Van Mierlo wil slagvaardig beleid

DEN HAAG, 6 JULI. Ministers die betrokken zijn bij buitenlands beleid moeten meer met elkaar samenwerken en dat beleid beter afstemmen.

Dat is de kern van de nota 'herijking buitenlands beleid' die minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) morgen in de ministerraad presenteert en die vanmiddag na een half jaar studie en een stroom van adviezen van buitenaf op de bureaus van de leden van het kabinet ligt.

In de nota staat dat Nederland door de veranderde geopolitieke omstandigheden gedwongen wordt bij het buitenlands beleid een groter economisch accent te leggen. Pas dan kan Nederland slagvaardiger zijn en bijtijds zijn prioriteiten stellen.

Ambtenaren van Economische Zaken spelen bij voorbereiding en uitvoering van buitenlands beleid een grotere rol en een aantal van hen gaat werken op de straks samengevoegde regio- en landenbureaus van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking.

Buitenlandse Zaken moet weten wat er bij andere ministeries op het terrein van buitenlands beleid omgaat en wil de coördinatie van dat beleid krachtiger op zich nemen. Regionale en landenbureaus van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking worden ineen geschoven. Expertise van Economische Zaken wordt bij beleidsvoorbereiding beter benut.

In het derde hoofdstuk van de nota staan de financiële gevolgen van de herijking. Er moet een financiële voorziening van om en nabij een half miljard gulden komen om nieuw buitenlands beleid mogelijk te maken. Met die fondsen willen de betrokken ministers kunnen schuiven om accenten te kunnen verleggen. De ministeries van financiën, economische zaken, defensie en buitenlandse zaken waaronder ontwikkelingssamenwerking moeten aan die voorziening bijdragen.

Aan Ontwikkelingssamenwerking wordt in de toekomst tussen de 0,75 en 0,85 procent van het bruto nationaal produkt besteed, afhankelijk van de omvang van noodhulp en vredesoperaties. Op de begroting van Ontwikkelingssamenwerking moeten minder kosten drukken die oneigenlijk zijn (onder meer opvang asielzoekers). Bij Ontwikkelingssamenwerking zal meer aandacht moeten komen voor hulp aan Oost- en Zuidoost-Europa en gebieden in Noord-Afrika.

Volgens het regeerakkoord is het streven van het kabinet erop gericht de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking te laten stijgen tot 0,9 procent van het bruto nationaal produkt (bnp) “zij het dat de herbezinning tot een andere uitkomst kan leiden, waarbij de internationaal overeengekomen norm van 0,7 procent bnp als bodem blijft gelden”.

Volgens recente prognoses van het Centraal Planbureau stijgt het bnp volgend jaar tot 653,3 miljard gulden. Uitgaande van een percentage van 0,8 heeft minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) volgend jaar 200 miljoen gulden meer te besteden dan dit jaar.

Pag.7: Thematische aanpak in buitenland beleid

Bij de herinrichting van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking gaat het vooral om een meer thematische aanpak. Zo komt er een bureau voor humanitaire zaken en valt ontwapening geheel onder het bureau Veiligheid en niet langer ook onder VN-zaken. Bij beleidsvoorbereiding komen nu soms vertegenwoordigers van vijf of meer bureaus of directies bijeen om een politieke lijn voor te bereiden. Dat gezelschap moet kleiner worden, meent Van Mierlo, om “met gebundelde kracht uit een groot reservoir expertise” sneller te kunnen reageren of initiatieven te nemen. Zo wil hij buitenlands beleid met een sterker accent op economische groei én verstrekken van hulp effectiever maken.

Om het herijkte beleid beter te coördineren zullen betrokken ministers onder leiding van Van Mierlo in een speciale raad bijeenkomen. Daarnaast komen in een onderraad van de ministerraad onder leiding van premier Kok vraagstukken van buitenland- en veiligheidsbeleid, inzet van militairen en hulp aan de orde. Nu de Europese politiek steeds meer vastgelegd wordt op de Europese top van staatshoofden en regeringsleiders, is de noodzaak tot coördinatie ook in Den Haag toegenomen, meent Van Mierlo. In tegenstelling tot minister Van den Broek is hij bereid de premier ruimte te geven.

De betere coördinatie moet ook voorkomen dat ministers achteraf afstand nemen van kabinetsbeleid zoals minister Pronk nog zaterdag in een interview met deze krant deed naar aanleiding van het optreden van premier Kok en minister Van Mierlo tijdens hun reis naar China (“het hele Azië-beleid, alles, alles is koopmansbeleid geworden; ik had er wat andere puntjes belicht”, aldus Pronk).

De herijkingsnota was volgens Van Mierlo nodig “uit verlegenheid” omdat bij de kabinetsformatie 'paars' een fors meningsverschil had over de financiële middelen voor ontwikkelingssamenwerking en defensie. Het beleid moest daarom 'herijkt', voor veel medewerkers op het departement een groot woord omdat het voornamelijk draait om organisatie en geld. De nota kent veel compromissen. De PvdA was er alles aan gelegen om de begroting van ontwikkelingssamenwerking veilig te stellen. Dat is gelukt, zij het dat in de toekomst meer gelden vrij komen voor Oost- en Zuidoost Europa. De VVD hield vol dat er op Defensie niet te bezuinigen valt en minister Voorhoeve zal waarschijnlijk minder hoeven te bezuinigen dan was afgesproken. D66 is verheugd dat partijleider Van Mierlo een grotere coördinerende taak op zich neemt en het totale buitenlandse beleid krachtiger kan bepalen.

Moeilijkheid is nog dat met name het CDA en GroenLinks gevraagd hebben of de nota nog vóór de zomer naar de Kamer gestuurd kan worden. Van Mierlo weigerde dat omdat “schuiven met bureaus en geld zo'n taaie materie is, die veel tijd vraagt”. Nu is de nota toch op tijd klaar maar de Kamer krijgt haar pas op Prinsjesdag en houdt op 30 oktober over de inhoud een debat.