Wimbledon

Drie van de vier halve finalisten weten hoe het is om Wimbledon te winnen. Boris Becker zegevierde in 1985, 1986 en 1989. Zijn tegenstander, Andre Agassi, in 1992. Pete Sampras de afgelopen twee jaar. Alleen Goran Ivanisevic, morgen de opponent van Sampras, herinnert zich slechts twee verloren finales, in 1992 en 1994.

De 27-jarige Becker is bijzonder gebrand op een laatste grote titel in de nadagen van zijn carrière. Maar zijn wedstrijd tegen de Fransman Cedric Pioline, de spannendste van het toernooi tot nu toe, geeft te denken over zijn kansen tegen Agassi. Becker won de eerste twee sets eenvoudig, verloor vervolgens twee tie-breaks en moest in de vijfde set een 4-2 achterstand ongedaan maken. Opvallend genoeg bleek Becker over het meeste uithoudingsvermogen te beschikken. Met kramp in beide benen bezweek Pioline na vier uur en een kwartier: 6-3, 6-1, 6-7 (7-9), 6-7 (10-12) en 9-7. Maar het gemak waarmee Pioline in de laatste drie sets Becker passeerde, zal Agassi vertrouwen geven. Agassi weet zich bovendien gesteund door een bijzonder gunstige score tegen Becker. Hij won de laatste acht onderlinge wedstrijden.

Sampras, die gisteren met 6-7, 6-3, 6-4 en 6-2 won van de Japanner Shuzo Matsuoka, moet op herhaling tegen Ivanisevic, die de Rus Jevgeni Kafelnikov uitschakelde met 7-5, 7-6 (13-11) en 6-3. Vorig jaar, in de finale, stortte de Kroaat in de derde set in elkaar: 7-6, 7-6 en 6-0. In hun laatste onderlinge duel, in december in München, verloor Ivanisevic de vijfde set met 10-8.