Verkeerslawaai schrikt broedvogels af tot op honderden meters

Verkeerslawaai kan de dichtheid aan broedvogels tot op honderden meters van de weg met tientallen procenten verlagen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van M.J.S.M. Reijnen, medewerker van het DLO-instituut voor Bos- en Natuuronderzoek in Wageningen (Boomblad, juni 1995).

Dat het almaar groeiende verkeer voor de vogels niet gezond is, was al ruimschoots bekend. Door de aanleg van nieuwe wegen gaan broedgebieden verloren, het landschap raakt versnipperd, de uitlaatgassen zijn vervuilend en onlangs nog becijferde de Vogelbescherming dat jaarlijks een miljoen vogels het slachtoffer wordt van een aanrijding. Maar volgens onderzoeker Rien Reijnen is het effect van verstoring door het toenemende verkeerslawaai veel schadelijker dan de sterfte door aanrijdingen. Sterfte door het verkeer heeft nauwelijks effect op de populatieomvang van soorten, verstoring door verkeerslawaai des te meer.

Van de 45 onderzochte bosvogels reageerden er 33 negatief op het verkeer, zeven van de twaalf onderzochte weidevogels blijven weg van de snelweg. Verstoring blijkt tot op grote afstand plaats te vinden, mede afhankelijk van de verkeersintensiteit en de snelheid van het verkeer. Als er dagelijks 50.000 auto's passeren die gemiddeld 120 kilometer per uur rijden, dan ondervindt ruim 70 procent van de vogelsoorten daar in een strook van 100 tot 1000 meter langs de weg hier hinder van. Veel vogelsoorten wennen niet aan het verkeer. Waarschijnlijk is het vooral de herrie die ze hindert. Hoe dat in zijn werk gaat, werd de promovendus niet helemaal duidelijk, maar het ligt voor de hand dat het verkeerslawaai de communicatie tussen de vogels verstoort. Zo blijken veel mannelijke fitissen langs de snelweg ongepaard te blijven. Vrouwtjes komen wel kijken, maar stappen meteen weer op. Wordt er wel gepaard, dan zijn er minder jongen dan gebruikelijk. Meestal broeden langs de snelweg vooral eerstejaars mannetjes, die - zo blijkt uit ringonderzoek - het volgende jaar een beter heenkomen hebben gezocht.

Bij de aanleg van nieuwe wegen dient met de verstoring van de vogels rekening te worden gehouden. Compenserende maatregelen zoals ander asfalt of een aangepaste maximumsnelheid worden vaak teniet gedaan door de toenemende verkeersintensiteit. Geluidswallen helpen beter, maar zijn landschappelijk gezien vaak onaantrekkelijk. Het beste is, om gronden te ruilen, zodat vogelreservaten verder van de weg komen te liggen.

    • Marion de Boo