Vernieuwing is te duur voor kleine scholen

DEN HAAG, 6 JULI. Invoering van het nieuwe lesprogramma in de hoogste klassen HAVO en VWO (de 'Tweede Fase') is onbetaalbaar voor scholengemeenschappen die op hun HAVO- of VWO-afdelingen minder dan 25 leerlingen per leerjaar herbergen.

Zelfstandige gymnasia hebben deze problemen niet. Dit blijkt uit een vertrouwelijke notitie 'De profielstructuur in de kleine school' die de stuurgroep Tweede Fase volgende week naar staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) zal sturen.

Mede op aandringen van de Tweede Kamer onderzocht de stuurgroep, onder voorzitterschap van N. Ginjaar-Maas, in hoeverre de zogeheten Tweede-fase-profielen binnen het bestaande budget betaalbaar zijn voor kleine middelbare scholen, met minder dan 800 leerlingen. In plaats van de huidige vrij te kiezen eindexamenpakketten moeten per 1 augustus 1998 de in totaal ruim 500 middelbare scholen met een HAVO en/of VWO-afdeling leerlingen na de derde klas laten kiezen uit vier voorgeschreven lespakketten, te weten 'cultuur en maatschappij', 'economie en maatschappij', 'natuur en gezondheid' en 'natuur en techniek'.

De stuurgroep rekende de plannen door voor kleine middelbare scholen die in grootte variëren van 250 leerlingen tot 800 leerlingen. Het blijkt dat kleine scholengemeenschappen met MAVO, HAVO en VWO en eventueel een VBO-afdeling financieel in de problemen zullen raken door de Tweede Fase. Deze scholen hebben meestal een onevenredig kleine VWO-afdeling, die een forse aanslag doet op het beschikbare geld. Het financiële gevaar verschilt per school, al naar gelang de opbouw van de school en de afdelingen, en de prioriteiten die een school stelt. In totaal zijn er in Nederland ongeveer 140 scholengemeenschappen met HAVO en/of VWO die in totaal minder dan 800 leerlingen hebben.

Ook de huidige vrije vakkenpakketkeuze is voor de meeste onderzochte scholen nauwelijks betaalbaar. Maar het merendeel omzeilt de financiële problemen door het aantal eindexamenpakketten fors te beperken en door minder lessen te geven dan de inspectie voorschrijft. Nu kunnen HAVO- en VWO-scholieren kiezen uit een kluwen van respectievelijk 178 en 266 vrije eindexamenpakketten. Ook wentelen de onderzochte scholen geldtekort af op de onderbouw door daar de klassen te vergroten en zijn klassen waarin VWO-5 en -6 worden samengevoegd geen uitzondering.

C. Horsman van de vereniging van schoolleiders AVS noemt de berekeningen van de stuurgroep “veel te optimistisch”. Collega's op zogeheten brede scholengemeenschappen rekenden hem voor dat een VWO-afdeling minimaal 75 tot 100 leerlingen per leerjaar moet tellen, wil de school de plannen kunnen uitvoeren. Is dat niet het geval, dan rest de school niet anders dan de afdeling te sluiten of opnieuw te fuseren. “De plannen leiden of tot kaalslag op scholengemeenschappen of tot nog meer fusies”, concludeert Horsman, die zelf aan het hoofd staat van het brede Nienoordcollege in Leek. “Dat wil niemand.”

Voor kleine scholengemeenschappen die alle schooltypen omvatten dreigt nog een complicatie. In augustus 1998 zal ook een nieuwe opzet gelden voor de hoogste klassen MAVO en VBO, waarbij deze scholen ook relatief dure praktijkafdelingen in het beroepsonderwijs moeten bekostigen. In hoeverre de kleine brede scholen ook dat nog kunnen opbrengen is niet onderzocht door het ministerie.