was (Not Was), sloeg A.J. Croce een brug tussen pop, jazz, blues en soul. Op North Sea Jazz is hij even goed op zijn plaats als bij countryzanger Willie Nelson, rapper Guru of souldiva Aretha Franklin, in wier voorprogramma's hij optrad.

Hoewel vader Jim geen directe invloed op zijn muzikale ontwikkeling kon hebben, bespeurt A.J. Croce overeenkomsten in hun respectievelijke manier van liedjes schrijven. “Zijn songs waren vaak verhalend, net als de mijne. Hij hield van teksten waarin hij zijn emotie liet spreken, net als ik. Hij luisterde naar de meest uiteenlopende dingen en ik ben min of meer opgegroeid met zijn platencollectie. Sinds zijn dood staat hij te boek als een folkzanger, maar hij was minstens zo goed bekend met de rhythm & blues van Fats Waller en Ray Charles. Indirect heeft hij me daardoor beïnvloed, vooral toen ik als teenager op zoek ging naar zijn achtergrond en ik al die oude platen ontdekte.”

Croce noemt zichzelf 'bijna schizofreen' in de manier waarop hij verschillende stijlen binnen eenzelfde song probeert samen te brengen. “Ik kan een simpel country & westernliedje schrijven, maar er kruipt altijd wel een element van sarcasme in waardoor iedereen kan horen dat ik geen onbekommerde country-jongen ben. De populaire muziekgeschiedenis van de Verenigde Staten is als een schatkamer waaruit je als songschrijver een willekeurige graai kunt nemen. De uitdaging schuilt in het maken van nieuwe combinaties. Ouderwetse rhythm & blues wordt door veel jonge luisteraars als stoffig ervaren. Naar mijn mening kun je gebruik makend van die oude muziek wel degelijk nieuwe wegen inslaan. Bij mij komt het er dikwijls op neer dat ik vrolijk commentaar lever op het leven van alledag, zodat er meer humor in mijn teksten zit dan men van zo'n serieuze muziekstudent zou verwachten. Ik beschouw mezelf dan ook niet als een soort praktiserend musicoloog, maar als een liedjesschrijver met respect voor de rijke muziektraditie.”

Songs zijn als puzzels, vindt Croce, in die zin dat een song- schrijver zich moet voegen naar de regels die in de loop der jaren door grootheden als Bob Dylan, Van Morrison en Elvis Costello zijn vastgesteld. “De grootste kunst voor een songschrijver bestaat uit het samenvoegen van zegswijzen die door iedereen gebruikt worden. Pas wanneer een luisteraar zijn eigen gedachten herkent in een popsong, komen de woorden tot leven en kost het geen moeite om ze te onthouden. Ik maak gebruik van clichés. Geen clichés uit andere popsongs, maar uitspraken of one-liners die ik vaak om me heen heb gehoord. Het is soms zelfs een beetje beangstigend om te constateren dat het schrijven van teksten eigenlijk een tamelijk ambachtelijke bezigheid is, en dat je vast kunt roesten in een bepaald patroon.

“Maar Tom Waits laat zien dat je je toch allerlei vrijheden kunt veroorloven. Bij Waits gaat het allang niet meer om coupletten en refreinen, maar om het gevoel dat hij met zijn muziek wil overbrengen. Het spreekt me aan dat hij vaak kiest voor een sarcastische levensvisie. Ik heb de neiging om de tragische aspecten van het bestaan met humor in te kleden, want muziek is niet bedoeld om er een miezerig gevoel aan over te houden.”

De cd-titel That's Me In The Bar werd ingegeven door het idee dat populaire muziek volgens Croce thuis hoort in drinkgelegenheden. “Mijn songs zijn op maat gesneden voor de jukebox, hoewel ze niet per definitie allemaal in dezelfde jukebox horen. In bars ontmoet ik vaak interessante mensen, die op hun beurt weer model staan voor figuren in de songs. In het café is het onbespreekbare bespreekbaar, en worden problemen opgelost die elders onoplosbaar lijken. De liefde is onverbrekelijk verbonden met het café. Ontmoetingen vinden er plaats, verliefdheden worden er beklonken en wanneer alles voorbij is, zit je weer eenzaam aan diezelfde tapkast. Ik ben de pianoman die onopvallend op de achtergrond blijft, maar die ondertussen nauwgezet observeert wat er allemaal gebeurt.”

In gesprek maakt A.J. Croce veelvuldig gebruik van zijn handen, om gedachten over zijn muziek kracht bij te zetten. Met uitwaaierende pianovingers legt hij uit hoe zijn nummer 'I Confess' een combinatie is van de ragtime-pianostijl uit de jaren twintig, een sentimenteel Valentijns-liefdesgedicht en een akkoordenschema dat niet zou hebben misstaan in een rocksong uit de jaren zeventig. “De verleiding is groot om naar 'Mystery Train' te luisteren en een vergelijkbaar een rockabillynummer in de stijl van de jonge Elvis Presley te schrijven. Dat nummer was echter zo perfect, dat er onmogelijk iets aan verbeterd kan worden. Bovendien heeft de populaire muziek zich sinds de jaren vijftig in allerlei richtingen ontwikkeld, en het zou zonde zijn om daar niet het nodige van mee te nemen. Zodoende kom ik steeds weer uit bij mijn vrolijke wirwar van stijlen. Misschien is dat tweeslachtig, maar in dat geval ben ik tenminste een blije schizofreen.”